Aandacht!

De goede week op Filosofenfontein 

Witte donderdag 6 april: Eucharistieviering om 20 uur
Goede vrijdag 7 april: Stille viering om 20 uur
Zaterdag 8 april: Paaswake om 21 uur
Zondag 9 april: Paasviering om 10u30
 --------------------------------------------------------------

Recente Zondagsvieringen

De vieringen uit het verleden zijn gepubliceerd per kerkelijke jaar in het Archief.

De meest recente vieringen zijn:

- 12.03.23:  Zich (be)keren naar de Bron (Marcel)
- 05.03.23: Trek weg… naar het beloofde land (Ides)
- 26.02.23: Wie bepaalt wat goed is en kwaad? (Marcel)
- 22.02.23: Aswoensdag (2023) – Scheur uw hart en niet uw kleren (Marcel)
- 19.02.23: Je vijand liefhebben (Herman)
- 12.02.23: God kijkt naar het innerlijke.(Lisette)
- 05.02.23: De armen van Jahwe als de nieuwe Thora (Marcel)
- 29.01.23: Gelukkig maar ook wee (Jan)
- 15.01.23: Hij is het lam Gods (Johan)
- 08.01.23: Feest van de Openbaring van de Heer - 2023 (Marcel)
- 01.01.23: Nieuwjaar 2023 – kijken in een wazige spiegel (Marcel, Lut, Jef)
- 24.12.22: Kerstmis (2022) Geboren in de stilte van de nacht (Marcel)
- 18.12.22: En in de schaduwen des doods,  Hij zich zijn witte weg zal banen (Ria)
- 11.12.22: Een zoekende woestijnmens (Marcel)
- 04.12.22: De profeten en de Geest wijzen ons de weg. (Frank)

De Preek van de week (Dominicanen) vind je via deze link: https://www.dominicains.be/nl/preekvandeweek

220327

27 maart 2022: 4e zondag van de vasten (2022)

Met Gods ogen zien (Lc. 15, 11-32)

Marcel Braekers

 
Openingszang 569: Die mij getrokken uit de schoot

Begroeting


n mijn opleiding filosofie kreeg ik cursus van een zeer intelligente en plastische docent die met één beeld de grote denkers kon typeren. Dat was natuurlijk ongenuanceerd maar wel zo indringend dat ik tot vandaag nog weet wat hij vertelde. Zo typeerde hij de filosofie van Sartre door een mannetje tekenen dat tuurt naar een ander die door een sleutelgat loert. Een fantastisch beeld om te typeren hoe de mens iemand is die ontluisterend naar een ander kijkt die ook op zijn beurt ongepast door een sleutelgat de werkelijkheid beloert. Hij typeerde daarmee de filosofie van Sartre en zijn kijk op de mens. De mens namelijk die voor de ander een wolf is zoals iedereen in de humaniora leerde (homo homini lupus), mensen die voor elkaar genadeloos ontmaskerend zijn.
 
Hoe kijken wij naar mensen? Hoe zien we elkaar, hoe kijk je naar jezelf? Alles wat volgt, ons gedrag, ons engagement, dat alles begint bij de manier waarop we kijken. Je kan koel, diagnostisch kijken, nieuwsgierig en belust op sensatie, je kan heimelijk loeren om iets van intimiteit te achterhalen,  maar je kan ook empathisch, warm betrokken op een meelevende manier zien. Ik vind het ontroerend te zien hoeveel Belgen op dit ogenblik meelevend keken naar de Oekraïense vluchtelingen en onmiddellijk zich engageerden (zoals ook gebeurde bij de overstroming in Verviers). Dat gebeurt hier in het Westen dat door de patriarch van Moskou wordt getypeerd als de losgeslagen, geperverteerde maatschappij waartegen Rusland ten strijde moet trekken.
Veel hangt af van onze ingesteldheid, alhoewel de impact van de media niet te onderschatten is. Ik moet bekennen dat ik de laatste tijd bij het kijken naar het tv-nieuws regelmatig de ogen sluit, omdat ik de beelden niet meer aankan. Beelden moeten liefst live en zo ongezouten mogelijk zijn, hoe meer emoties ze tonen hoe beter. Daarbij krijg je een ongenuanceerde hoeveelheid op je bord zodat je vanuit een soort van zelfverdediging het meevoelen uitschakelt. Het participerend kijken is bedreigd en daarmee ook onze betrokkenheid. We kijken toe hoe een ander met een gevoelige lens kijkt naar het leed dat anderen treft. Sartre is niet zo ver weg, gelukkig zijn mensen in staat om dit ook te overstijgen.
 
Misschien vindt u mijn aanzet voor deze viering wat vreemd, want centraal in de woorddienst staat de parabel van de verloren zoon en Broederlijk Delen zet als thema boven de viering ‘We delen met iedereen, niemand verloren’. Maar wat me in deze parabel vooral heeft getroffen, was de manier waarop de vader uitzag naar zijn zoon. Het rennen, omhelzen en geven van een groot feest zijn het gevolg van zijn kijken.

Mijn vraag is daarom: hoe kijken wij? Welke zuivering moet ik doormaken om echt te zien? Ik bedoel om voorbij het oppervlakkige te zien wat de echte werkelijkheid is? En om zo te zien dat ik in beweging geraak.

 
Lied 114: God onze Vader wij roepen U (Uit naam van de wereld)
 
Gebed


                        Mocht het waar zijn
 
Mocht het waar zijn wat gegrift staat:
Dat er iemand is die hoort.
Moge Gij het zijn die hoort, weet,
Ziet, afdaalt, om te bevrijden.
 
Die ons losmaakt uit de strikken
Van de nacht, de hand der heersers,
Die ons uitdrijft, zee, woestijn in,
Naar een oord van licht en water.
 
Mocht het waar zijn dat uw liefde
Tot op heden nog van kracht is –
Dat Gij ons nog in de dood kent,
Ook nog daar, als dat zou kunnen.
 
Wees als toen een God-Bevrijder:
Laat een nieuwe laatste oorlog,
Die gifbeker, ons voorbijgaan.
Zend uw engel, uw messias,
 
Die hem uit de handen van de
Heersers slaat, de afgrond in –
Die ons wenkt uit onze kelders
En ons toeroept; Vrede nu.
                                                           (H. Oosterhuis, Stilte zingen p.126)


Inleiding op de lezing

Het heeft Bijbelspecialisten altijd verwonderd dat in het Lucas-evangelie een heel stuk voorkomt dat de andere evangelisten niet kennen. Het zijn de parabels van het verloren schaap, de verloren drachme, de verloren zoon, de barmhartige Samaritaan. Allemaal verhalen over verliezen en vreugde bij het vinden. Verhalen ook waar God als eindeloos mild en liefdevol wordt voorgesteld. Vanwaar Lucas deze stukken kende is tot hier onbekend. Vandaag horen we dat alom gekende verhaal van de verloren zoon.

Lucas 5, 11 – 32

Lied 830B uit angst en nood

Homilie


Wat treft je als je deze parabel hoort voorlezen? Als ik naar mezelf kijk, merk ik hoe doorheen de jaren mijn focus steeds verandert. Toen ik als kind en puber deze parabel hoorde, voelde ik mij het meest verwant met de oudste zoon en begreep ik heel goed zijn klacht. Wellicht omdat ik mij ook als puber achteruit gesteld voelde. Later ging mijn sympathie naar de jongste zoon, naar zijn opstandigheid en zoeken. Geld om te verkwanselen had ik niet, maar dat revolterende lag me wel. Nu ik oud ben heb ik meer oog gekregen voor de vader en de zorgen die hem om het hoofd hangen. (Ik hoop dat de vrouwen zich niet in de steek gelaten voelen, want die komen in dit patriarchaal verhaal niet voor).

Die vader wordt door Jezus op een heel merkwaardige manier getypeerd. Gezien vanuit de context van een patriarchale samenleving is het een zwakke figuur. Hij zou normaal moeten reageren zoals de oude boer in de Vlasschaard van Stijn Streuvels die zijn zoon neerslaat omdat hij ongehoorzaam is. Nee, deze vader is week en kwetsbaar alsof hij vader en moeder tegelijk is. Als zijn jongste zoon rebels is en zijn erfdeel opeist, gaat hij opzij en laat het gebeuren. En als die zoon door de wereld trekt blijft hij uitzien en wachten. Als de oudste zoon protesteert en weigert mee te vieren, gaat hij naar hem toe om hem bij het feest te betrekken. Daarbij is Jezus wel heel plastisch in zijn beschrijving. De vader rent naar de zoon die hij in de verte ziet naderen, zo vertelt Hij. Maar uit alles blijkt dat het een welgestelde man is. Die droegen in Palestina een mooi boven- en onderkleed. Daarmee kan je niet rennen, alleen waardig schreiden, maar deze vader is gek van vreugde. Waarom al die details?
 
Voor Jezus is dit een verhaal om God te typeren. Indien de mens rebels is en zijn autonomie opeist, maakt hij plaats. Gaat die mens zijn eigen weg los van geloof en liefde, dan blijft hij naar hem uitzien. Waar jaloersheid is en conflict probeert hij te verzoenen. Je kan vanuit deze parabel een hele theologie ontwikkelen over wie God is en hoe Hij omgaat met deze wereld.

k wil uw aandacht trekken op één punt waarover ik het ook had in de inleiding: het kijken van de vader. “Van ver zag hij zijn zoon al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.” Zijn kijken was een empathisch, warm kijken doordrongen van betrokkenheid. Het Griekse woord dat er staat is splagnidzomai wat betekent ‘barmhartig en liefdevol zien’. In het evangelie van Lucas komt het woord 3 keer voor. Datzelfde woord gebruikt Lucas als hij vertelt hoe Jezus een begrafenis bijwoont en kijkt hoe de enige zoon van een weduwe wordt weggedragen. Datzelfde woord gebruikt hij in de parabel van de barmhartige Samaritaan die kijkt naar de man die langs de kant ligt. Niet toevallig komt het woord drie keer voor en zijn de drie situaties met elkaar verstrengeld. Zoals God in de parabel naar mensen kijkt, zo kijkt Jezus naar het verdriet en het gemis van die weduwe, en zo worden wij uitgenodigd om, net zoals de Samaritaan naar de gekwetste keek, te kijken naar mensen om ons heen. De drie niveaus hebben met elkaar te maken. Omdat ik aangekeken word door een liefdevolle God, ben ik in staat ook zo naar anderen te kijken. En via de zorg om elkaar ontdekken we de mildheid en menslievendheid van onze God. Dat is de weg die we in deze vasten hebben te gaan.

 
Groot dankgebed 164

Na de communie 319 Woestijnlied

220320

20 maart 2022: 3e zondag van de vasten (2022)

De onvruchtbare vijgenboom (Lc 13, 1-9)

 Herman Wouters

 
Inleiding

Kennen jullie Toon Tellegen, de Nederlandse schrijver - ondertussen 80 jaar -  die bekend is van zijn dierenverhalen over de mier en de eekhoorn, steeds met een zekere filosofische diepgang.

Zelf hou ik niet zo veel van Toon Tellegen. Er was een periode in mijn loopbaan als orthopedagoog waarin bijna elke studiedag begon met zo’n verhaal van Tellegen. Geen enkele keer begreep ik wat het verband was tussen die vertelling en het thema van de dag.  Mogelijk had dit te maken met mijn eigen tekort aan filosofische diepgang, hoewel ik daar niet zo zeker van ben. Mogelijk was er ook helemaal geen relatie.

Toch schreef ik eens voor de verjaardag van mijn vrouw An een kort verhaaltje naar analogie met Tellegen, een beetje als parodie. Dit is mijn tekstje:

De mier en de eekhoorn hadden een appelboom geplant. Ze keken heel raar op toen er in de herfst geen appels aan die boom kwamen maar wel bananen, ananassen en papaja’s. Toch waren ze er erg blij mee.

Ik verwees daarmee naar onze vier kleinkinderen met Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse roots.

Ik moest aan deze speciale boom denken toen ik de evangelielezing van vandaag zag, het verhaal van de vijgenboom en zijn vruchten.

Laten we bij de start van deze viering vragen aan onze God om hier aanwezig te zijn.

Lied 510: “ Wees hier aanwezig”
 
Inleiding  op evangelie

In de evangelielezing van Lucas komt men aan Jezus vertellen dat Pilatus enkele Gallilëers heeft gedood die vreedzaam naar de tempel waren gegaan om offers te brengen. En men stelt hem de vraag waarom deze onschuldige slachtoffers omkwamen. Heeft het misschien te maken met een soort vergelding van God omdat ze niet goed geleefd hebben? U herinnert zich deze redenering ook in het verhaal van de blindgeborene waarbij de mensen dachten dat zijn ouders gezondigd hadden en dat ze daarom een gehandicapt kind kregen.

Jezus verwerpt deze manier van denken door te verwijzen naar de ramp met de toren in de buurt van de Siloam, een vijver die zorgde voor water binnen de stadsmuren van Jeruzalem. Pilatus had voor de bouw van een waterleiding vanuit de Siloam geld uit de tempelschatten genomen. De Joden waren hierover woedend en kwamen in opstand.  Een deel van de opstandelingen had zich verschanst in een toren bij de Siloam. Door de Romeinse soldaten werd deze toren ondergraven zodat hij instortte. Alle achttien mannen die binnen in de toren waren, hadden bij deze gebeurtenis de dood gevonden. Was dat mogelijk een straf omdat ze een zondiger leven hadden geleid dan andere mensen? Jezus zei: " Geen sprake van. Zo mag je niet redeneren. Dit zijn dingen die gebeuren. God is niet iemand die op die manier vergelding zoekt voor iemands zondig leven”.  Integendeel: met de gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom, geeft Jezus aan dat God eerder iemand is die met veel geduld uitkijkt naar een mogelijke verandering van levensstijl.

Lezing: Lucas 13, 1-9

Ik wil stilstaan bij het tweede deel van de tekst: het verhaal van de vijgenboom.  De vijgenboom krijgt een uitstel van een jaar.  Als we deze metafoor volgen krijgen wij dus ook één jaar respijt. Men gaat nog wat spitten en bemesten maar dan moeten er toch wel vruchten zijn. Zo kunnen we voorkomen dat we omgehakt worden.

Het leek me goed om in de bijbel eens na te speuren over welke soort vruchten het dan wel kan gaan. Het gaat waarschijnlijk niet onmiddellijk over je kinderen of kleinkinderen zoals in mijn inleiding.

Paulus – de bekende hedendaagse geschiedschrijver Harari noemt hem de stichter van het Christendom – heeft het in zijn brief aan de Galaten over de vruchten van de Geest. Hij somt ze op: liefde, vreugde en vrede, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

Het lijken me begrippen die zowel karakteristieken van een persoon aanduiden als het gedrag dat hij stelt. Liefde is (met dank aan Alfons van Steenwegen) duidelijk een werkwoord maar ook vreugde, vrede en geloof lijken me “werkwoorden”. Vriendelijkheid, zachtmoedigheid, zelfbeheersing, goedheid vallen naar mijn gevoel meer onder de karaktereigenschappen van een persoon.

Met de gedachte aan die onvruchtbare vijgenboom en de door Paulus’ geciteerde vruchten stel ik me de vraag hoe we op één jaar tijd, onze persoonlijkheid en onze manier van doen nog kunnen veranderen om (meer) vrucht te dragen? Lukt dat nog wel op onze leeftijd waarin we toch wat vast zitten in onze gewoontes?

Op een andere plaats - in Johannes hoofdstuk 15- vind ik hierop een antwoord, of een methode. Jezus gebruikt er de metafoor van de wijnstok. Hij zegt: “Als iemand in mij blijft en ik in hem dan zal hij veel vrucht dragen”. En hoe blijf je in hem? “Je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt. Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben. Dit draag ik jullie op: “heb elkaar lief.”

Mij lijkt dat deze woorden “heb elkaar lief” de weg aangeven om te groeien in onze persoonlijkheid en in onze gewoontes en zo beter te worden qua zachtmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, zelfbeheersing.

Marcel zei ons enkele weken geleden dat liefde zich op verschillende manieren kan uitdrukken en dat bv ‘iemand die je slaat je andere kaak aanbieden’ ook kan betekenen dat je in zijn standpunt probeert in te komen. Ook Augustinus formuleerde in de eerste eeuwen van het Christendom al een gelijkaardige gedachte

Bemin en doe dan wat je wilt:
wil je zwijgen, zwijg uit liefde,
wil je schreeuwen, schreeuw uit liefde,
wil je corrigeren, doe het uit liefde,
wil je vergeven, vergeef uit liefde.
Draag de bron van liefde in je hart,
want uit liefde kan alleen het goede voortkomen.

Door ons in de dagdagelijkse situaties en in de ontmoetingen met de naaste de vraag te stellen “hoe kan ik me hier nu liefdevol opstellen” en dit dan ook te doen, oefenen we ons in die liefdevolle kijk, het christelijke perspectief en groeien onze gewoontes en ook onze persoonlijkheid. En de naaste is iedereen die op je weg komt, in deze tijden zeker ook onze Oekraïense overburen, die op zoek zijn naar logies voor gevluchte landgenoten.

De andere vruchten van de geest: de vrede en vreugde die mogelijk ervaren worden en de groei in het geloof, zijn een gevolg daarvan. Ik heb zelf momenteel veel vragen over wat ik tot voor kort allemaal geloofde: over mijn godsbeeld, over mijn christendom, over mijn persoonlijke relatie met God enz … maar niét over het feit dat het er in deze wereld op aankomt om  “liefdevol om te gaan met elkaar”. Dat is een rotsvast geloof.

Door deze liefdevolle houding te cultiveren – te bemesten en te begieten - zorgen we nog voor een ander belangrijk effect.  We maken een plaats waar het Koninkrijk Gods aanwezig komt: misschien niet echt blijvend, misschien maar even, misschien maar een glimp ervan, een aanzet,…  In vele situaties en in vele ontmoetingen ben je vaak de enige die dit kan bewerkstelligen.  En als jij het niet doet, gebeurt het niet en is er geen “Koninkrijk van God”.  Dit is voor mij “christen-zijn” in zijn essentie.

Natuurlijk gedraag ik me niet altijd zo liefdevol. Mensen die me beter kennen, kunnen zeker een heleboel situaties aanduiden waarin me dat niet lukt:  ik ben soms moe, geprikkeld, meer gestresseerd dan ik zou willen, te weinig begaan met de ander… - al lachend zeg ik soms dat ik een gevoelig mens ben…. voor mezelf – ik vind mezelf bijwijlen niet zo fantastisch.

Daarom wil ik deze gedachten eindigen met dat lied van Oosterhuis over onze schamelheid : “Wat ik gewild heb, wat ik gedaan heb”. Ik beken dat ik dit lied niet meer meezing binnen deze muren want zó erg als bijvoorbeeld in die zin ‘dit overschot van stof van de aarde’ - is het naar mijn gevoel nu ook weer niet. Ik doe elke dag oprecht mijn best… In het kader van de evangelietekst van vandaag en met het beeld van de onvruchtbare vijgenboom waarmee ik me ook wel kan associëren, wil ik het nog wel eens volmondig meezingen.

We hebben gelukkig nog een heel jaar tijd, vooraleer we mogelijk omgehakt worden.

Lied 412: “Wat ik gewild heb”.

Na elke voorbede/gedachte : lied 122 : “Ubi caritas” 

Canon  162

Communiezang lied 319 : “Woestijnlied “
 

Slotgebed

Gij die we Heer en God noemen
Oorsprong van het leven en nabijheid in het leven
Versterk in ons uw Heilige geest
Zodat onze goedheid en vriendelijkheid groter wordt
Maak dat we groeien in zachtmoedigheid en zelfbeheersing
en schenk ons uw vreugde en uw vrede
Help ons om zo lief te hebben
dat op de plaatsen waar we vertoeven
een glimp van uw rijk zichtbaar, voelbaar aanwezig komt
Geef ons het geloof
om te volharden in de liefde
ook als het moeilijk is en we niet onmiddellijk een licht zien
Geef dat we in de jaren die ons nog resten
vruchten zullen dragen
verhoopte en onverhoopte
appelen en peren
maar graag ook papaja’s en bananen

 
Zegen

220313

13 maart 2022: 2e zondag van de vasten (2022)

Geloof: een geschenk dat wil gedeeld worden. (Lc 9,28-36)

 

Jef Schoenaerts


Openingslied: “Die mee gaat met mensen…” (317)
 
Welkom en opening

Laten we onze god “die mee gaat met mensen”,  verwelkomen en ons samenzijn onder zijn hoede stellen: in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
 
Opening

In het TV-programma De Afspraak van 1 september 2021was Kristien Hemmerechts te gast.  Ze had zich net “geout” als gelovige kerkganger en gaf in het interview een inkijk hoe haar hernieuwd geloofsleven was ontstaan.   Ze benoemde het als een hevige spirituele ervaring.   Nadat ze de diagnose “borstkanker” had gekregen, leefde de schrijfster in een periode van onrust en verwarring. De paniek die haar leven beheerste, ging echter liggen toen ze zich op een nacht plots heel rustig voelde.   Die rust overviel haar toen in haar opkwam dat ze in gods handen was, dat ze gekoesterd was en geborgen. Het opgesloten zitten in zichzelf en in wat de auteur haar  “ikkerigheid” noemde, maakte plaats voor verbondenheid met het hogere.  
In het evangelie horen we straks het verhaal van  “de gedaanteverandering van Jezus op de berg”.   We focussen vandaag niet zozeer op Jezus maar wel op de leerlingen die net als Kristien Hemmerechts een hevige spirituele ervaring kenden.  Of die ervaring zo spectaculair was als Lucas vertelt, is ondergeschikt aan de vraag wat dat alles voor de leerlingen betekende: wat maakte die ervaring voor hen zo indringend?   Hoe kleurde ze hun geloof in?  Hoe veranderde ze hen?   En terwijl we focussen op de leerlingen, richten we ook de blik op onszelf en op de manier waarop onze eigen geloofsgroei zijn weg zoekt.
Laten we het eerst stil maken in en rondom ons en onze god vragen om ontferming en nabijheid.
 
Kyriale : “Alles wacht op U vol hoop”  (804) – Eerst voorzang dan volk
 
Openingsgebed

Vandaag nemen we in ons bidden de herinnering mee aan het busongeval in Sierre net 10 jaar geleden.  We staan stil bij de slachtoffers en ook bij de overlevenden.
En heel speciaal gedenken we Sebastian Bowles en de familie waarin hij opgroeide, een familie die dikwijls aansloot bij onze zondagsvieringen in deze kapel.
 
Onnoembare en Nabije,
 
Roepende stilte zijt Gij, verre stem,
          als Jij bestaat, besta in hen,
          in mensen in ons midden.
Door alle tijden heen hebt Gij U
aan mensen toevertrouwd.
          Dankzij hun mond, hun hand, hun daadkracht
          wordt Gij de Levende onder ons.
Maak ons tot drager van Uw woord,
          dat wij elkaar besmetten met Uw liefde,
          dat wij boodschapper worden van Uw genade,
          dat wij elkaar bezielen met Uw Geest.
Dan leven wij zoals ons werd voorgedaan
door Jezus, Uw zoon en onze Heer,
          die ons uw naam onthulde en in ons
          het verlangen wekte om thuis te komen bij U.
Gij die leeft nu en tot in lengte van dagen.
 
Amen.
 
Inleiding op de evangelielezing

Jezus die zich terugtrekt op een eenzame plaats om te bidden. Het komt in de evangelies vaak voor.  “Heer, leer ons bidden?” is dan ook geen onverwachte vraag vanwege de leerlingen.  Vandaag horen we hoe Jezus op die vraag ingaat en drie leerlingen mee de berg opneemt. Misschien hebben de leerlingen daar wel een heel indringende ervaring gehad die sterk tot de verbeelding sprak, letterlijk en figuurlijk.   Je kan het verhaal evenzeer lezen als een soort verdichtingsmoment in de geloofsgroei van de leerlingen waarin Lucas allerlei ervaringen in één weidse beweging heeft samengebald.  In deze viering wil ik dat verdichtingsmoment wat uiteenrafelen in de hoop er de grondstroom van hun en onze geloofsgroei in te onderkennen.
“Open de woorden die geschreven staan…”: we zingen nr.124 vóór en ná de evangelielezing.
 
Acclamatie vóór én ná de lezing:
 “Open de woorden die geschreven staan, doe lichten over ons uw aangezicht…” (124)
 
Evangelielezing: Lucas 9,28-36
 
Homilie

Lucas plaatst dit verhaal op een scharniermoment in het leven van Jezus en van de leerlingen.   Op hun tocht met Jezus ontdekten de leerlingen stilaan hoe gods barmhartigheid voor mensen zich op een heel eigen wijze in Jezus openbaarde.   En ze beseften dat de gebedsmomenten die Jezus vaak inlaste, mee aan de basis lagen van het gezag waarmee hij sprak en handelde.    Tegelijk voelden ze steeds sterker de vijandigheid van de religieuze leiders die Jezus wilden liquideren.    Het tijdstip van een fundamentele  keuze naderde: blijven we Jezus volgen, ook nu hij aangeeft dat hij naar Jeruzalem gaat, een zekere dood tegemoet?
 
Op deze cruciale tweesprong plaatst Lucas het verhaal van “de gedaanteverandering”.
Voor de drie leerlingen begint alles met de uitnodiging om deelgenoot te worden in de intimiteit van het gebed van Jezus.   Waar Jezus zich voordien vaak in de eenzaamheid terugtrok om te bidden, worden ze nu bevoorrechte getuigen.   Het ingrijpende van die ervaring wordt door Lucas heel beeldend verteld: de aanblik van Jezus’ gezicht veranderde en zijn kleding werd stralend wit.  Kan je krachtiger in beeld brengen hoe bidden een mens verandert?  En in de mate dat de leerlingen opgenomen worden in dat intiem moment, in dat geschenk, worden ze zelf ook deel van dat proces van verandering.    
Enkele momenten in hun ervaring lichten beter de geloofsgroei toe die zich in hen voltrekt.
- Neem (om te beginnen) het gesprek tussen Jezus, Mozes en Elia.  De kracht en de diepgang van dit gesprek met twee sterkhouders uit hun geloofstraditie wordt voor de leerlingen een echte openbaring.  Tot dan toe was het lijden en de dood van Jezus een onbegrijpelijke en duistere kant in hun kijk op Jezus en op god.  In het geschenk van dit gesprek krijgt het lot van Jezus stilaan een plaats in dat lange verhaal tussen god en mens.  Het zal de leerlingen uiteindelijk meezuigen in wat de evangelist iets verder in datzelfde hoofdstuk 9 in vers 51 aan Jezus toeschrijft: dat hij “vastberaden” optrekt naar Jeruzalem. 
- En wat met  het beeld van de wolk die de leerlingen overschaduwt?   Is dit niet de veruitwendiging van het besef dat ze – hier maar ook op andere momenten - deel hebben aan iets wat hen overstijgt?   Het beeld van de wolk geeft aan hoe ze ervaren dat ze in een mysterie worden ópgenomen eerder dan ze er zelf de hand in hebben of het zouden kunnen verwoorden of verklaren.
- En wat te denken over de ingesteldheid van de leerlingen bij hun terugkeer ná het gebeuren? Ze vertellen aan niemand wat ze hadden gezien, dus ook niet aan de 9 anderen, hun lotgenoten.  Wat vreemd toch op het eerste gezicht.  Speelt hier een zekere schroom om te snel te delen wat ze gezien hebben maar nog niet hebben doorgrond?   Ze hebben immers iets van gods grenzeloze nabijheid ervaren bij de woorden: “Dit is mijn zoon, mijn uitverkorene”.   Maar tegelijk hebben ze nog geen taal om het vanuit zichzelf met anderen op een authentieke manier te delen.  Het kan een vorm van dankbaarheid zijn waarmee je een geschenk koestert dat jou intiem en persoonlijk is ten deel gevallen, een geschenk dat je eerst een tijdje in je eigen schatkamer bewaart voor je het kan delen?   
 
Definitief verworven is het geloof nooit.  Denken we maar aan wat later met de leerlingen gebeurt in de hof van Olijven waar het geloof in al zijn wankelmoedigheid en ontrouw verschijnt.   Geloof wordt in dit verhaal helemaal niet als een verworvenheid voorgesteld: het hoort thuis in de categorie van het geschenk.    De leerlingen zijn niet de initiatiefnemers voor hun geloof en ze zijn er zeker niet de eigenaars van.  Hun bijdrage bestaat erin open te voor wat anderen hen aanreiken, door wat de Andere hen aanreikt.
 
Zelf ervaar ik wat binnen het leerhuis en binnen de huiskerken gebeurt, als een gelijkaardig geschenk.   Omdat Benoît Standaert die het leerhuis over de psalmen leidt door corona in de wielen wordt gereden, hebben we een alternatief programma opgestart.  Daarbij kiest een lid van de groep één bepaalde psalm en vertelt aan de deelnemers wat hem in die psalm beroert, ontroert, beweegt.   Daarna leggen andere deelnemers daar hun eigen beleving naast. Het werkt voor mij als voedsel om in mijn eigen gebedsleven mee te nemen.   En ook de huiskerk heeft voor mij een gelijkaardig effect.  Zo maakten de aanwezigen in de laatste huiskerk elkaar deelgenoot aan het godsbeeld  van waaruit zij leven.   Zowel in leerhuis als in de huiskerk geeft men - zonder in discussie te gaan - aan elkaar door waar het in het eigen geloof om gaat.  Mensen openen een deeltje van hun schatkamer, stamelen wat ze vermoeden en spreken uit wat geloof met hen doet. Ze  vertellen ook waardoor ze - soms stevig, soms zoekend, soms “vastberaden” een pad volgen dat ze niet zomaar zelf hebben gebaand.  Het zijn momenten waarop we samenkomen - in één of ander huis - en dat geschenk mogen ontvangen.  Momenten die ons dichter brengen bij de grondstroom van ons geloof en ons bereid maken om “vastberaden” met Jezus de weg te gaan, ook als die leidt naar Jeruzalem. 
 
Afsluiting van de homilie “Lied aan de voet van de berg” (536)
 
Oproep tot een voorbede, een intentie, een gedachte.

Je kan een voorbede, een intentie, een gedachte formuleren die vanuit deze viering is ontstaan.
Geloof is nooit een definitief verworven bezit. Het hoort eerder thuis in de categorie van het geschenk.  En dat geschenk krijgen we grotendeels van elkaar. 
Het openstellen van je eigen kleine schatkamer van geloofservaringen,  het openstaan voor wat de ander/de Ander je aanreikt: dat alles kan je keuze versterken om “vastberaden” met Jezus de weg te gaan, ook als die leidt naar Jeruzalem zoals we in deze vastentijd beleven.
          Waar ervaar/ervaarde jij het geloof als een geschenk?
          Wie of wat heeft bij jou het verlangen gewekt om in Jezus’ spoor te gaan?
          Voor welk gebeuren, voor welk moment in je geloofsgroei wil jij danken?
 
Je voorbede kan ook aansluiten bij wat Broederlijk Delen vandaag als intentie aanreikt bij Lc. 9,32: Wie of wat heeft me deze week wakker geschud? (iets wat ik zag, hoorde, las, meemaakte…)
 
 
Als acclamatie zingen we  “Keer U om naar ons toe, keer ons toe naar elkaar.” (123)
 
Offergang: Lied “Oergebaar” (149)
 
Groot dankgebed: Tafelgebed in de veertigdagentijd (162)
 
Onze Vader
 
Lied: “Laat Uw aangezicht over ons lichten” (191)
 
Communie
 
Communielied: “… Trek door ons heen een stroom van genade…” (lied 319)
 
Slotgebed: idem als openingsgebed
 
Zegen
 
Mededeling rond de verkoop van narcissen!
Volgende zondag, 20 maart, is het zover!...

- Doel = steunen van Broederlijk Delen die nu al twee jaar in moeilijke omstandigheden hun relaties met de partners in het zuiden onderhouden.
- 6 euro per narcis!
- Wie zondag niet kan komen, kan mij via mail laten weten hoeveel potjes hij/zij wil kopen.  De praktische kant regelen we later…

220306

06 maart 2022: 1e zondag van de vasten (2022)

Staan in de woestijn (Lc 4, 1 – 13)

 Marcel Braekers

 
Openingszang 319: Woestijnlied

Lezing uit de profeet Joël 2,12 – 18

Gebed over de as

Barmhartige God,
Deze as herinnert ons eraan wie wij zijn:
Broze, kwetsbare mensen op weg naar U,
Zegen deze as, zegen ons allen die ons willen afstemmen op U.
Ga met ons mee in deze veertigdagentijd
Opdat wij de raakpunten mogen vinden tussen hemel en aarde,
Opdat wij uw levensadem mogen ontvangen en ervaren,
Opdat wij de weg terug mogen vinden naar het volle leven,
Zoals U het gedroomd hebt.
Mogen wij medewerkers zijn van uw scheppende bevrijding.
We vragen het, samen met Jezus, uw Mensenzoon en ons voorbeeld. Amen
 
Opleggen van askruis

We worden uitgenodigd om deze vasten met een symbolisch gebaar te openen. We leggen de assen van de verbrande palmtakken van het voorbije jaar op ons hoofd. Zoals de oude takken werden verbrand willen we ook opruiming houden met achterhaalde leefpatronen. Het ontvangen van het assenkruis is een herinnering aan de vluchtigheid van ons leven en de uitdaging om in alles niet voor de dood maar voor het leven te kiezen.
 
Inleiding op het thema van de vasten en van deze zondag

Na een lange tijd van zoomvieringen kunnen we eindelijk weer samenkomen en vieren dat de dood, de isolatie en de angst niet het laatste woord hebben. En we beginnen deze nieuwe tijd op een sterk moment van het Kerkelijk Jaar, de veertigdagentijd waarin we ons willen zuiveren en beschikbaar maken om het feest van Pasen te vieren. Zoals elk jaar sluiten we ons graag aan bij wat Broederlijk Delen ons aanreikt als thema’s. Op de affiche staat groot geschreven: wij delen genade, herinnering, verzet. Ik vind het een intrigerende titel die wijst op een totaal gebeuren waarbij we worden aangesproken om als enkeling maar ook als gemeenschap of als hele samenleving een nieuwe weg te zoeken.
We delen genade, omdat we beseffen dat een kracht van boven of buiten ons nodig is om los te komen uit vastgeroest patronen. Wij delen herinnering met het Joodse volk zoals beschreven in de Bijbel dat wegtrok uit de slavernij, maar dat ook later altijd de waarschuwing kreeg te blijven gedenken dat ze ooit slaven zijn geweest. En wij delen verzet in solidariteit met alle mensen die onrecht bestrijden, die kracht ondervinden om ongelijkheid aan de kaak te stellen. De drie thema’s, genade, herinnering en verzet, zijn met elkaar verstrengeld en roepen elkaar op. Ze zetten ons op weg naar verinnerlijking en engagement, verzet en overgave. Bidden wij daarom tot God om ontferming.
 
Lied 115: Bidden wij over dit huis (Heer, ontferm U over ons)

Gebed


Eeuwige God, bron van levend water,
Brood voor ons gebroken,
Hoor ons als wij vragen naar U.
 
Maak ons gevoelig voor de waarde van uw schepping
Voor allen, die op uw aarde moeten vechten om te overleven.
 
Leer ons luisteren naar allen die kloppen aan onze deur
Opdat we niet voorrang geven aan onszelf
Maar in eindeloze verbondenheid delen met velen.
 
Wij die weet hebben van uw droom met deze wereld
En met onze mond belijden dat de aarde voor iedereen is,
Maak ons sterk om met onze handen te doen wat we met onze lippen beloven.
 
Blijf ons nabij op onze tocht van veertig dagen
Spreek tot ons hart zoals U ooit deed voor uw volk.
Dat wij zo zorgzaam worden als U bent
En kiezen voor vrede en gerechtigheid.
 
Lucas 4, 1 – 13

Lied 317: Die mee gaat met mensen

Homilie

 

Gij hebt het water geschapen opdat de mensen zouden leven.
En woestijnen opdat ze naar hun ziel zouden zoeken (spreuk van de Sahelvolkeren).

 
De woestijn als plaats om naar je ziel te zoeken, het is een intrigerende gedachte. Laten we elkaar echter goed begrijpen: in de Bijbel was de woestijn geen leuk verblijf in een vakantiehuisje ver van alle drukte, geen rustig weekje in een abdij waar je fijne wandelingen kunt maken en elke dag de tafel staat gedekt, geen gedroomde tijd om een boek te schrijven of ‘de batterijen op te laden’ zoals men tegenwoordig graag zegt. In de Bijbel is het een plaats waar honger en dorst werden geleden, een gebied waar allerlei raar gespuis huisde dat de samenleving ontvluchtte, een plaats van beproeving maar daardoor ook een plaats van uitzuivering. Grote figuren zoals Mozes en Elia waren Jezus voorafgegaan. En het Joodse volk had er 40 jaar rondgezworven.
Dankzij de doop met water was Jezus helemaal in de greep van de Geest, zegt Lucas. En alsof Hij nauwelijks nog meester was van zichzelf, stuwde die Geest Hem naar de woestijn, naar de plaats van uitzuivering, om geconfronteerd te worden met het ultieme Kwaad, met alles wat een mens dreigt te ontwrichten. De evangelisten schreven over dat kwaad geen moreel traktaat maar vertellen een verhaal waarin de duivel (de verpersoonlijking van het kwaad) drie voorstellen doet. Het zijn drie fundamentele uitdagingen waar ieder mens mee wordt geconfronteerd. Ik geef slechts mijn begrijpen van die uitdagingen, maar wellicht kan je er ook veel andere in zien.
Hoe gaan we om met het materiële, wanneer hebben we genoeg en roepen we halt aan onze mateloze behoeften (moeten alle stenen omgetoverd worden tot brood)? Of er is de tweede bekoring waarbij men zich boven een ander wil plaatsen (wat wil ik offeren opdat anderen voor mij knielen). En er is de derde bekoring, het belachelijk maken van vertrouwen, van mensen die zich willen overgeven aan een overrompelende kracht (smijt je maar van de top van de tempel naar beneden). Heel bijzonder in deze versie van Lucas is dat de derde bekoring in Jeruzalem plaats heeft, terwijl dit bij Mattheüs de tweede bekoring is. En de bekoringen eindigen met de vreemde zin: ‘toen liet de duivel Jezus voor een tijd met rust’. Voor Lucas zou die duivel nog één keer proberen om Jezus te bekoren, namelijk toen Hij gemarteld en gekruisigd werd. De derde bekoring heeft dus te maken met vertrouwen en de angst voor lijden en sterven. Dat was dus de betekenis van ‘woestijn’ en dat waren de uitdagingen waar Jezus bovenuit moest geraken.
 
Dat verhaal wordt ons bij het begin van deze vastentijd voorgehouden, als een uitnodiging om ook die woestijn toe te laten en de uitdagingen aan te gaan. Als ik dit verhaal van Jezus’ bekoringen op mijn leven leg dan word ik door drie vragen uitgedaagd: hoe is mijn relatie met God, hoe diep of oppervlakkig is mijn vertrouwen? Heb ik van God een soort van karikatuur gemaakt en moet ik weer huiverend en stil mij keren naar die Onnoembare Lichtglans? Hoe is mijn relatie met de ander, voel ik mij de betere, de geslaagde? In welke mate ben ik (nog) aanraakbaar, ontheemd, in staat tot mateloos delen? En hoe is mijn relatie met de schepping, hoeveel respect heb ik voor moeder aarde? Moeten alle stenen veranderen in brood, moet heel de aarde ten dienste staan van mijn onverzadigbare behoeften of hebben we respect waardoor we haar willen koesteren en  bewaren?
 
Toen Jezus zich door de Geest naar de woestijn liet brengen koos Hij voor de uitdaging, het bevragen van zichzelf en van de structuren waarin Hij leefde. Willen ook wij met Hem meegaan?
 
Tafelgebed in de veertigdagentijd 162

Onze Vader

Laat uw aangezicht 191
 
Na de communie 364 om te zien een nieuwe aarde
 
Vrije voorbeden: wat betekent leven met genoeg voor mij?

Mededeling


Op zondag 20 maart worden narcissen aangeboden tegen 6 euro per potje. Jef Schoenaerts heeft er 60 besteld. Mocht je die zondag er niet bij zijn maar wel een of enkele narcissen willen bestellen kan je dit doen via mail aan Jef Schoenaerts.

220227

27 februari 2022: 8e zondag (2022)

Wijze Woorden (Lc 6, 39-45)

 

Lisette Monard


Begroeting

Openingslied 568:  (tekst: H. Jongerius/ muziek: F.J. Thrupp)

Wij zoeken U als wij samenkomen
hopen dat Gij aanwezig zijt,
hopen dat het er eens van zal komen:
mensen in vrede vandaag en altijd.

Wij horen U in oude woorden,
hopen dat wij uw stem verstaan,
hopen dat zij voor ons gaan verwoorden
waarheid en leven, de bron van bestaan.

Wij vragen U om behoud en zegen,
hopen dat Gij ons bidden hoort,
hopen dat Gij ons adem zult geven:
geestkracht die mensen tot vrede bekoort.



Inleiding

Wij horen u in oude woorden, hopen dat wij uw stem verstaan.

De lezingen van vandaag, deze 8e zondag in het jaar, hebben als rode draad: wijze oude woorden.

De eerste lezing komt uit het boek ‘De wijsheid van Jezus Sirach’. Sirach zou zijn boek geschreven hebben rond 200 voor Christus en dit boek behoort tot de zogenaamde Bijbelse wijsheidsliteratuur. De wijsheid van Jesus Sirach bevat praktische en morele regels en aansporingen voor een verantwoord leven.

In het evangelie rapporteert Lucas wijze woorden van Jezus. Lucas schreef zijn evangelie tussen de jaren 80 en 100 na Christus, meer dan 50 jaar na het leven van Jezus. Het is ook weer een fragment uit de vlakterede. Vorige zondag kregen we uit die vlakterede vrij confronterende oproepen te horen van Jezus, terwijl ik in het evangelie van vandaag eerder goede raad lees, een boodschap voor meer sociaal bewogenheid.

In beide lezingen zijn het inderdaad oude wijze woorden opgetekend zo’n twee duizend jaar geleden. En dat brengt me bij het onderwerp van de Agora, die we op 10 januari hielden op initiatief van Marcel. Ter herinnering: Marcel kaartte aan dat hij vaak te horen krijgt: waarom moet die Blijde Boodschap toch verhuld worden in van die antieke beelden en verhalen die een gewone mens niet meer begrijpt en ook niets meer zeggen? Marcel merkte op dat het niet voor de hand liggend is de diepere boodschap te verwoorden, met dezelfde diepgang en dezelfde aanspreekbaarheid.

Nu is het mooie en verrassende in de lezingen van vandaag met toch een zekere ouderdom, dat aangebrachte uitspraken en beelden ons in deze tijd helemaal niet zo vreemd voorkomen en met de meeste zijn we bovendien vertrouwd.

Eerste lezing: Uit het boek ‘de wijsheid van Sirach’ 27, 4 -7

Tussenzang: Psalm 92 : Een lied voor de sabbat.

Het is goed de HEER te loven, uw naam
te bezingen, Allerhoogste, in de
morgen te getuigen van uw liefde en in
de nacht van uw trouw,

bij de klank van de tiensnarige harp en
bij het ruisend spel op de lier.
U verheugt mij, HEER, met uw daden, ik
juich om wat uw hand verricht.

Hoe groot zijn uw daden, HEER, hoe
peilloos diep uw gedachten. Het
dringt tot de dommen niet door en
dwazen kunnen het niet vatten:

dat de wettelozen als onkruid gedijen en
de onrechtvaardigen bloeien alleen om te
worden verdelgd, voor altijd.

U, HEER, bent eeuwig verheven, maar
uw vijanden, HEER, uw vijanden gaan te
gronde en wie onrecht doen, worden
verstrooid.

U geeft mij de kracht van een wilde stier, met
pure olie ben ik overgoten. Mijn oog ziet op
mijn aanvallers neer, mijn oor hoort de
angstkreet van mijn belagers.

De rechtvaardigen groeien op als een palm, als
een ceder van de Libanon rijzen zij omhoog. Ze
staan geplant in het huis van de HEER, in de
voorhoven van onze God groeien zij op.

Zij dragen nog vrucht als ze oud zijn en
blijven krachtig en fris.
Zo getuigen zij dat de HEER recht doet, mijn
rots, in wie geen onrecht is.

Evangelie: Lucas 6, 39-45

Homilie

Ik wil graag deze homilie starten met een verhaal “De drie zeven van Socrates”.
Socrates, de Griekse wijsgeer, liep eens door de straten van Athene. Plotseling komt een man opgewonden naar hem toe. “Socrates! Ik moet je iets vertellen over je vriend die…”.
 “wacht eens even”, onderbreekt Socrates hem. “Voordat je verder gaat. Heb je het verhaal dat je mij wilt vertellen gezeefd door de drie zeven?”
“De drie zeven? Welke drie zeven”, vraagt de man verbaasd.
“Laten we het proberen”, stelt Socrates voor. “De eerste zeef is de zeef van de waarheid. Heb je onderzocht of het waar is wat je mij vertellen wilt?”
“Nee, ik hoorde het vertellen en…”
“Ah juist! Dan is het toch zeker wel door de tweede zeef gegaan? De zeef van het goede? Is het iets goeds wat je over mijn vriend wilt vertellen?”
Aarzelend antwoordt de man: “Eh nee, dat niet. Integendeel…”
“Hm”, zegt de wijsgeer. “Laten we dan de derde zeef gebruiken. Is het noodzakelijk om mij te vertellen wat jou zo opwindt?”
“Nee, niet direct noodzakelijk”, antwoordde de man.
“Welnu”, zegt Socrates glimlachend. “Als het verhaal dat je vertellen wilt, niet waar is, niet goed is en niet noodzakelijk is, dan wil ik het liever niet weten. Ik raad je zelfs aan het te vergeten.”


Jezus Sirach zegt het directer: “Als je een zeef schudt komt er afval tevoorschijn, als een mens spreekt komt de drek van zijn gedachten naar boven.”

We leven in een tijd, waarin we overstelpt worden door heel veel communicatie via allerlei kanalen: kranten, tv, sociale media, ... Door de bomen zien we het bos niet meer. Ooit zei de Italiaanse schrijver Umberto Ecco bij de opkomst van het internet dat de overvloed aan informatie een vorm van censuur is, een individuele mens kan het niet allemaal meer behappen. De goede raad van Sirach zou ik naar nu vertalen als: laat ons vooral die overvloed aan informatie die ons overspoelt, steeds met een kritische blik bekijken, aftoetsen van waar de info komt, het niet allemaal zomaar aannemen en zeker niet mensen op basis hiervan een label geven. De drie zeven kunnen hierbij van nut zijn.

Sirach zegt ook “Prijs een mens niet vóór je zijn overwegingen gehoord hebt, want daaraan wordt een mens getoetst.” Voor mij is dit een aansporing om vooral te luisteren naar onze medemensen en niet direct klaar te staan met een oordeel of zelfs veroordeling. Luisteren naar wat mensen beweegt, aandacht hebben voor hun verhaal en oppassen voor het poneren van stellingen die mensen, getekend door hun levenservaringen en omstandigheden, kunnen kwetsen, kortom respect hebben voor iedereen.

De wijze woorden van Jezus, uit het Lucas Evangelie, zijn zonder meer nog steeds zeer relevant voor onze moderne samenleving.

Een aantal zijn gemeengoed geworden in ons taalgebruik: zoals de splinter in het oog van je broeder of zuster zien, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt, of nog: waar het hart vol van is daar loopt de mond van over, ... . De uitspraak: ‘Kan de ene blinde de andere blinde leiden? Vallen ze dan niet beiden in een kuil? “ kennen we natuurlijk van het treffende tafereel op het schilderij van Breugel:

Bij de stelling “Een leerling staat niet boven zijn leermeester; pas als iemand zich alles heeft eigen gemaakt, zal hij de gelijke zijn van zijn leermeester”, daarbij wees Marcel in zijn homilie in de viering van 3 maart 2019, erop dat de leermeester die hier bedoeld wordt, Jezus is. Voor de leerlingen moet Jezus blijvend als voorbeeld gelden, de leerlingen moeten zich daar niet boven voelen staan. Vanuit die achtergrond worden de andere raadgevingen concreter. Al deze spreuken zijn niet bedoeld voor de anderen, maar raken ieder van ons die volgeling wil worden, aldus Marcel.

Jezus waarschuwt ons dat we best eerst naar ons zelf kijken, naar de balk in onze ogen, vooraleer we de andere met de splinter bekritiseren. Het is immers zo gemakkelijk zich te ergeren aan fouten van andere mensen en zo moeilijk om eigen fouten te erkennen.

We moeten in ons eigen hart durven kijken en op zoek gaan naar de goede schat, het mooie. Mensen zijn niet volmaakt, en het vraag van ons wel inspanning om het kwade, het boze in ons, te onderdrukken. Daarvoor kunnen we kracht putten in de verbondenheid met Jezus, de wijnstok waarop wij, mensen, als ranken geënt zijn, de wijnstok die levenskracht geeft, waardoor we rijke vruchten kunnen dragen.

Geïnspireerd door de blijde boodschap, moeten we blijven inzetten op het zoeken naar het goede, zowel bij ons zelf als bij alle medemensen, om niet te oordelen en niet te veroordelen.

Marcel, die mijn eerste versie van de homilie nalas, gaf als commentaar dat hij met de vraag bleef zitten: waarom beginnen mensen zich te ergeren? Wat is de bron daarvan en waarom ziet men te weinig het mooie en goede dat er leeft? Marcel verwees naar wat Augustinus ergens in een preek schreef: als men het oog verliest op wat essentieel is, begint men de kleine kanten meer te zien en zich eraan te ergeren. Als men dus het contact verliest met het blijde of bevrijdende van de boodschap die Jezus bracht, krijgt men meer oog voor splinters. 

Veel mensen van alle leeftijden hebben het moeilijk in deze bijzondere tijden met veel deprimerend nieuws, we hoeven de krant maar open te slaan: de vreselijke oorlog in Oekraïne, de pandemie die maar traag bedwongen wordt, de corona-beperkingen, de record-inflatie, de hoge energieprijzen, de schandalen rond grensoverschrijdend gedrag, de kinderdrama’s, de klimaatcatastrofes, ... Het is nu des te belangrijk om oog te hebben voor de zorgen van de mensen om ons heen en, soms met kleine gebaren, er te zijn voor onze naasten.

Laat mij deze homilie afsluiten met een sterke boodschap uit de apocalyps “zie , Ik maak alles nieuw”. Want hoe duister de wereld rondom ook is, Hij zal steeds het Nieuwe scheppen in het leven van een mens, want Hij houdt van verrassingen.

En kijk, gelukkig zijn de donkere winterdagen bijna voorbij, de lente staat voor de deur. De natuur ontwaakt. Het blijft elk jaar een wonder. Ik word elke keer weer blij als ik de eerste sneeuwklokjes en krokussen zie open bloeien. Zo hoopvol! Laat ons de Heer danken voor de schoonheid van de natuur .

Lied: Irish Blessing (J. Moore)

May the road rise to meet you
May the wind be always at your back      
May the sun shine warm upon your face The rains fall soft upon your fields
And until we meet again, until we meet again
May God hold you in the palm of his hand
And until we meet again, until we meet again
May God hold you in the palm of his hand
 
May the sun make your days bright
May the stars illuminate your nights
May the flowers bloom along your path
Your house stand firm against the storm
 
And until we meet again, until we meet again
May God hold you in the palm of his hand
And until we meet again, until we meet again
May God hold you in the palm of his hand


Vrije voorbeden

Wereldgebed

Onze Vader

Lied: Jesus bleibet meine Freude - JS Bach

Om te eindigen: Wat zijn de goede vruchten  (Zingt Jubilate 431)

Wat zijn de goede vruchten,  
De liefde en de vreugde,
de vrede allermeest,
geduld om te verdragen
en goedertierenheid,
geloof om veel te vragen,
te vragen honderd uit;
 
geloof om veel te geven,
te geven honderd in,
wij zullen leren leven
van de verwondering:
dit leven, deze aarde,
de adem in en uit,
het is van Gods genade
en zijn lankmoedigheid.
 
En wie zijn ziel niet prijsgeeft
maar vasthoudt tot het eind,
wie zijn bestaan niet kruisigt,
hoezeer hij levend schijnt,
hij gaat voorgoed verloren,
het leven dat hij koos
 is tevergeefs geboren
en eindigt vruchteloos.
 
Maar wie zich door de hemel
laat helpen uit de droom,
die vindt de boom des levens,
de Messiaanse boom
en als hij zich laat enten
hier in dit aardse dal,
dan rijpt hij in de lente
tot hij vrucht dragen zal.


Zegen van Marcel

Dankwoord

Aankondigingen

Contactinformatie

©2005-2023 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.