• Voor de meest recente zondagsvieringen Klik hier

240623 Stillen van de storm

13e zondag (2024) - Stillen van de storm

 

Herman Wouters

Lied  104  Gegroet en gezegend 

 

Inleiding 

Beste mensen, beste medegelovigen,

 We kunnen niet alle problemen in onze omgeving of in onszelf oplossen. All problems can never be solved. Dat was de titel van een tentoonstelling van onze jongste zoon Jozef enkele jaren geleden. Hij verbleef een tijdje als “kunstenaar in residence” in de Modelwijk te Brussel, een sociale woonwijk in Laken die in 1955 ontworpen werd door enkele architecten in de stijl van het Modernisme. Jozef deed een rondvraag naar de problemen die de bewoners van die wijk ervaarden en probeerde ze met een groep jonge architecten op te lossen, niet in de realiteit, niet in het echt maar wel in kleine schaalmodellen en maquettes. Maar zijn slotsom was dat het onmogelijk was om alle problemen op te lossen. Ik was getroffen door die stelling en heb die zin – toen ik nog werkte – een tijdlang in mijn bureau opgehangen: all problems can never be solved.

Vandaag gaat het evangelie over de apostelen die ook in een probleemsituatie verzeild geraakten, namelijk een storm op het meer van Galilea. Het meer wordt omringd door hoge heuvels waardoor er een temperatuurverschil is met de oevers. Een plotse valwind kan de golven hevig te keer doen gaan.  Terwijl Jezus rustig ligt te slapen, denken zijn leerlingen dat ze zullen vergaan. 

Ik wil dit evangelie gebruiken om na te denken over de stormen en de moeilijkheden, waarmee wij geconfronteerd worden in ons leven en waarin wij, net zoals de apostelen soms radeloos zijn en geen oplossing meer zien. Jezus stilt dan wel die storm en het probleem verdwijnt. Maar als je zelf midden in een crisis zit, weet je niet of die wel gaat stoppen. En er zijn ook moeilijke situaties in ons leven of in onze omgeving, die nooit verdwijnen.

Naar mijn aanvoelen zit er in de evangelielezing van vandaag een oproep over hoe we daar als christen mee om kunnen gaan. 

Lied 413  Blijf mij nabij

Openingsgebed 

Lied 124  Open de woorden die geschreven staan

Lezing Marcus 4, 35-41 

Homilie

Dit evangelie beschrijft een situatie van een hevige storm, waarbij de leerlingen in paniek zijn en denken dat ze zullen sterven. En daarbij verwijten ze Jezus dat het hem precies niet veel kan schelen. 

Het evangelie van Marcus is rond het jaar 70 geschreven, zo’n 30 jaar na de dood van Christus. In die periode werd de jonge kerk vervolgd zowel in Jeruzalem als in Rome. De kleine christengemeenschap was m.a.w.  in nood en Jezus’ volgelingen waren bang. Dit wonderverhaal en ook de andere die er in de tekst van Marcus op volgen hebben een verkondigende bedoeling. Ze willen laten zien wie Jezus eigenlijk is en wat het voor mensen in nood kan betekenen om in hem te geloven. 

Ik denk dat we allen situaties meemaken - ruzies, ziektes, ziektes van geliefden, moeilijkheden met de kinderen, met de kleinkinderen, in de familie, met collega’s, medebroeders,… waarbij we, niet meer weten wat we moeten doen, onze zekerheden verliezen en mogelijk ook een God (waar dan ook) aanroepen om hulp omdat we onmachtig zijn, het niet meer zien zitten en het probleem niet kunnen oplossen.

Wat antwoordt Jezus aan zijn leerlingen die zopas in doodsangst verkeerden en dus vandaag via deze lezing ook aan ons? Hij zegt: “Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?”. Het klinkt nogal verwijtend en is niet erg empathisch. Dit is niet wat een therapeut vandaag zou zeggen tegen iemand met angsten. En wat bedoelt Jezus precies? Waarin zouden we dan nog moeten geloven wanneer de wereld rondom ons aan het vergaan is? Na al die jaren denk ik dat de essentie van Jezus’ boodschap is dat het in deze wereld om de Liefde gaat en dat je je als christen ook in erg moeilijke en onmogelijke situaties kan afvragen: “ Hoe kan ik in deze omstandigheden en met de kracht die me nog rest liefdevol zijn?”

Via Marcus roept Jezus ons op om daarin te blijven geloven. Ik begrijp daaruit dat een liefdevolle houding ook in onmogelijke situaties zinvol is, zelfs als die nooit opgelost geraken. We zouden daar een beetje meer moed voor mogen hebben om dat ook te blijven geloven.

Mijn vrouw en ik halen veel inspiratie uit de Focolarebeweging, een groep christenen die zich in de tweede wereldoorlog te Trente, Noord-Italië gefocust hebben op het daadwerkelijk beleven van het evangelie. Ze zegden toen - stel dat ze door de bombardementen zouden omkomen - dat ze op hun graf deze zin wilden zetten : “We hebben geloofd in de Liefde”.  Onlangs geraakte ik onder de indruk van wat een vriend-arts Marc meemaakte. Marc is iemand van de Focolarebeweging (overigens ook naamgenoot van de evangelist Marcus). Ik wil u vertellen wat hij enige tijd geleden beleefde omdat dit aansluit bij dit thema. 

In augustus 2019 kwam hij terug van een reis uit Thailand. Hij had er een congres bijgewoond en was er daarna met zijn zoon op trektocht gegaan. Toen hij twee weken thuis was kreeg hij hevige koorts en onhoudbare pijn in zijn voeten en handen. De situatie werd elke dag erger. Na een bloedonderzoek bleek dat de nieren niet meer goed werkten en er te weinig bloedplaatjes waren. Hij werd met spoed opgenomen in het ziekenhuis. Daar werd het nog erger: de bloedvaten geraakten verstopt waardoor de voeten ijsklompen werden, hij kreeg witte vingers en ook zijn zicht verslechterde. De verpleging en de dokters beseften niet onmiddellijk dat zijn toestand zeer ernstig was en hielden hem gewoon in observatie. Plots geraakte hij in een soort coma en werd hij toch naar de intensive care overgebracht. Hij had bijna geen bloeddruk meer. Dan kreeg hij nog een dubbele longontsteking en een hartaanval; hij werd totaal verward en verloor het bewustzijn. Twaalf dagen bleef zijn toestand zeer kritiek. Daarna begon het iets beter te gaan en reageerde hij terug op zijn omgeving. De bloedcirculatie van de handen verbeterde maar in zijn voeten bleef die slecht en zijn tenen werden zwart. Ook de koorts verdween niet. 

13 september kreeg hij het verdict dat zijn onderbenen geamputeerd moesten worden en dat er daarna een lange revalidatie zou volgen. Marc probeerde de situatie te aanvaarden ook omdat hij besefte dat het nog erger had kunnen zijn: hij had kunnen sterven. Ook zijn handen en zijn zicht had hij kunnen verliezen. Eens de amputatie uitgevoerd, verdween de koorts en werd zijn toestand snel beter. 

Ik vroeg hem nog niet zo lang geleden wat hem geholpen had in die vreselijke periode. Hij antwoordde dat het voor hem belangrijk was om in de moeilijke momenten liefdevol proberen te blijven. Bijvoorbeeld: op een nacht had hij zijn bed nat gemaakt en moest hij erg lang wachten op een verpleegster om de lakens te komen verversen. Plots kreeg ze een alarm en was ze weer weg. Pas na een uur kwam ze terug: ze was hem vergeten. Ze excuseerde zich. In plaats van zich kwaad te maken besliste Marc om samen met haar - hij in een rolstoel - in een serene atmosfeer het bed weer in orde te brengen. Wat hem ook hielp was om niet gefocust te blijven op zijn eigen probleem maar om zich open te stellen voor de andere patiënten in de revalidatieruimte, ook zij die soms grof en slecht gehumeurd waren. Er was iemand uit Iran die een zelfmoordpoging had ondernomen, een andere man waarbij de revalidatie niet vooruitging, een man wiens vrouw hem recent had verlaten omdat ze niet met een gehandicapte verder wilde leven,…

Natuurlijk had hij ook heel moeilijke momenten. Soms had Marc het gevoel dat hij niets meer waard was in de ogen van de anderen. Zou hij nog ooit kunnen werken? Als hij  niet meer kon stappen, wat betekende hij dan nog? Op een dag, toen hij daarover diep in de put zat, las hij in het epistel deze zin: “God wil door ons bemind worden”. Dat raakte hem heel diep. Hij besefte dat hij hoe dan ook, dat nog kon blijven doen: God liefhebben door te proberen om elke naaste te beminnen. Hij begreep dat hij in een depressie zou belanden als hij zich zou blijven fixeren op zijn eigen penibele  situatie. Het was als een nieuw levensprogramma voor hem. Hij zette de stap om nederig de hulp van een psycholoog te aanvaarden. Hij had ook een erg goed contact met de pastoraal werker, die regelmatig langs kwam. Toen hij na vijf maanden uit het ziekenhuis ontslagen werd, zei die pastoraal werker dat hij spijt had dat Marc weg ging omdat hij veel aan de gesprekken met hem gehad had. Ondertussen lukt het hem om overdag met zijn prothesen te stappen en kan hij zijn werk als arts toch nog enigszins verder zetten. Hij werd ook lid van een werkgroep, opgericht op vraag van minister Vandenbroucke, om sneller de symptomen van dit soort bloedvergiftiging te herkennen en om zo rapper met de juiste behandeling ervan te kunnen starten waardoor de gevolgen minder erg zijn.

Ik vind dit een sterk verhaal van iemand, die zich “aan het vergaan” voelde, en die toch opnieuw de moed en de kracht vond om – midden in de storm – ook verder te geloven in de liefde voor de medemens en via die medemens ook in de liefde voor God. 

Natuurlijk moeten we mild blijven tegenover onszelf: als we totaal wanhopig in de storm zitten en geen kracht meer hebben is het goed om te wachten tot de situatie wat bedaard is om dan onze liefdevolle draad weer op te nemen. Of: als we slechts een klein beetje energie over hebben zal het slechts een klein beetje liefdevolheid zijn. Laten we hiervoor in deze verdere viering voor mekaar de moed en het geloof vragen. 

Lied 725   Houd mij in leven

Tafelgebed Lied 157 Ik zal er zijn 

Communielied 564 Gehoord van mensen

Slotgebed  

Heer Jezus
Uw evangelist Marcus houdt zijn geloofsgenoten voor om ook in penibele omstandigheden te blijven geloven in uw boodschap. Men zegt dat hij zijn evangelie mogelijk schreef net nadat de Romeinen de mensen van Jeruzalem hadden uitgemoord en verdreven of mogelijk ook in de periode dat Keizer Nero de christenen in Rome vervolgde. Situaties die we misschien wel mogen vergelijken met wat er nu in Gaza gebeurt.

Heer Jezus
Geef ons de energie om in wat we zelf en in onze omgeving aan stormen meemaken moedig te zijn en te blijven geloven in kracht van de Liefde. Inspireer ons daartoe met uw Geest en verwijt ons niet - zoals in de tekst van Marcus  - als we daar niet zo goed in slagen.
Help ons om steeds weer opnieuw uw draad van ‘liefdevolheid’ op te nemen. Desnoods tot zeven maal zeventig maal. We vragen daartoe uw zegen.

Contactinformatie

©2005-2024 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.