Aandacht!

De goede week op Filosofenfontein 

Witte donderdag 6 april: Eucharistieviering om 20 uur
Goede vrijdag 7 april: Stille viering om 20 uur
Zaterdag 8 april: Paaswake om 21 uur
Zondag 9 april: Paasviering om 10u30
 --------------------------------------------------------------

Recente Zondagsvieringen

De vieringen uit het verleden zijn gepubliceerd per kerkelijke jaar in het Archief.

De meest recente vieringen zijn:

- 12.03.23:  Zich (be)keren naar de Bron (Marcel)
- 05.03.23: Trek weg… naar het beloofde land (Ides)
- 26.02.23: Wie bepaalt wat goed is en kwaad? (Marcel)
- 22.02.23: Aswoensdag (2023) – Scheur uw hart en niet uw kleren (Marcel)
- 19.02.23: Je vijand liefhebben (Herman)
- 12.02.23: God kijkt naar het innerlijke.(Lisette)
- 05.02.23: De armen van Jahwe als de nieuwe Thora (Marcel)
- 29.01.23: Gelukkig maar ook wee (Jan)
- 15.01.23: Hij is het lam Gods (Johan)
- 08.01.23: Feest van de Openbaring van de Heer - 2023 (Marcel)
- 01.01.23: Nieuwjaar 2023 – kijken in een wazige spiegel (Marcel, Lut, Jef)
- 24.12.22: Kerstmis (2022) Geboren in de stilte van de nacht (Marcel)
- 18.12.22: En in de schaduwen des doods,  Hij zich zijn witte weg zal banen (Ria)
- 11.12.22: Een zoekende woestijnmens (Marcel)
- 04.12.22: De profeten en de Geest wijzen ons de weg. (Frank)

De Preek van de week (Dominicanen) vind je via deze link: https://www.dominicains.be/nl/preekvandeweek

230212

6e Zondag (2023): God kijkt naar het innerlijke.

 

Lisette Monard 

--------------------------------------------------------------

Goede morgen en welkom.  Laat ons in verbondenheid samen vieren in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. 

Openingslied 510: “Wek uw kracht en kom ons bevrijden”

Vandaag op deze zesde zondag door het jaar gaan we verder met het lezen van de Bergrede, zoals Mattheüs deze optekende.  Mattheüs concipieerde de Bergrede in een zorgvuldig opgebouwde samenhang, een geheel waarin de delen door één leidende idee worden samengehouden, namelijk Jezus' uitnodiging om consequent Gods wil te volbrengen en zo het rijk der hemelen binnen te treden.

In de viering twee weken geleden heeft Jan Degraeuwe stil gestaan bij de inleidende tekst met de zaligsprekingen, hij plaatste die in de context van de wereld waarin we nu leven, geteisterd door oorlog, klimaatcrisis, pandemie, armoede ook in onze welvaartstaten, ….  Het volgende deel met de aansporingen: “Jullie zijn het zout van de aarde” en “Jullie zijn het licht voor de wereld.”,  kwam vorige zondag aan bod.  Pater Marcel verduidelijkte dat aan de manier waarop men met de armen en hopelozen zal omgaan, aan de plaats die aan hen wordt gegeven, men kan zien hoe rechtvaardig de volgelingen van wel Jezus zijn. 

Vandaag krijgen we het vervolg te horen, een vrij lang deel, met de opmerkelijke commentaren van Jezus over de wettelijke voorschriften.   “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of Profeten op te heffen. Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen.” 

Laat ons nu eerst luisteren naar de wijze woorden van Sirach. Het is onze eigen keuze, onze eigen verantwoordelijkheid om ons te houden aan de wetten van God

Eerste lezing:  SIRACH 15,15-20 

 

Tussenzang

Lied 517: “Als regen die de aarde drenkt”

 

Evangelie: Matteus 5, 17 – 37

 

Homilie

Jezus zegt uitdrukkelijk dat hij niet is gekomen om de Wet of de Profeten af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.  En het is Hem menens, Hij zegt meerdere malen: “Ik verzeker jullie, Want Ik zeg jullie, Dit zeg Ik daarover”.  Jezus laat er dus geen twijfel over bestaan:  “onderhoud de wet”,  maar hij zegt ook: “als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.”

Met de wet bedoelt Jezus de Joodse Thora.  Het Hebreeuwse woord voor Thora verwijst oorspronkelijk naar het gebruik waarbij het clanhoofd elke morgen zijn staf in de richting wierp waarin de familie met haar kudde zou trekken. De staf gaf de richting aan. Vandaar de overtuiging dat de Thora een wegwijzer is, Gods aanwijzing voor de weg die men moet gaan.  De Thora was oorspronkelijk niet bedoeld als een strak systeem van principes. De Thora was een richtingwijzer, die op een creatieve manier diende toegepast te worden om zo elke vorm van slavernij te doorbreken. In se ging het om een bevrijdende ethiek. (bron: archief Filosofenfontein, viering p. Marcel 13/02/2011) 

De Thora of de Wet is het belangrijkste onderdeel van de Tenach (ook wel Hebreeuwse Bijbel genoemd), die de basiswetten van het Jodendom bevat.  Belangrijk in het Jodendom is daarnaast ook  de Talmoed met uitleg en uitbreidingen van deze wetten. Om de overgeleverde waarden te bewaren en het gewone volk op het goede spoor te houden, hadden de schriftgeleerden en Farizeeën de neiging om steeds strikter en strikter voor te schrijven wat men moest doen en laten. Voor hen waren deze geboden een manier om God een plaats te geven in het dagelijks leven.  

Ondanks de oorspronkelijk goede bedoelingen, evolueerden de wettelijke voorschriften naar het opleggen van pure uiterlijke gedragingen en verboden. Zolang je maar de juiste kledij droeg, de juiste haarsnit had, geen varkensvlees at, als man niet in het openbaar met een vrouw praatte, en meer van die uiterlijkheden, was je een goede Jood. Of je ook een goed mens was, en geloofde in wat je zei en deed of juist niet deed, had geen belang. 

Jezus voelde de onvervangbare waarde van de Tora goed aan, maar hij zag ook dat zulke grote en heilige teksten misbruikt konden worden.    Als Jezus zegt dat hij de Wet en de Profeten in vervulling wil brengen, bedoelt hij dat ons geloof zich niet moet beperken tot uitwendig vertoon, ons gedrag moet helemaal aansluiten bij ons geloof; onze levenshouding moet van ons betere mensen maken. Het volstaat niet om af te vinken aan welke geboden en verboden je voldoet. God kijkt immers veel verder dan naar het uiterlijke. Hij kijkt vooral naar het innerlijke. Jezus ziet de vervulling van de Wet, naast het onderhouden van voorschriften, vooral in de innerlijke instelling van het hart. Wie in zijn hart zondige gevoelens koestert, heeft de Wet reeds geschonden. Het gaat niet om het stipt vervullen van duidelijke regeltjes, maar om de kern van ons gelovig zijn, te leven in verbondenheid met God en met Gods schepping.

Jezus illustreert met voorbeelden wat hij verwacht van een goed gelovige.  Ik pluk er enkele uit.

 ‘Gij zult niet doden, want dat is strafbaar voor het gerecht’, zegt de Wet. Jezus gaat daarin verder, hij voegt eraan toe. Als we onverdeeld goed willen zijn, volstaat het niet onze medemens niet te doden. Reeds als we hem innerlijk een kwaad hart toedragen of als we hem scheldwoorden naar het hoofd slingeren zijn we strafbaar voor het gerecht van God en nooit binnen geraken in het Rijk der hemelen. Als je in onmin leeft moet je niet schijnheilig doen en vooraan in de kerk gaan zitten.  Zorg eerst dat je het hebt bijgelegd.  Echte naastenliefde moet een gesteldheid zijn, in heel ons doen en laten.

In het voorbeeld met betrekking tot “Pleeg geen overspel” plaatst Jezus ook de innerlijke gezindheid op één lijn met de uiterlijke daad. Hij zegt dat ontrouw in een relatie veel meer inhoudt dan elkaar verstoten of in de steek laten. Ontrouw is er al wanneer een man naar een andere vrouw dan naar zijn eigen vrouw verlangt, of wanneer een vrouw wel eens zou willen optrekken met een andere man dan haar eigen man. 

Bij het derde voorbeeld verwerpt Jezus de wettelijke regeling waarbij de vrouw door haar man kon verstoten worden door middel van een scheidingsbrief, een juridisch bewijs dat de vrouw opnieuw vrij was. Maar dat is niet wat God wil, zegt Jezus. God wil dat een man zijn vrouw onverdeeld liefheeft. Jezus verbiedt een man dus zijn vrouw te verstoten. De goedheid en de trouw die God zelf kenmerken, zouden volgens Hem ook in het huwelijk gestalte moeten krijgen. 

In zijn boek “Ongehoord” schrijft Peter Schmidt: “Jezus vertrekt van het noodzakelijke minimum van de Wet, dat de functie heeft van leidraad om een sociaal en leefbare samenleving op te bouwen. Jezus aanvaardt die functie, maar hij vraagt dat wie werkelijk zijn leerling wil zijn – dat wil zeggen wie werkelijk wil binnentreden in het Rijk der Hemelen – verder zou gaan” 

In de eerste lezing hoorde we van Sirach dat de God de mensen een vrije wil heeft geschonken.  Het is onze vrije keuze en onze verantwoordelijkheid om de geboden van God te onderhouden. 

Gelukkig toont Jezus ons de weg: het gaat niet om het stipt vervullen van duidelijke regeltjes, maar om de kern van ons gelovig zijn, het leven in verbondenheid met God en met Gods schepping. Voor mij is deze verbondenheid met God een geruststellende gedachte. 

Lied 772B: Voor kleine mensen

 

Offerande

 

Lied 149 Oergebaar

 

Tafelgebed 164 

 

Onze Vader

 

Vredewens

 

Communie 

Communielied 516: Gij die voor alle mensen

 

Slotgebed

Uw zegen zoeken wij,

Uw liefde wijst ons wegen.

Ook deze dag zal onder ons

Uw wil geschiede.

Heilig ons met uw geboden,

Met de goedheid van uw woord

En verheug ons hart met de waarheid.    (S. de Vries, Vieren en brevieren, p.151)

 

Zegen

230205

5e zondag (2023): De armen van Jahwe als de nieuwe Thora Mt. 5, 13-16

 

Marcel Braekers

 

Openingszang 102 Onze hulp is in de naam van de Heer - Opening van de dienst

 

Openingsgebed

Gij die de ogen van blinden opent

En gebroken mensen opricht,

Maak ons tot boodschappers van uw barmhartigheid.

Richt onze ogen en ons hart

Op het diepere lijden dat mensen treft,

Op uitzichtloze verdeeldheid en haat

Op vernederende armoede.

Laat niemand van uw mensen verloren lopen,

Maar zich verblijden omdat Gij optreedt

Onverwacht en anders dan wij zouden vermoeden.

 

Lofzang tot God nr. 134 Laudate omnes gentes 

  • U loven en prijzen wij God, omdat Gij God voor ons wil zijn, altijd U wegschenkend in liefdevolle aanwezigheid.
  • U loven wij God, omdat Gij door Jezus tot ons hebt gesproken, omdat wij door Hem op een nieuwe wijze naar uw aarde kunnen kijken.
  • U danken wij God omdat uw Geest ons wordt geschonken, inspirerende kracht en wijsheid die alle kennis overstijgt.

 

Inleiding op Jesaja

De laatste teksten van de profeet Jesaja ontstonden in een periode dat het einde van de ballingschap in zicht is. Weldra zal het volk kunnen terugkeren naar eigen land en huis. Maar eer het zover is, geeft de profeet een aantal raadgevingen hoe men voortaan dient te leven. De thuiskomst zou ook een nieuw begin moeten zijn van gerechtigheid en liefde. De tekst is ons vertrouwd omdat hij meestal op de eerste zondag van de vasten wordt gelezen, maar men bracht deze raadgevingen ook in verband met de Bergrede.

Jesaja 58, 7 – 10

Voor het evangelie 531 de zaligsprekingen

Mattheüs 5, 13 – 16

 

Homilie

Vorige zondag werd reeds het eerste deel van de Bergrede gelezen, de grote redevoering die voor de volgelingen een nieuwe gedragscode voorstelt. Daarin prijst Jezus gelukkig de armen en troostelozen die op niemand of niets kunnen terugvallen en hun laatste hoop op God hebben gesteld. Is het niet uitzonderlijk dat de nieuwe Thora op deze manier begint? De Wet is er toch voor iedereen, waarom richtte Jezus zich uitdrukkelijk tot deze groep? Zoals Jan vorige zondag reeds zei moet je dit woord ‘gelukkig’ eerder begrijpen als: ‘richt je op’, ‘gooi de ontmoediging van je af, jij arme, treurende of verdrukte’. 

Wie zijn die hopelozen? De tekst die we net hoorden stelt de vraag nog dwingender. Want we hoorden net het onvoorstelbaar vervolg: jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht op de kandelaar. Voor zijn volksgenoten moet het een schok hebben gegeven toen ze dit hoorden, want iedereen kende de uitspraak van de rabbijnen: de Thora is het zout der aarde, de Thora is het licht voor de wereld.

Wat Jezus doet is daarom ongehoord: het heilige boek, de Wet met al zijn ge- en verboden en de erbij gegeven commentaren vervangt Hij of ‘brengt Hij tot voltooiing’ door te wijzen naar de armen en hopelozen. Aan de manier waarop men met hen zal omgaan, aan de plaats die aan hen wordt gegeven kan men voortaan zien hoe rechtvaardig de volgelingen van Jezus wel zijn en hoe het leven in het koninkrijk van God zal verlopen. Het Boek, de letter wordt vervangen door een mens die hopeloos is. Je zou heel de Bergrede opnieuw kunnen lezen als het hernemen van de oude Wet in het perspectief van deze wending naar de persoon. “Er staat geschreven … maar Ik zeg u …”, in de loop van de volgende zondagen komt het allemaal aan bod. 

Het betekent voor mij dat er op ethisch vlak wellicht algemene normen bestaan, maar dat die normen elke keer moeten gezien of herzien worden volgens de concrete situatie, volgens de persoon waarop ze betrekking hebben. In welke mate draagt die norm bij tot het tot recht komen van de arme en hopeloze. Dat betekent ook dat als je durft leven volgens de Bergrede je nooit kan terugvallen op een gemakzuchtige manier van “Er staat toch duidelijk dat ..” of “iedereen moet toch weten dat ..” zoals sommige moraalridders graag verkondigen. De agressieve, dominante ethiek moet plaats maken voor de kwetsbare en liefdevolle benadering van wie in nood is.

Pas je dit toe op zoveel morele discussie vandaag over abortus, euthanasie, huwelijkstrouw, homohuwelijk, rechtvaardige verdeling van lonen, recht op werk en huisvesting, hoe anders zouden de gesprekken worden en hoe anders de houding die men als gelovige moet aannemen. De Bergrede werpt een stok in het rustige hoenderhok en je kan dit reeds voelen in manier waarop Jezus zijn volgelingen en ook ons vandaag aanspreekt. In de loop van de volgende zondagen moet duidelijk worden hoe dit principe in allerlei situaties van toepassing is.

 

Dankgebed 153 Verschenen is de mildheid

Einde groot dankgebed nr. 181 Dan zal er vreugde zijn op aarde

Na de communie 515 Ik zal er zijn

230129

29 januari 2023, 4e zondag door het jaar - Gelukkig maar ook wee

 

Jan Degraeuwe

Welkom

Lied: 104 Gegroet en gezegend

Inleiding en gebed

Vier opeenvolgende zondagen lezen we uit het vijfde hoofdstuk van het evangelie van Matteüs. Jezus zegt er: “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.” Als je de woorden van Jezus wil begrijpen en ernstig nemen, moet je je ook verdiepen in het Oude Testament. Vandaag horen we de zaligsprekingen. Hoe zullen we het woord ‘zalig’ begrijpen? In ons hedendaags aanvoelen heeft zaligheid te maken met materieel welbehagen of met hemelse verhevenheid, twee extremen. Daarom kozen nieuwere vertalingen voor ‘gelukkig’. Maar ook ‘gelukkig’ kan vele betekenissen hebben. In Psalm 1 staat: “Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen”, dit kan ons helpen om beter te begrijpen wat zalig of gelukkig betekent. Als de psalmist een mens die niet meegaat met wie kwaad doet, gelukkig noemt is dat een vaststelling, een felicitatie, een gelukwens, maar nog veel meer een aansporing om de weg van zondaars niet te betreden. In zijn Bijbelvertaling heeft André Chouraqui in psalm1, in de Bergrede en op andere plaatsen ‘gelukkig/zalig’ vertaald als “En marche”, “Op weg”. Hiermee legt hij sterk de nadruk op de aansporing.

Laten we bidden met de eerste psalm uit het gebedenboek dat Jezus waarschijnlijk van buiten kende.

1 Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
2 maar vreugde vindt in de wet van de HEER
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

3 Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

4 Zo niet de wettelozen!
Zij zijn als kaf
dat verwaait in de wind.

5 Wettelozen houden niet stand waar recht heerst,
zondaars niet in de kring van de rechtvaardigen.

6 De HEER beschermt de weg van de rechtvaardigen,
de weg van de wettelozen loopt dood.

 

Laten we met lied 114 even overwegen waar wij staan. Zijn wij werkers aan vrede en voorspoed? Zijn wij begaan met mensen die niet vrij kunnen leven en spreken? Kunnen de minsten op onze steun rekenen? Zijn wij steun en troost voor wie lijden?

Lied: 114 Uit naam van de wereld 1, 2, 6, 7, 8, 9

 

In de tweede helft van de zevende eeuw voor Christus leeft de profeet Sefanja in Jeruzalem. De koning voert er een godsdiensthervorming door en rekent af met de afgoderij van zijn voorgangers. Sefanja moedigt hem aan. Hij spreekt in Gods naam een vernietigend oordeel uit over de hoogmoedige leiders en rijke handelaars die hun macht misbruiken. Voor de nederige die beseft dat hij de Heer nodig heeft, brengt God heil en vrede. 

Uit de profeet Sefanja 2,3; 3,12-13

Lied: 124 Open de woorden

Evangelie: Matteüs 5,1-12a

Homilie

Bij de profeet Sefanja horen we de messiaanse droom: “Wie overblijft, zal niet langer liegen en bedriegen. Ze zullen niets tekort hebben en rustig hun schapen kunnen weiden . Niemand zal hun vrede verstoren.” Dit idyllisch vers staat in schril contrast met andere delen uit zijn profetieën. Het gregoriaanse Dies irae citeert verzen uit de profetie van Sefanja: “Hoor! De dag van de HEER! Zelfs de dappersten schreeuwen het uit! Die dag zal een dag zijn van razernij, een dag van angst en benauwdheid.” Hoe actueel is deze tekst in 2023! Hoogmoedige leiders die oorlogen beginnen en verderzetten in Oekraïne, in Syrië, in Afrika, ….Jezus sluit de zaligsprekingen af met: “Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten” en Hij toont hiermee dat zijn aansporingen en beloften hun plaats hebben in een wereld waar het er onrechtvaardig en gewelddadig aan toegaat. Nu de oorlog in Oekraïne bijna een jaar woedt klinkt “Gelukkig de vredestichters” onwezenlijk. Van een begin van onderhandelingen is nog geen sprake. Binnen de Bijbelse traditie kan de vrede, de sjaloom, slechts als Gods gave ontvangen worden. Jezus geeft aan de vredestichters de hoogst denkbare titel: zij zullen zonen van God genoemd worden. Laten we bidden dat wereldleiders zich hieraan inspireren. Als kleine mensen staan we machteloos tegen dit afschuwelijk wereldgebeuren. Maar de Bergrede roept ons ook op om vredestichter te zijn in onze onmiddellijke omgeving. Daar zijn de vredebrengers diegenen onder ons die zich inspannen om in het gezin, in de familie, in de buurt of in de gemeente de goede verstandhouding tussen de mensen te bevorderen.

De profeet Sefanja richtte zich tot de nederigen. In de Nieuwe Bijbelvertaling zegt Jezus: “Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.” We hebben de eerste zaligspreking leren kennen als “Gelukkig de armen van geest, want voor hen is het koninkrijk van de hemel”. Moeten we de voorkeur geven aan één van beide vertalingen? In de Bijbel vind je woorden die de verschillende schakeringen van armoede uitdrukken. Er is uiteraard de economische armoede, mensen die behoeftig zijn en daardoor ook zwak en kwetsbaar zijn. Deze armen worden in een nederige rol geduwd. Maar mensen die niet arm zijn kunnen écht nederig zijn. Ze worden ook wel de armen van de HEER genoemd en Matteüs noemt deze nederigen ‘armen van geest’. Hierdoor geeft hij een spirituele betekenis aan de armoede. Het gaat niet meer over je materiële situatie, maar over je houding en ingesteldheid.

We kennen twee versies van de zaligsprekingen. Van de acht zaligsprekingen bij Matteüs geeft Lucas er slechts vier en hij laat er een viervoudig wee op volgen. Matteüs en Lucas hebben uit eenzelfde bron geput om hun evangelie te schrijven, maar Lucas is bondiger en directer, misschien staat zijn versie dichter bij de prediking van Jezus. Laten we even luisteren naar de eerste zaligspreking en haar omkering:
     Gelukkig jullie die arm zijn, want voor jullie is het koninkrijk van God.
     Maar wee jullie die rijk zijn, jullie hebben je deel al gehad.

Voor Lucas is armoede heel concreet en ze staat in schril contrast met rijkdom. Moeten we de zaligspreking over de armoede, zoals Lucas ze optekende, niet ernstiger nemen? Hoe zit het met de spanning tussen armoede en rijkdom?

Armoede tast de waardigheid van mensen aan, daarom moeten we armoede bestrijden. De armoede uit de wereld helpen is een gigantische taak. Organisaties, professionelen en vrijwilligers zetten zich hiervoor dagelijks in. Terecht krijgt het armoedeprobleem veel aandacht. Maar we moeten ons ook vragen stellen over rijkdom. Rijke mensen kunnen zich veel permitteren en verbruiken daardoor veel grondstoffen en energie en verhogen daardoor de uitstoot van broeikasgassen. In tijden van klimaatverandering moeten we beseffen dat rijkdom gemakkelijk leidt tot buitensporig gedrag. Traditioneel wordt matigheid gezien als een deugd die het individu tegen zichzelf beschermt. Wie matig is, is niet afkerig van genot en plezier, maar wil geen slaaf van zijn verlangens worden. Matig en zorgzaam omgaan met de rijkdommen van ons gemeenschappelijk huis, komt iedereen ten goede. Matigheid is een sociale deugd. In tijden van ecologische crisis, is matigheid een weg naar de oplossing.

 

Lied 531 De zaligsprekingen

Offerande

Lied 149 Oergebaar

Tafelgebed 152 Mijn God zijt Gij

Onze Vader

Vredewens

Communie

Communielied 516 Gij die voor alle mensen

Slotgebed

Psalm 131

1 HEER, niet trots is mijn hart,
niet hoogmoedig mijn blik,
ik zoek niet wat te groot is
voor mij en te hoog gegrepen.

2Nee, ik ben stil geworden,
ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind op de arm van zijn moeder,
als een kind is mijn ziel in mij.

Zegen

230122

3e zondag door het jaar (2023) – “Leven in aandacht”

 

Jef Schoenaerts

 

Openingslied: Lied 556 “Waarom, wanneer, uit welke luchtlaag…”

 

Inleiding

 

Enkele weken geleden woonde ik een studiedag bij over Simone Weil.   Deze Joods-Franse, rebelse filosofe leidde een stormachtig en intens leven in de periode tussen de twee wereldoorlogen.  Ze stierf door ziekte en uitputting in 1943 op jonge leeftijd, pas 34 jaar.  Het was een heel complexe persoonlijkheid die actief was in een brede waaier van denken en handelen.   Ze was filosofe én tegelijk gedreven activiste die niet vies was van concreet engagement zoals in de strijd tegen het fascisme in de Spaanse burgeroorlog.  Door dat alles heen was zij ook een vrouw met een krachtig innerlijk leven, een mystica voor wie de ware bronnen van de zin van het bestaan liggen in het zoeken naar en ervaren van het transcendente.   In haar zoektocht naar zin werd ze sterk beïnvloed door het christendom zonder dat ze de stap naar de kerk heeft gezet.

 

Een vaak terugkerend begrip in haar denken over heel verscheiden thema’s als onderwijs, lijden, geloof,… is het begrip “aandacht”.  Ze benoemt dat vermogen als het fundament van alle ethiek en religie.  Waardevol leven ontstaat vanuit aandacht, meer specifiek vanuit “lege aandacht”, die open is, die in verwachting is van iets anders. Eerst moet je loslaten wat je denkt, om te kunnen komen bij datgene waarmee je intuïtief contact hebt.    Hoewel Weil opgroeide in een agnostische omgeving, was dat aandachtig wachten ook het fundament van haar spirituele ontwikkeling. Religieuze momenten in de abdij van Solesmes, in de buurt van Assisi en elders brachten haar tot de ervaring van een directe aanwezigheid van goddelijke liefde.   Door aandachtig te wachten voelde ze zich – als een geschenk vanuit de leegte - als “door god aangeraakt”.  

Die gedachte van “aandachtig wachten” werd de inspiratiebron bij het beknabbelen van en mediteren rond de evangelietekst van vandaag.  “Aandacht” werd een sleutel om dichter te komen bij de betekenis van het evangelie van vandaag. 

Laten we het bij het begin van deze viering stil maken in en rondom ons en bidden om ontferming. 

Lied 139 “Wees Gij het woord, Gij de stilte”

 

Gebed

 

Onnoembare en Nabije,

 

Lang voor Gij oplicht in ons bestaan,
lang voor wij uw naam kunnen spellen,
houdt Gij verblijf in ons diepste zelf
waar Gij geduldig op ons wacht.

Leer ons met aandacht te luisteren 
waar uw woord ons roept, waar uw naam hoorbaar wordt.
Maak ons vertrouwd met de klank van uw stem,
dat wij u herkennen als Gij ook tegen óns zegt: “Kom”

 

Zo worden wij onontkoombaar ik en Gij,
Woord weerwoord, tij en tegentij,
onlosmakelijk vertrouwd met elkaar,
helemaal door Uw liefde genomen.

Naar die dag leven wij toe 
dankzij Jezus, Uw zoon en onze god.

Amen.

 

Inleiding op het evangelie

Het roepingsverhaal van de eerste leerlingen in het evangelie van Matteüs is bijzonder kort.  Jezus loopt langs het meer van Galilea, ziet twee keer twee broers aan het werk, zegt “Kom” en meteen laten ze hun netten achter en volgen Hem.  Geen lange aanloop, geen vragen, geen aarzeling,…  Net omdat Matteüs deze ontmoeting in zijn pure essentie beschrijft, roept het de vraag op wat de drijfveer is van de personages: wat beweegt  Jezus ertoe te roepen “Kom” en wat doet de leerlingen onmiddellijk ingaan op die uitnodiging?  Wat is – ónder het objectief gebeuren - het geheim van deze geloofsontmoeting?

Laten we luisteren naar het evangelie en daarbij vragen om aandacht met het 

lied 124 “Open de woorden die geschreven staan”

Evangelielezing: Matteüs 4,12-23

Homilie

Matteüs geeft de indruk dat Jezus en zijn leerlingen bij deze ontmoeting compleet vreemden waren voor elkaar en dat de ontmoeting als uit het niets ontstaat.    In realiteit komen zowel de vissers als Jezus niet als een onbeschreven blad toe in dit verhaal.

Die vissers waren niet enkel mensen die hard werkten voor het dagelijks brood.  Ze droegen in zich een onbestemd verlangen naar méér, een honger naar zingeving.  Wellicht daarom waren zij volgelingen van Johannes de Doper. zoals we lezen bij de evangelist Johannes.   Hun contact met Johannes de Doper had in hen de aandacht versterkt voor wat eerder reeds sluimerde in hun binnenste.   Net die inwendige aandacht maakte het mogelijk dat de roep van Jezus hen triggerde.   

Hoe zouden ze Jezus als de incarnatie van gods liefdesaanbod aan mensen hebben herkend zonder dat ze er in zichzelf al voeling mee hadden?  Het doet mij denken aan wat Marcel op de eerste zondag van de advent in zijn homilie vermeldde: “… ik geloof dat ieder mens in zijn diepste zelf een goddelijke vonk heeft. Dat die daar is vanaf de geboorte, dat men die kan wegduwen en leven alsof er geen God bestaat, maar toch zal die er altijd zijn.” (einde citaat)  Ik vermoed dat die vissers voeling hadden met die goddelijke kern die ieder mens in zich draagt waardoor god de mens in staat stelt hem te zoeken en hem op één of andere manier ook te vinden.  Tot zover het vetrekpunt van de vissers.

Naast de vissers komt ook Jezus niet onbeschreven op het toneel.  Heel veel evangelie- verhalen over zijn ontmoetingen onthullen hoe Jezus naar mensen kijkt, hoe hij hun vragen capteert, hoe hij hun lijden ziet, hoe hij omziet naar mensen in nood.   Met de eenvoudige vraag “Kom” triggert die bevrijdende aandacht van Jezus het inwendig uitzien van de leerlingen naar een verlossend woord.  Op dat snijpunt openbaart Jezus bijna woordeloos voor deze vissers wie god voor mensen wil zijn: : een bondgenoot, een medestander in het leven, een naaste die mee de weg gaat. En dat alles omdat Hij niet anders kan, omdat relatie aangaan voor onze God een wezenskenmerk is.   Huub Oosterhuis verwoordt het prachtig in één van zijn liederen: “Waarom roept Gij ons aan, deze mensen die hier zijn?  …Hebt Gij dan mensen nodig om in uzelf god te zijn?...  Omdat Gij Liefde zijt en niet alleen wilt blijven, daarom roept Gij ons aan…”

Zoals het “Kom” van Jezus naar die gewone vissers uit het evangelieverhaal was gericht, zo is het ook voor ons bedoeld.   Ingaan op Gods stem, Hem mogen ontmoeten is daarom niet te hoog gegrepen.  Want lang voor wij het beseffen, bewoont Hij ons.  Aan ons om in aandacht te leven en te ontdekken dat Hij ons van in den beginne is ingeschapen.   Als die ontdekking ons ten deel valt, kunnen ook wij alles achterlaten om Hem te volgen.   

Laten we deze woorddienst afsluiten met lied 579: “Waarom roept Gij ons aan, deze mensen die hier zijn?...”

Lied 579 “Gij met uw onverwacht woord”

 

Offerande: orgelspel door Wannes

 

Lied  149 “Oergebaar” bij de offergaven 

 

Tafelgebed 164: “Gij die de stomgeslagen mond verstaat”

 

Onze Vader en communie

 

Muziek tijdens de communie: accordeonmuziek door Remi

 

Communielied “Gij hebt uw land begenadigd” (naar psalm 85)

Inleiding: Onze God, die Liefde is, kan niet anders dan zich uitstorten in mensen die zich voor Hem openen.  
Wie dat gelooft kan de woorden van psalm 85 zingen 
“Gij hebt uw land begenadigd…   
Overvloed staat op de akker, regen valt op zijn tijd” (Je vindt de tekst op je blad)

 

Gebed (idem als openingsgebed)

 

Zegen

 

Sortie door Wannes

230115

2e zondag door het jaar (2023) – Hij is het lam Gods

 

Johan Fevery

Welkom, beste vrienden. 

Laat ons deze gemeenschapsviering stellen onder de bescherming van de Vader, de Zoon en de H. Geest, en beginnen wij met het

Openingslied nr 104. Gezegend dit uur,

Het evangelie van vandaag vertelt hoe Jezus door Johannes gedoopt wordt en hoe Johannes getuigt dat Jezus de Zoon van God is. Dit is een van de vele getuigenisverhalen, die wij recent gehoord hebben, terwijl er verder in de evangelies getuigd wordt door de evangelist Johannes en door de apostelen Andreas en Petrus dat Jezus de Messias is.

Laten wij bidden

Hier zoeken wij
nieuw vuur in oude woorden
ook voor hen
die alle zoeken verleerd zijn
en voor wie ...
alle vuur is gedoofd.
Hier zoeken wij
nieuw vuur in oude woorden
om zelf opnieuw
de weg naar U te vinden
en in het volste vertrouwen omgang te hebben met U.

Zingen we nu Lied 839:  Gij,Gij peilt mijn hart

 

Als eerste lezing luisteren we naar een fragment uit Psalm 40, een psalm van David: Vertrouwen op Gods genade, daarna zingen we Lied 128.

Lang heb ik de HEER verwacht,

Hij boog Zich naar mij toe en hoorde mijn hulpgeroep.

Hij trok mij op uit modderig slijk;

Hij zette mijn voeten op een rots en maakte mijn schreden vast.

Velen zullen het zien en op de HEER vertrouwen.

Mijn God, veel wonderen hebt Gij gedaan,

want ontelbare rampen en ongerechtigheden hebben mij getroffen,

en ik heb ze niet kunnen overzien.

HEER, kom mij spoedig te hulp,

U bent mijn Helper en mijn Bevrijder. mijn God, wacht niet langer !

Lied 128. Heel het duister

 

Evangelie volgens Johannes 1; 29-34.

 

Homilie:

Wij als rationalisten zijn geneigd deze tekst als een feitenverhaal te lezen, maar de Joden zijn vertellers en de evangelist Johannes als christen en Jood heeft dit evangelie omstreeks het jaar 100 neergeschreven als een geloofsbelijdenis.  In een verhaaltrant probeert hij weer te geven wat in feite niet te verwoorden is. Niemand heeft God ooit gezien maar Johannes wil de relatie van de Vader en de Zoon als toonbeeld stellen voor de relatie van God tot de mensen.

Toen ik de eerste zin van het evangelie aandachtig las, schrok ik wel even. Hij is het lam Gods. Een lam is voor mij  fragiel, zonder kracht en een dergelijk beeld heb ik niet van Jezus. Maar het lam staat symbool voor de bevrijding omdat het bloed van het mannelijke lam op de vooravond van de tocht uit Egypte op de deurposten moest gestreken worden, zodat de engel des doods voorbij zou gaan aan de huizen die met dit bloed getekend waren. Daardoor staat het lam symbool voor Israëls bevrijding uit de slavernij van Egypte, en in het christendom staat het lam symbool voor bevrijding van de slavernij van de zonde.

Verder lezen wijHij is het lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt.  Velen onder ons zijn opgevoed met de erfzonde en met het beeld van een zondige mens en de dreiging van vuur en hel. Misschien moeten wij zondig anders interpreteren; eerder als het stellen van elke daad of intentie die ingaat tegen Gods manier om met de mensen om te gaan, als een mislukking om het Rijk Gods op aarde te versterken.

En dopen is nu juist het rituëel waarbij men aangeeft een nieuw begin te maken. Dopen of onderdompeling is van oudsher een joods rituëel voor iemand die tot inzicht kwam. De gedoopte neemt afscheid van zijn vorig leven en begint een nieuw leven. De kerk heeft dit doopsel met water behouden maar heeft er een zalving aan toegevoegd als symbool voor de doop met de H. Geest. Johannes de Doper zegt immers die na mij komt zal dopen met de Geest”, en ook Jezus sprak tot Nicodemus: “Voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk Gods niet binnengaan” en tot zijn leerlingen sprak Hij: ga op weg en maak alle volkeren tot mijn leerlingen door hen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de H Geest”.

Naast de doop met de Geest heeft Jezus ons een nieuw teken gegeven: het gemeenschapsmaal ingesteld tot zijn gedachtenis

Dit evangelie is een vervolg op de getuigenis door de engel aan de herders “Vandaag is jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer (Lc 2;11)” en de Doper zegt “ ik getuig dat Hij de Zoon van God is”.Daarmede verwijst hij naar de identiteitsrelatie Vader-Zoon. Dergelijke getuigenis is typisch voor het evangelie van Johannes, dat begint met In het begin was het Woord en het Woord was God (Jo 1,1) en het Woord is mens geworden en heeft onder ons gewoond,...en wij hebben gezien de grootheid van de enige Zoon van de hemelse Vader.” (Jo 1;14). Johannes heeft zijn evangelie geschreven met als doel opdat wij zouden geloven dat Jezus, de Messias, de Zoon is van God” (Jo 20; 31). Voor de Joden komt dit over als een vloek. Jezus benoemen als Messias, als de Zoon van God, is ongehoord, en volgens de meeste Joden zal de Messias pas komen op het einde der tijden terwijl Jezus zegt: ....Het Heil is hier nu al onder u of  Het Rijk Gods is al begonnen.

Hoe getuigt Jezus over zichzelf?  Meestal spreekt Hij over de Mensenzoon of de Gezondene van de Vader die doet wat de Vader hem opgedragen heeft. Eenmaal spreekt Hij over zichzelf als de messias, de gezalfde, namelijk wanneer de samaritaanse vrouw bij de bron, zegt “ik weet wel dat de messias zal komen... (Jo 4; 26) en dan antwoordt Jezus “dat ben ik die met je spreekt”. Jezus gebruikt meestal de term de Mensenzoon, wat verwijst naar zijn wezenlijke gerichtheid op de evenmens. Frédéric Lenoir in zijn boekje “Socrate, Jésus, Bouddha” zegt veel bewondering te hebben voor deze “trois maîtres de vie” maar het meest voor Jezus omwille van zijn empathie, zijn zich omkeren naar de andere in plaats van het eigenbelang voorop te stellen.

In de tijd van Johannes de Doper keken de Joden uit naar de komst van een redder, een nieuwe Koning David die vijanden zou overwinnen. De Joden werden al vijf eeuwen onderdrukt door de grootmachten van het Nabije Oosten, en tenslotte door Rome. De Doper vroeg zijn toehoorders zich voor te bereiden op de komst van de redder door meer te leven volgens de Thora. Jezus echter sprak in andere termen vanuit een zo intense verbondenheid met God, dat zijn toehoorders erdoor aangegrepen werden en dit tot ergernis van de Joodse leiders. Want wat Hij op grond van zijn Godservaring verkondigde, was vaak anders dan wat zij op grond van de joodse overlevering voorstonden.

We kunnen ons afvragen waarom Jezus zich laat dopen? Om Johannes te steunen? Zeker, maar men kan het ook zien als een ommekeer in Jezus’ eigen leven, als het begin van een nieuwe richting, in zijn evolutie van mogelijks jonge timmerman in Nazareth naar een nieuwe weg omdat hij zich geroepen voelde de aanwezigheid van God tussen de mensen zichtbaar te maken. Jezus zegt dat Hij de gezondene is van de Vader, die doet wat de Vader hem opgedragen heeft. Misschien wist Hij zelf nog niet welke weg God voor Hem bereid had, en trok Hij zich daarom na de doop terug in de eenzaamheid van de woestijn om in gebed na te denken over zijn roeping.

Dit evangelie van getuigenissen kunnen wij misschien ook op onszelf betrekken. Zijn we soms niet teveel bezig met de vraag hoe anderen ons zien, in plaats van met de vraag of we wel leven volgens onze voornemens. Laten wij ons bepalen door de omgeving, door de “trend, de mode”?  Wij zijn gedoopt met de Geest, maar komt die wel tot zijn recht?  Staan wij genoeg open om God, die innerlijke bron van liefde in ons, te laten spreken, om ons te laten inspireren door zijn Geest? Proberen we zoals Jezus ons te keren tot de andere en onze verantwoordelijkheden op te nemen? We kunnen niet de ganse wereld gelukkig maken, maar laat ons beginnen met wie rondom ons leeft, met wie ons pad kruist.

TAFELGEBED: 156.    Na de communie Lied  765 Stilte nu.

 

Geloofsgetuigenis als Slotgebed:

Ik vertrouw op God, oorsprong van ons bestaan, en bron van het goede in ons.

Hij heeft zich in de wereld kenbaar gemaakt in Jezus van Nazareth, die getoond heeft hoe een rijk van recht en rechtvaardigheid voor ieder mens kan bewerkstelligd worden.

Dit bracht Hem in conflict met de heersende machthebbers, die Hem gekruisigd en gedood hebben, maar na zijn lichamelijke dood bleef Hij meer dan ooit aanwezig.

Gods Geest en Jezus’ handelen hebben zijn leerlingen dermate geïnspireerd dat zij een gemeenschap van gelijkgezinden vormden, die later kerkgemeenschap werd. 

Ik blijf vertrouwen dat deze kerkgemeenschap Jezus’ levenswijze blijvend zal bevorderen door de kracht van Gods Geest.

 

En mag ik nu aan pater Marcel vragen de Geest over ons af te smeken.

Contactinformatie

©2005-2023 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.