Vierentwintigste zondag door het jaar (2026) -Vergeving
Rik Nuytten
Wij staan recht en wij zingen het openingslied nr 104
Openingslied: Lied 104 Gegroet en gezegend - Openingswoord
Kruisteken
Laten wij deze viering beginnen in de naam van de Onnoembare, die Vader en moeder is. In de naam van jezus, die ons zijn vader heeft leren kennen op een unieke manier, en in naam van Geest, die met ons meegaat, en ons leidt naar de realisatie van het rijk van God op aarde.
Inleiding
Goede morgen,
Na het mooie fonteinfeest van verleden zaterdag, keren wij vandaag terug naar de “orde van de dag”. Wij vieren de vierentwintigste zondag door het jaar, en lezen verder uit het evangelie van Mattheus, in de a-Cyclus.
De voorgeschreven lezingen van vandaag zijn best pittig. Het gaat over “vergeven”. Er is een goede raad uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach. Dat is een tekst die rond 117 v.C. verscheen en een hele reeks korte bedenkingen bevat die Ben Sira geeft aan een van zijn leerlingen.
De tweede lezing is een korte tekst van Paulus aan de Romeinen, waarvan we in de bundel een mooie gezongen acclamatie hebben.
En het evangelie gaat over vergeven, tot zeventig zevenmaal toe. De tekst bevat een heel bijzondere wending, die mij deed nadenken over de liefde van God, en wat dit kan betekenen.
Vandaag zou ik dus willen nadenken over vergeven.
Maar laten wij eerst voor God gaan staan in onze beperktheid en ons inkeren tot overgave aan Hem.
Wij zingen het lied 412: “Wat ik gewild heb”
Kyrie: Lied 412 Wat ik gewild heb
Openingsgebed
Het is uw Naam
Die mensen nieuwe moed gaf
Om het leven aan te gaan,
Want Gij ging hen voor.Het was uw Naam
Die mensen verbond
Om te bouwen
Aan een thuis voor elkaar.Het is uw Naam
Die nog over ons
Wordt geschreven,
Als een hoopgevend woord
Om niet te versagen,
Als een genadig licht
Om niet te verdwalen.Schep ons ruimte
Voor uw toekomst.
Gun ons de lange adem
Om te bouwen
Aan een wereld waar
Uw Naam ronduit kan wonen
Ons allen tot zegen.
S. de Vries, Bij gelegenheid I, p. 188)
Lezing uit Jezus Sirach
De kern van de tekst die we vandaag horen, is dat wie op zoek is naar Gods genade bereid moet zijn om ook anderen te vergeven.
Ook wrok en woede zijn afschuwelijk,
een zondig mens geeft eraan toe.
Wie wraak neemt, zal de wraak van de Heer ondervinden,
de Heer zal zijn zonden zeker niet vergeten.
Vergeef je naaste het onrecht dat hij deed,
dan worden, als je bidt, ook jou je zonden vergeven.
Hoe kan een mens die woede koestert tegen een ander
bij de Heer om verzoening vragen?
Hoe kan een mens die geen erbarmen heeft met zijn medemens
bidden om vergeving voor zijn eigen zonden?
Je bent maar een mens: als je in je woede volhardt,
wie zal dan je zonden vergeven?
Denk aan het einde en wees niet langer vijandig,
denk aan je dood en vergankelijkheid, en houd je aan de geboden.
Denk aan de geboden en koester geen wrok tegen je naaste,
denk aan het verbond met de Allerhoogste en zie fouten door de vingers.
Inleiding op de tweede Lezing:
De tweede voorgeschreven lezing van vandaag komt uit de brief van Paulus aan de Romeinen. Het is een tekst die we goed kennen. “Niemand leeft voor zichzelf”. Ik stel voor dat we dit zingen, in plaats van naar de tekst te luisteren.
Zingen wij lied 411.
Lezing: Lied 411 Niemand leeft voor zichzelf
Rom. 14,7-9
Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, wij zijn van de Heer. Immers, Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden.
Evangelie
Mat. 18,21-35
Daarop kwam Petrus bij Hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.
Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die afrekening wilde houden met zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van zijn mededienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij greep hem bij de keel en zei: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je terugbetalen.” Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. De andere dienaren hadden gezien wat er gebeurde. Ze waren zeer ontdaan en gingen naar hun heer om hem alles te vertellen. Daarop liet de heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Had jij dan geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden had met jou?” En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de folteraars gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’
Homilie
Het evangelie is best een pittige tekst die we hoorden. We kennen allemaal situaties waar vetes en ruzies jarenlang blijven bestaan. Dit gebeurt tussen volkeren, in de hele maatschappij, maar ook in heel nauwe contacten tussen mensen. De algoritmes van sociale media hebben dit eigenlijk nog aangescherpt.
In hoeveel families zijn er broers en zussen, ooms en tantes die niet door eenzelfde deur kunnen, en waar er heel voorzichtig moet gepland worden om te kunnen samenkomen bij familiebijeenkomsten? Daarbij is het vaak zo, dat de oorzaak van de vetes in een ver verleden ligt en eigenlijk niet meer kan verklaard worden.
Vergeven is eigenlijk niet zo makkelijk. Bij het lezen en nadenken over deze tekst moest ik denken aan regelmatig terugkerende opmerkingen van slachtoffers van misdaden die vinden dat de straf nooit streng genoeg kan zijn. Recentelijk nog in het geval van Freddy Horion die sinds 1980 opgesloten is en nu werd opgenomen in een psychiatrisch zorgcentrum. Blijkbaar is het voor veel mensen nooit genoeg. Maar daartegenover staan mensen die uit hun diepste verdriet de kracht halen om iets positiefs te doen. Hoe het aangedane onrecht wordt aangepakt verschilt dus sterk.
De vraag die Petrus stelt in het evangelie is dus een heel terechte en pragmatische vraag, waar hij een antwoord van de meester voor verwacht. En zoals zo vaak in het evangelie gaat Jezus een onverwachte toer op. Hij verhoogt de inzet uit de vraag van Petrus, en voegt daar dan een heel straffe gelijkenis aan toe.
Vergeven is niet makkelijk. Als je je te kort gedaan voelt, kan je helemaal blokkeren en niet reageren zoals het hoort. Je kan je daar schuldig voor voelen. En je kan ook jarenlang een wrok meedragen over iets wat je vindt dat je werd aangedaan. Het is gemakkelijk te zeggen dat je het verleden moet laten wat het is, en naar de toekomst moet kijken, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. En er zijn mensen die kunnen vlotter iets kunnen loslaten. Daarnaast zijn er mensen die zich blijven vastbijten in wat zij vinden dat hun werd aangedaan.
Het tweede deel van het evangelie is eigenlijk nog straffer. Het gaat om het vergeven van een astronomische schuld. Het bedrag van honderd denarie is zelfs naar onze maatstaven met hyper-rijken onvatbaar hoog. Je zou denken dat de man na de kwijtschelding gelukkig en opgewekt zou zijn, en uiterst mild met zijn medemensen zou omgaan. Maar niets van dat! Hij blijft op een wraakroepende manier optreden.
Hoe moet je dit interpreteren? Waarschijnlijk is één van de sleutels, dat onze schuld tegenover God oneindig veel groter is dan wat wij anderen verschuldigd zijn. En daar staat tegenover dat God heel genereus is om onze schuld te vergeven.
Ik denk niet dat vergeven, gelijk staat met vergeten. Het is niet zo dat er zomaar de spons kan worden geveegd over wat verkeerd is gegaan. Er moet inkeer zijn, en de wil om het goed te maken. En van de andere kant moet er bereidheid zijn om het “goedmaken” te laten gebeuren. Blijven hangen in de wrok en het verongelijkt voelen is een grote oorzaak van lange vetes.
En ik denk dat we het antwoord van Jezus kunnen zien dat je niet met iets te doen God genoegdoening geeft. Het gaat om een geschenk dat je leven in zijn totaliteit raakt en daarop kan je enkel maar antwoorden met erkentelijkheid, met dankbaarheid en het bezingen van Gods goedheid. In feite gaat het om liefde voor de medemens, ook voor jezelf.
Is dat niet de kern van de boodschap van Jezus? God heeft een oneindige en onuitputtelijke liefde voor ons, en Jezus roept op om de liefde te delen zonder bijbedoelingen of voorwaarden. Je maakt er geen handelstransactie van. Je aanvaardt die, en beheert die naar best vermogen. Als we willen werken aan het rijk van God op aarde, zal liefde en vergeving altijd een belangrijke voorwaarde zijn.
Laten wij bij het einde van de woorddienst, dit uitzingen in het lied 527, Leer van de liefde
Lied 527 Leer van de liefde
Offerande
(Acclamatie 149B)
Tafelgebed
Tafelgebed: 153 "Verschenen is de mildheid"
Onze Vader
Slotlied
Aankondiging:
Als slotlied zingen wij De schitterende tekst van Oosterhuis, in het lied “Uit staat en stand”. Marcel vertelde mij dat Oosterhuis dit schreef na lezing van het werk van meester Eckhardt. Laten wij dit uit volle borst zingen, hoe wij ook streven naar het loskomen van onze beperktheden. lied 583.
Lied: 583 “Uit staat en stand”
Wegzending en zegen
