Vul deze velden in en aanvaard de voorwaarden en privacybeleid

260809 Kom. Ik ben er.

19e zondag door het jaar (2026) Kom. Ik ben er.

Frank Cuypers

(Gongsignaal als inleiding)

Kruisteken

Goedemorgen beste mensen. Gedoopt zijn wij in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.Welkom op alweer een zomerse zondag. Gisteren was het feest van Dominicus. Marcel heeft dan telkens afspraak in Genk. We hebben dus de kapel voor ons….en maken er samen een mooie gebedsdienst van. Wij zingen samen het openingsvers 101 – Heerlijk is het te loven de Heer.”…

Intredelied nr. 101: "Heerlijk is het te loven de Heer"

Het is zinvol en mooi om de ochtend te beginnen met een buiging te maken voor Hem die we belijden als de levende God, de kracht die ons overeind houdt en diepte en bestemming geeft aan ons leven. Ook het evangelie dat we straks zullen beluisteren eindigt met: ‘allen bogen voor Hem neer en zeiden: U bent waarlijk Gods Zoon.’In het buigen, het ten hemel heffen van onze handen, in knielen of mooi recht zitten drukken we meer dan met woorden in heel ons lichaam uit dat weverwachtende zijn, gereed om het heilige te ontvangen.Laten wij in die geest deze morgen beginnen en bidden tot God.

Gebed: (naar psalm 69)

Red mij, God
ik zink weg in bodemloos slijk
en vind geen grond voor mijn voeten,
ik ben in diep water geraakt, de stroom sleurt mij mee.
Uitgeput ben ik van het roepen,
Mijn keel is schor geschreeuwd,
Mijn ogen zijn verzwakt
Van het uitzien naar mijn God.

En nu Heer, richt ik mijn gebed tot u
Laat dit een uur zijn van mededogen.
Groot is uw ontferming, God, antwoord mij,
Toon uw trouw en red mij.

Lofzang nr. 115 – Bidden wij over dit huis

Openingsgebed

Ik open mij
Voor U, mijn God,
Opdat uw Geest kan dalen
En in mij worden
Tot mijn eigen adem.
Ik open mij
Opdat uw kracht
Van wat U blijft bewegen
Mij richting geeft.
Ik open mij
Opdat uw wind
Mij schonen zal
In alle hoeken van mijn hart,
Tot in de diepten
Waar ik zelf niet ga.
Ik open mij
Opdat uw liefde
Mij bezielen zal
En zo uw eigen Geest
In mij de woorden vindt
Waarmee mijn hart en ziel
Over uw schepping waken. (S. de Vries, Het rijk alleen, p.321) 

Inleiding

Je hoort – bij weer eens een incident aan een waterplas of al of niet bewaakte zwemzone – dat de jeugd van vandaag helemaal niet goed meer kan zwemmen. Ik was destijds mijn tijd al ver vooruit: ik heb nooit goed leren zwemmen en ik kan het vandaag nog altijd niet goed. De angst van Petrus komt mij dus heel bekend voor, en de drang om– in lichte paniek – naar iets of iemand nabij te grijpen herken ik volledig. Tot nu toe is alles altijd goed afgelopen. Redding was steeds binnen handbereik.De angst van Petrus ervaar ik soms ook op andere momenten in mijn leven. En ook op die momenten was, en is, houvast – op één of andere wijze – steeds nabij. De evangelietekst van Matteüs vandaag is dan ook één van mijn favorieten. Er zijn in die tekst ook nog andere zaken die mij fascineren. De vanzelfsprekendheid waarmee Jezus over het water loopt intrigeert mij reeds lang. Waarom dit wonder? Niet om iemand te redden. Het lijkt alsof Hij gewoon de snelste weg naar de boot met de apostelen wil nemen. Met een vanzelfsprekendheid zoals wij de auto of de fiets nemen. 
Is dit een verhaal over een mirakel? Of heeft Matteüs een andere bedoeling? Wij luisteren naar de tekst. 

Evangelietekst

Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst. Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’ Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’

Lied 214 – Op een God die door de eeuwen 

Homilie

We blijven Jezus volgen op weg naar Jeruzalem. Dit hoofdstuk van Matteüs begon met de onthoofding van Johannes de Doper. Toen Jezus dat te horen kreeg, wilde Hij zich terugtrekken op een eenzame plek. Maar de mensen volgden hem, en Jezus heeft medelijden met hen. Hij geneest hun zieken, en zij krijgen te eten. Ondertussen blijft de dood van Johannes Jezus bezighouden. Het is voor Hem als een profetie. Hij ziet zijn eigen dood naderen. Daarom wil Hij de berg op en bidden. 

Het is nacht en donker, de berg is de ideale stille plek en het ideale moment voor een ontmoeting met God. Jezus geeft er zich helemaal over aan zijn Vader, omdat Hij geconfronteerd wordt met de ultieme beproeving: zijn kruisdood. En daar, op de berg, in zijn nachtelijk gebed, overwint Hij reeds de dood; in gebed met zijn Vader, gaat Hij de confrontatie aan met de macht van de duisternis, de macht van zonde en Jezus volbrengt waartoe God Hem heeft gezonden. Alle weerstanden die er zijn of kunnen zijn, die zich opstapelen, die zelfs grip op zijn leerlingen krijgen, heeft Hij die nacht, daar op de berg reeds overwonnen. 

Als Hij daarna van de berg afdaalt, loopt Hij naar de overkant, waar ook zijn leerlingen naar op weg zijn. En Hij loopt over het water. Water is teken van leven en dood. Overal in de Bijbel kom je water tegen, vanaf de schepping als de Geest over de oerzee zweeft, naar Noach met de zondvloed, naar Mozes en het volk als het droogvoets door de zee gaat, naar het doopsel van Johannes en het doopsel van Jezus. Dat Jezus over het water loopt betekent dat Hij de dood trotseert. En dat niets, geen goede of kwade macht, niets wat er zich dan afspeelt of wat er nog gaat komen, hem zal kunnen weerhouden van de voltooiing van zijn zending.

Ondertussen worden de leerlingen, in een gammel bootje, geteisterd door lastig weer. Zij voelen zich verlaten, bedreigd door storm en ontij, nu hun leider en vriend er niet is. En wanneer Jezus over het water naar hen toeloopt, herkennen ze Hem niet, integendeel, ze menen een spook te zien. En zij beginnen van angst te schreeuwen. Waarom raakten zij van streek? Het lijkt op wat er gebeurt na de verrijzenis van Jezus: Maria Magdalena herkent Jezus pas als Hij haar naam noemt. En de Emmaüsgangers zijn bijna een dag onderweg met Jezus, maar ze herkennen Hem pas tijdens het avondmaal, bij het breken van het brood 

Het is pas als Jezus hen toespreekt en zegt: “Wees gerust, Ik ben het. Vreest niet”, dat hun angst wordt overwonnen. In het Grieks staat er “egô eimi” – ‘ik ben’. Jezus zegt dus niet eventjes “ik ben er” maar hij gebruikt de woorden uit het verhaal van het braambos, waar God tot Mozes zegt “Ik ben”. Dezelfde God die ooit zei “Ik ben die er zal zijn, ik heb het geschrei van mijn volk gehoord”. Diezelfde God spreekt door Jezus tot de leerlingen en zegt “vrees niet, ik ben”.

Bij het horen van Jezus’ stem durft Petrus naar Jezus toe te gaan. Hij durft het water, de dood, te trotseren, Hij durft zijn zending aan te nemen. Maar als hij zijn blik niet meer op Jezus richt, zijn oor niet meer keert naar zijn stem, als hij vooral het gieren van de storm hoort en kijkt naar de hoogte van de golven, dan krijgt de angst weer grip op hem. Hij komt weer in de macht van de dood en zinkt weg naar de onderwereld. Petrus hervalt in zijn realisme en zinkt. Maar opnieuw treedt Jezus op. En zoals Hij de lamme bij de hand pakte, zo neemt Hij Petrus bij de hand en trekt hem omhoog. Petrus, de overmoedige, de openhartige maar ook laffe volgeling, die de hoeksteen wordt van de jonge Kerk.

Zo komen we bij ons bootje terecht, in de woelige golven van het leven. Golven van onzekerheid en angst, die ook de wereld en de maatschappij verbijsteren. In die chaos klinkt ook voor ons vandaag een stem: “Kom. Ik ben er”. Een uitnodiging om te geloven en te vertrouwen.  Altijd weer komt Hij ons tegemoet in de stroom van ons leven, zeker als die stroom een storm is geworden. Dan is Hij ons nabij, en reikt Hij zijn reddende hand om ons te helpen. De Heer is nooit meer dan een armlengte van ons verwijderd.Amen.

Geloofsbelijdenis nr4 (Zangbundel nr 148)

Ik geloof wat in alle toonaarden al eeuwen over U is uitgezongen: 
dat Gij de” Onnoembare” en “Nabije” zijt in één
dat Gij “Liefde” zijt en niet alleen wilt blijven 
dat Gij tegelijk ”Vader” en “Moeder” zijt, 
levensbron van heel de schepping. 

Ik geloof wat Gij van in den beginne elke mens hebt ingefluisterd: 
dat Gij mij zoekt nog vóór ik om U roep 
dat mijn kern door Uw intimiteit is aangeraakt 
dat Gij mij in mijn onvolkomenheid 
altijd weer omarmt. 

Ik geloof wat Gij ons in Jezus hebt aangezegd: 
dat Hij beeld is van de mens naar Uw hart 
dat Hij Uw woord is, onomkeerbaar naar ons gesproken 
dat Hij Uw belofte is dat van de liefde niets vergaat. 

Ik vertrouw erop 
dat Uw openbaring zich ook vandaag nog ontvouwt. 
Ik vertrouw erop 
dat Uw Geest ons de weg toont 
naar de realisatie van Uw koninkrijk. 
Ik vertrouw erop 
dat Uw kerk zich steeds weer bekeert 
om daar dienaar van te zijn. 
Ik vertrouw erop 
dat Uw genade en mededogen 
ons blijvend vergezellen. 

Amen!

Offerande(+ muziek: CD Rosary Sonatas - De Koninck - Nakamura - Herr Jesu Christ, dich zu uns wend - BWV 655 - track 9) 

Uitnodigen tot het Onze Vader

Laten wij zoals elke zondag samenkomen rond het altaar en samen het Onze Vader zingen.
Verbonden door ons geloof, gedragen door Gods barmhartigheid, gesterkt door Christus’ vrede, heffen we onze handen ten hemel en zingen samen het gebeddat Jezus zelf aan zijn leerlingen heeft gegeven.

Onze Vader(Onze Vader)

Inleiding tot de vredeswens

Wij wensen elkaar vrede toe.
En wij doen dat
in verbondenheid met alle mensen
veraf en dichtbij 
opdat Gods droom 
over vrede op aarde
werkelijkheid mag worden. 

(Vredeswens wordt gedeeld)

Inleiding tot de communie

Jezus
Dank dat gij ons samenbracht rond Uw woord
Rond het breken van het brood
In bidden en zingen
Zo verdiepen we onze verbondenheid met U 
Gij gaat ons voor in liefdevolle eenheid met de Vader,
Dank u dat Gij altijd bij ons zijt
Dank dat Gij er zijt als we uw hulp vragen
Wij openen ons hart voor u en laten het volstromen met liefde
In geven en ontvangen
In lief en leed.
Dank dat gij ons laat opengaan in liefde en wijsheid,
In vergevensgezindheid en geduld.

Zalig zijn wij nu wij genodigd worden aan uw maaltijd.

Communie (+ muziek: Vivaldi - Gloria RV589 – Domine Deus – CD 35 – track 12)

Communielied 567 – Vleugels van vertrouwen 

Slotgebed

Gij die zijt
de wachtende,
veel meer God
dan iemand zich kan denken,
die niet onderwerpt,
niet dwingt, niet ingrijpt,
maar geen mens laat vallen.
Strek uw hand
naar allen, levend
in de schemering van vrees en vragen.
Laat uw stilte
en de oerzee van uw woord
ons dragen.
Dat wij ingenomen worden
door de zachte moed van het vertrouwen.

Om wie Gij zijt,
eerste en laatste woord.
De Enige.

Amen.(Kris Gelaude)

(Medelingen)

Zegenmoment

We besluiten deze viering met elkaar te zegenen. Wij zingen samen lied 197… 

197 – Moge de zegen van God op je rusten 

Afronden

Heel erg bedankt om samen te vieren; nog een hele mooie zondag voor ieder van jullie.

Contactinformatie

©2005-2024 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op de QR code hieronder te houden kan je met je bank app op je smartphone een betaling doen aan de Kapelgemeenschap Filosofenfontein vzw. Vul het bedrag in, en keur goed.

QR_code_betalen_zwart_wit.png