Vul deze velden in en aanvaard de voorwaarden en privacybeleid

260712 Ontvankelijkheid

15de zondag door het jaar (2026). Ontvankelijkheid 

Lut Saelens

Openingszang: 568 Wij zoeken U 

Begroeting en inleiding tot de viering

In het evangelie van vandaag lezen we over de gelijkenis van de zaaier. Het toeval wil dat 3 jaar geleden die zaaier ook al op mijn pad kwam bij het voorbereiden van een viering. Toen werd ik vooral getroffen door de gulheid van de zaaier die maar blijft zaaien, ook als een deel van het zaad geen vrucht brengt. Een troostende gedachte. 

Deze keer ging mijn aandacht naar wat er allemaal met dit zaad kan gebeuren en vooral dan naar wat er nodig is opdat het zou wortelschieten. Die invalshoek is voor mij meer confronterend: hoe ga ik om met Gods woord en de manier waarop zich dit aandient op mijn levensweg? Hoeveel kansen heb tot groei heb ik gegrepen en hoeveel heb ik gemist? 

De parabel van de zaaier sluit mooi aan op de boodschap uit het evangelie van vorige zondag die Marcel voor ons toelichtte: de Blijde Boodschap is er voor de nèpioi, de armen van geest, de verloren zoon, het afgedwaalde schaap... En het gaat daarbij niet zozeer om een bepaalde sociale groep, maar om de mens die zich herkent in deze personen. Die zijn er blijkbaar het meest ontvankelijk voor.

Hierbij schoot mij een fragment te binnen uit een boek van Jean-Yves Leloup een theoloog en schrijver die vooral bekend is in het Frans taalgebied. In zijn autobiografie L’Absurde et la Grâce, beschrijft hij de volgende scène: hij zit zich op te warmen in een hoek van een café alleen, uitgeput, zonder richting, in een toestand die hij zelf omschrijft als dakloosheid van het lichaam én van de ziel. Hij verwacht niets meer van de wereld. En dan: een vrouw die hij niet kent, zet zonder woorden een warme kop koffie voor hem neer. Hij beschrijft hoe dit eenvoudig, menselijk gebaar een existentiële schok, een kanteling betekende die zijn leven uit de duisternis tilde. Voor mij een beeld van wat een klein zaadje, een klein gebaar kan betekenen voor wie er op het juiste moment ontvankelijk voor is. 

Lied 139 Wees Gij het woord, Gij de stilte.

Gebed voor ontvankelijkheid

Eeuwige en Nabije God, wij zijn hier bijeen in Uw licht, met open handen en zoekende harten.
Laat Uw woord in ons ontkiemen, zoals zaad in goede aarde. Laat het wortel schieten in stilte, in vertrouwen, in overgave.
Maak ons ontvankelijk voor de weg die Gij ons toont. 
Laat ons U herkennen en vinden in de kleine dingen, in de mensen die wij ontmoeten, in alles wat op onze weg komt.
Leer ons ontvangen in dankbaarheid en deemoed en met een open hart, in contact met onze eigen kwetsbaarheid.
Laat Uw mildheid ons raken waar wij gesloten zijn, Uw licht ons vinden waar wij in duisternis leven, Uw vrede ons vullen waar wij onrustig zijn.
Neem alles weg wat ons van U afsluit, en vul de ruimte die ontstaat met Uw licht, Uw wijsheid en Uw liefde opdat ook wij op onze beurt kunnen een goede zaaier zijn in liefde voor elkaar. Amen

Lied 517: Als regen die de aarde drenkt. (voor het evangelie)

Matteus 13, 1-23 (Marcel)

Homilie:

De gelijkenis van de zaaier spreekt mij bijzonder aan omdat ze gaat over wat in essentie gebeurt tussen God en de mensen, maar ook in de relatie tussen de mensen onderling. God zaait zijn goedheid en wijsheid met gulle hand. Hij voorziet ons van wat we nodig hebben om open te bloeien en tenvolle tot leven te komen. Zijn Woord toont ons de weg, maar Hij spreekt ook via de mensen die we ontmoeten en alles wat er in ons leven gebeurt, de goede momenten, maar ook de perioden waar alles tegenzit.  Hij is voortdurend aanwezig en aan het werk in ons leven. Maar de milde zaaier laat ons vrij om daarmee om te gaan zoals wij dat willen. En Hij is geduldig. Want soms moeten we nog een gans proces doormaken voor we in staat zijn te ontvangen wat ons bij het echte leven brengt en ons doet openbloeien. Soms laten we ons afleiden door allerlei stoorzenders die ons op een doodlopende weg brengen. Soms hebben we nog te veel verdriet om getroost te kunnen worden, soms zijn we nog te kwaad om een ekskuus te kunnen aanvaarden, soms zitten we nog te veel vast aan ons grote gelijk om te kunnen openstaan voor wat niet past in ons verhaal. Of we kunnen moeilijk accepteren dat we kwetsbaar zijn en hulp nodig hebben. Een grote uitdaging voor wie ouder wordt. Soms is ons hart zo verhard en verbitterd dat niets nog kan binnenkomen. Zo erg dat het echte leven uit ons wegkwijnt zoals het zaad verdort als het op een rots of op de weg valt. 

Opdat het zaad zou kunnen ontkiemen is er niet alleen de authentieke, onvoorwaardelijke liefde nodig waarmee het wordt uitgestrooid, maar ook de deemoed en het open hart van de ontvanger, een verbinding in volle authenticiteit tussen wie geeft en wie ontvangt. Wellicht is het dat wat er gebeurde tussen Jean-Yves Leloup en de vrouw die hem het kopje koffie aanbood dat hem terug tot leven wekte.  Het gebaar van de vrouw is onverdiend, ongevraagd, zonder bedoeling: dat is voor hem de eerste ervaring van genade: iets goeds dat verschijnt zonder dat je er recht op hebt. Hij schrijft dat hij zich voor het eerst in lange tijd gezien voelde, niet als een mislukkeling, niet als een dakloze, maar als een mens. Een tas koffie wordt zo een teken: je bestaat nog, je bent het waard dat iemand je iets geeft. Maar het gebaar van de vrouw werkt omdat Leloup het ziet. De ommekeer gebeurt niet door het gebaar zelf, maar door de aandacht die het wakker maakt: een moment van aanwezigheid, waarin het hart opnieuw kan reageren en weer tot leven komt. Leloup ervaarde dit kleine gebaar als komend uit een bron die groter is dan de persoon die het gebaar stelde. Voor Leloup begint spirituele ommekeer niet met dogma’s, maar met aandacht. In dit geval voor een klein menselijk gebaar waarin God zich openbaart.

Pas als ik datgene wat op mijn weg komt kan zien, horen en voelen als een teken van Gods liefde en in volle deemoed kan ontvangen ben ik meer in staat tot het doorgeven van die onvoorwaardelijke liefde, in volle authenticiteit en overgave. Kunnen ontvangen als essentiële voorwaarde om belangeloos te kunnen geven. Geven vanuit ons hart. Vanuit de verbinding met onze eigen kwetsbaarheid de andere ontmoeten in zijn/haar kwetsbaarheid. Wellicht zijn enkel op die manier authentieke relaties mogelijk. Kunnen zaadjes die we zaaien ontkiemen en levengevend zijn. Amen

149B Heer zegen dit brood en de wijn

Groot dankgebed 158 Gij die mij aankijkt.

Na de communie: 523 Ontroer mij, ontvouw mij

Slotbezinning: Mens zijn is een herberg-Roemi

Mens-zijn is een herberg, 
Elke ochtend arriveert er een ander, 
Een vreugde, een depressie, een laagheid, 
Een moment van bewustzijn daagt op 
Als een onverwachte bezoeker. Verwelkom en vermaak ze allen! 
Behandel iedere gast met eerbied, 
Al is het een schare verdriet 
Die je huis heftig 
Van zijn meubilair ontdoet. Misschien ruimen ze je huis leeg 
Voor een nieuwe verrukking, 
De donkere gedachte, 
De schaamte, 
De boosaardigheid… 
  
Treedt ze met een lach, bij de deur, tegemoet 
En noodt ze binnen. 
Wees dankbaar voor wie er komt; 
Ieder van hen is immers gezonden 
Als een leidsman van boven… 

Zegen

Contactinformatie

©2005-2024 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.