Vul deze velden in en aanvaard de voorwaarden en privacybeleid

260614 Gezonden om de Blijde Boodschap te brengen

Elfde zondag door het jaar (2026) - Gezonden om de Blijde Boodschap te brengen 

Rik Nuytten

Openingslied:                       Lied 395 Wat altijd is geweest

Inleiding

Beste mensen,

De woorden van het openingslied dat we juist gezongen hebben, komen mij een beetje naïef en onrealistisch over. Ze passen beter bij de tijd van het rijke Roomse leven, zoals Marcel dit verleden week in zijn inleiding beschreef, toen de kerk en de christelijke geplogenheden de hele westerse maatschappij doordesemden. 

Ook het evangelie van vandaag doet mij terugdenken aan die tijd. Het is een paragraaf uit Matheus, waar Jezus zegt dat de oogst groot is en er weinig arbeiders zijn. 

Ik herinner mij hoe in mijn parochiekerk achteraan twee borden hingen met foto’s van priesters en religieuzen die uit de parochie kwamen, één met de lokale priesters en religieuzen, en een tweede met de foto’s van missionarissen uit de parochie. Er was een missienaaikring, missiezondag werd uitgebreid gevierd, en als missionarissen uit verlof kwamen deden ze een omhaling om hun apostolaat financieel te ondersteunen. Dat is nu helemaal verdwenen. Er is een groot tekort aan priesters, en zij die er nu nog bij komen zijn zeldzaam en behoren vaak tot een groep met een hang naar de kerk van voor het concilie. En het discours over het werk van missionarissen wordt volledig overschaduwd door de misdaden van het kolonialisme! Ook hier is er een complete omslag gekomen in de tijdspanne van mijn mensenleven.

En toch denk ik dat de oogst gigantisch groot is, en dat er weinig arbeiders zijn om daar mee om te gaan. Misschien moeten we daar op een andere manier naar kijken, en er minder triomfalistisch, maar diep bijbels geïnspireerd mee aan de slag gaan. 

Daarover zou ik in deze viering wat willen mijmeren, en hopelijk wat perspectief brengen.

Maar laat ons eerst stil worden, en de zegen van de Heer afsmeken in het lied 111: “Kyrie eleison”

Kyrie:                                     Lied 111 Kyrie eleison

Openingsgebed

Ik wend mijn hoofd en mijn hart
naar de bron van het licht:
U zoek ik
vanuit mijn duister.

Verschijnt mij uw licht,
dan worden de schaduwen scherper,
dan wordt zelfs het duister mij helder,
dan wordt mij de nacht
als de dag.

Geef mij opnieuw 
de dageraad van uw toekomst.
Herroep mijn verleden
en noem mij met nieuwe namen.
Ontsteek nieuw vuur
in oude woorden
en rakel met de adem van uw Geest
de hoop in mij op.
Amen.                        (Sytze de Vries)

Inleiding op het evangelie

Vandaag hervatten wij de lezingen uit het evangelie van Mattheus. In de paastijd werd er uit Johannes gelezen, maar nu zijn we weer in de vertrouwde cyclus van het kerkelijk jaar. Wij weten dat Mattheus schreef voor bekeerde joden, en dat zal uit de tekst duidelijk blijken. Na de lezing zingen wij lied 581: Zoals ik zelf gezonden ben.

Lezing

Mt 9, 36 - 10, 8

Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze uitgeput en hulpeloos waren, als schapen zonder herder. Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’

Daarop riep Hij zijn twaalf leerlingen bij zich en Hij gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen.

Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, 4Simon Kananeüs en ten slotte Judas Iskariot, die Hem zou uitleveren.

Dit waren de twaalf die Jezus uitzond, en Hij gaf hun de volgende instructies: ‘Neem niet de weg naar de heidenen en ga geen Samaritaanse stad binnen. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël en verkondig hun dat het koninkrijk van de hemel nabij is.

Lied 581:                   “Zoals ik zelf gezonden ben”

Homilie 

De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Je kan deze tekst lezen alsof jezus maar twaalf leerlingen aanduidt om zijn werk uit te breiden. Dit werd in het verleden in kerkelijke kringen gebruikt om bepaalde rechten (en macht) te geven aan uitverkoren en gewijde personen. Toch denk ik dat de tekst symbolisch is, en een oproep is naar ieder van ons om in de wijngaard van de Heer actie te ondernemen. 

Als Mattheüs spreekt over twaalf apostelen dan heeft hij daarmee duidelijk een bedoeling. Hij schreef immers voor joodse gemeenschappen die zich tot het christendom hadden bekeerd. In hun denkwereld noemt hij het getal twaalf verwijzend naar de twaalf stammen van Israël. Want, zo denkt hij, hier groeit het nieuwe Israël (bij Lucas is er vb. sprake van 72 gezondenen). Daarom ook zegt Mattheüs om niet naar de heidenen te gaan, want tussen de afgescheurde Samaritanen en de joodse gemeenschap was een diepe kloof. 

Het valt echt op dat bij Matheus Jezus tijdens zijn aardse leven zijn leerlingen opdroeg om alleen naar de 'verloren schapen van het volk Israël' te gaan. Pas vlak voor zijn lijden en kruisdood wordt in het Matheus evangelie de deur opengezet voor alle heidense volken. Eerst beperkte hij zijn zending tot het joodse volk, en pas later breidde hij dit uit naar alle volkeren. Of het te maken heeft met een groeiend inzicht van Jezus of dat het een constructie is van Mattheüs is niet duidelijk.

Terwijl in het Lucas-evangelie precies de barmhartige Samaritaan wordt geprezen. En in Handelingen staat dat de Heilige Geest aan iedereen wordt gegeven die wordt gedoopt, en er staat uitdrukkelijk dat men de blijde boodschap moet uitdragen in Judea, Samaria en tot in de uithoeken van de wereld. 

Ik lees de oproep van Jezus als: iedereen wordt geroepen om zoals Jezus het Grote Nieuws te verkondigen. Door te helen en te genezen kunnen we aantonen wat dat blijde van die boodschap concreet kan betekenen. Ik vind dat dit ook voor ons geldt.

Hoe vaak hebben wij het niet in onze vieringen over de nood aan spiritualiteit in de maatschappij? Is dat niet een beschrijving van een grote nood? En kunnen we niet meer arbeiders gebruiken in de wijngaard om mee te werken aan die oogst?

Ik denk dat het menselijk is om je af te vragen of je niet moet voldoen aan bijzondere kwaliteiten om die zending waar te maken? Moet je niet gestudeerd zijn, heb je wel de gave van het woord, kun je een debat voeren, heb je wel leiderskwaliteiten? Er zijn zoveel argumenten om niet in beweging te komen.

Maar kijk daarentegen eens naar het stelletje ongeregeld dat Jezus kiest. Welke criteria zou Hij wel hebben aangelegd? Het is menselijk en van alle tijden, om voor een bepaalde opdracht de beste, de slimste, en de meest bekwame figuren te kiezen. Maar Jezus’ leerlingen? Twee keer twee broers zijn arme, ongeletterde vissers, een ander is een collaborateur met de Romeinen, één zit in het gewapend verzet, een ander zal Hem later verraden. Blijkbaar koos Jezus op een heel andere basis. Misschien had Hij maar één norm: of ze bereid waren te leven en te spreken zoals Hijzelf deed. Dus moet je niet zoeken om er persoonlijk succes mee te hebben. Maar je moet je leven delen in alle eenvoud, met degenen voor wie je omgaat, en je vooral bekommeren om wie treuren, onrecht en vernedering doormaken. Je moet mensen weer de adem van het leven laten aanvoelen. 

Zo zullen verschillende gemeenschappen groeien, omdat elke gezondene andere accenten zal leggen. Zo groeien vanuit verschillende charisma’s andere vormen van engagement. 

Is dit niet wat wij in deze gemeenschap doen met onze verscheidene voorgangers en werkgroepen, die allemaal zingen en spreken zoals ze gebekt zijn? Ik vind dit een grote verrijking. En laten we in ’s hemelsnaam toch niet bekommerd zijn als het eens wat minder is: laat ons vertrouwen op de Geest, die ons wel zal ondersteunen. 

Dit evangelie lees ik als een krachtige oproep om zelf in actie te schieten, ik, in mijn persoonlijke situatie, door oog te hebben voor de mensen rond mij, edoorn mij in te zetten voor wat echt van belang is: vrijheid en vrede voor alle mensen van goede wil.

Op die manier werken wij aan een nieuwe aarde, aan het Rijk van God, waar wij doen wat moet gedaan worden, allen recht doen, naam voor naam.

Zingen wij dit tot slot van deze woorddienst in het lied 364: Om te zien een nieuwe aarde

Amen

Lied 364        Om te zien een nieuwe aarde

Offerande 

                                               (Acclamatie 149B)

Tafelgebed

Tafelgebed: 168 "U zingen wij dank"

Onze Vader

Slotgebed

“Verkondig op je tocht:
het koninkrijk der hemelen is op handen.
Genees zieken,
Wek doden op,
Maak melaatsen rein,
Drijf demonen uit.”
Zo hebt Gij, Jezus, gesproken tot uw leerlingen.
Zend daarom ook ieder van ons
Om uw tederheid en menslievendheid door te geven.
Geef ons de krachtDe hemel op aarde te brengen
En elkaar te dragen in liefde en overgave.
En blijf bij ons
Opdat die taak ons niet te zwaar valt
En Gij kunt worden: Alles in allen.           (Marcel Braekers: Juni 2005)

Slotlied 

Lied: 564       Gehoord van mensen

Wegzending en zegen

Contactinformatie

©2005-2024 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.