Sacramentsdag (2026) Over breken en delen
Marcel Braekers
Openingszang 568 wij zoeken U
Begroeting
In 1965 deed ik mijn noviciaat in ons klooster in Gent en op sacramentszondag werd van ons verwacht dat we in vol ornaat zouden meestappen in de processie die dwars door Gent trok. Eerst de misdienaars, dan de schoolkinderen, de verenigingen met hun vaandels, vervolgens de groepen van religieuzen (franciscanen, augustijnen, dominicanen, zusters van liefde, enz.) dan de kanunniken en uiteindelijk de bisschop met het heilig sacrament. Wij weigerden mee te stappen, omdat we het een show vonden die stilaan was achterhaald.
Als ik daar nu naar terugkijk kan ik alleen maar vaststellen welk een enorme omslag in onze samenleving heeft plaats gevonden. Stel je voor dat vandaag Leuven zou worden stilgelegd voor een processie, ik denk dat er met eieren zou worden gegooid (voor Brugge en de heilige bloedprocessie willen we een uitzondering maken omdat het toeristisch interessant is). Een wereldkampioenschap wielrennen of een marathon tot daar.
De folklore is niet alleen verdwenen, ook de betekenis van de heilige hostie is grondig veranderd. Alleen in enkele religieuze centra bestaat er nog zoiets als eeuwige aanbidding. En de plaats waar de geconsacreerde hosties worden bewaard (het tabernakel) is niet meer zo heilig. Onlangs vroeg me iemand waarom er altijd dat lampje in dat rode glas staat te branden. Het besef van Aanwezigheid van het goddelijke is grondig veranderd.
Wanneer we dus vandaag sacramentszondag vieren dan gebeurt dat in een grondig veranderde wereld. Het brood dat we breken wordt verbonden met het leven dat we delen, zowel met elkaar als met de levende Christus onder ons. De eerbied voor het heilige beleven we in het delen van de gaven. Over die andere visie op eucharistie en aanwezigheid van Christus en het heilige gaat deze woorddienst.
Openingsgebed –
een gebed voor Marc Cornelis die deze week onverwacht overleed
Gij, God, groter dan ons hart
En wijder dan ons leven lang,
Woord van trouw van geslacht op geslacht,
Weg van liefde zo lang al
En altijd,
Naar U zoekt ons bidden
Naar U tast ons denken
Naar U taalt ons hart.
Als het wachtwoord van uw nabijheid
Is ons Christus doorgegeven.
Dat Hij het licht mag zijn
Waarbij wij zoeken en vinden. (S. de Vries, Bij gelegenheid II p. 207)
Refrein 133 el senor
1 Korinthiërs 10, 16-17
Lied 543 eet en drink van brood en wijn
Johannes 6, 51 – 58
Homilie
Wat bezielde de evangelist Johannes, zelf komend uit een Joods milieu, toen hij deze provocerende tekst schreef. “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven”. Hij wist toch dat bloed iets huiveringwekkend was voor een Jood en dat elk dier ritueel moest worden geslacht zodat alle bloed eruit weg was. Ook voor ons vandaag is het eigenlijk schokkend als wij de instellingswoorden zeggen: “Dit is mijn bloed, vergoten voor de vergeving van zonden”. Wat bedoelen wij, wat wilde Johannes zeggen en wat bedoelde Jezus? Ik zit in dat opzicht met enkele onorthodoxe ideeën.
Volgens de leer van de Kerk gaat onze eucharistie terug op het laatste avondmaal toen Jezus met zijn leerlingen het paaslam at en het brood brak. Vandaar dat men zo sterk vasthoudt aan de instellingswoorden zoals ons die via Paulus zijn doorgegeven. Het gaat om een heilig gebeuren waaraan niets mag veranderen. Het brood symboliseert de betekenis van Jezus die zich als het nieuwe Paaslam opoffert.
Ik ben echter van mening dat de eucharistie wel verband houdt met het laatste avondmaal, maar dat ze vooral teruggaat op de verhalen over de broodvermenigvuldiging. Die verhalen werden vanaf het begin verder verteld omdat ze werden begrepen als het meest profetisch gebaar van Jezus. Alle grote profeten in het Oude Testament hadden zo een eigen symbolisch gebaar dat diende om de ogen van de omstaanders te openen. De ene liep met een koord om zijn nek rond, een ander had alle huisraad op zijn rug gebonden, enz. Ook Jezus had een eigen profetisch gebaar: Hij nodigde iedereen uit om samen aan tafel te liggen en bood hen brood aan. Zo drukte Hij uit in een symbolisch gebaar uit hoe die God is waarin Hij geloofde. Dat is een God die geen voorwaarden stelt, die iedereen uitnodigt wat zijn afkomst of achtergrond ook is om samen het leven te delen en Hem te loven door zo samen te zijn.
In dat opzicht is voor mij de eucharistie het eerste sacrament in de volgorde van zeven. Volgens de Kerk is het eerste sacrament het doopsel en geeft ons dit sacrament toegang tot al de andere. Ik zou het liever omkeren: eerst is er de eucharistie, de uitnodiging om samen te komen en via de tafelgemeenschap verschillen te overbruggen en heel praktisch iets van God te proeven. Het is de eerste stap om christen te worden. En wie dus van dit samenzijn heeft genoten en begrijpt hoe hier een nieuwe tijd aanbreekt, is gereed om zich te laten dopen en in te treden in de hele rijkdom van Jezus’ boodschap.
U begrijpt wel dat dit grote gevolgen heeft. Ik geef slechts één anekdote: in de tijd dat we de gaven van brood aan elkaar doorgaven, was er op een zondag een Frans gezin in de eucharistie. De vader was zo geschandaliseerd en verbolgen dat hij na de mis op mij afstormde met de sneer: “Monsieur, cette célébration était une désacralisation totale”. Alles wat voor hem naar het heilige wees, naar het verhevene en onbereikbare was zomaar neergehaald. De eucharistie was voor hem het ontvangen van het hemelse brood, het lichaam van Jezus, liefst op de tong gelegd en niet in profane mensenhanden. En dat terwijl wij dat heilige in een gebaar naar en voor elkaar ervaren.
Volgens mij heeft Jezus in eenzelfde richting gedacht zoals wij nu doen en was het brood symbool van Gods onvoorwaardelijke en onbegrensde goedheid gelegd in handen van mensen. Daarom is het beter dat we deze Sacramentsdag eren met voor elkaar te breken en te delen.
Groot dankgebed 154 + slot 181
Communielied 541 neemt en eet met elkaar
