Hemelvaart (2026) Stilte tussen twee sterke geluiden
Marcel Braekers
Openingszang 371,1-2 Hou me niet vast
Begroeting
Is het u ook al opgevallen dat de meest creatieve periodes in ons leven niet die momenten zijn dat we druk bezig waren, allerlei dingen presteerden, enz. maar in stille momenten, in tijden dat je bent vastgelopen en onvrede had met de gang van je leven. Volgens mij moet zoiets ook met de leerlingen van Jezus zijn gebeurd na zijn dood. Een geweldig project was voorbij en was in de ogen van velen mislukt. “Ik ga terug vissen” zegt Petrus en enkele medeleerlingen stemmen ermee in: “dan gaan wij mee”. Alles is voorbij, de sleur van het alledaagse leven begint weer. We zitten tussen de schokkende dood van Jezus en het latere feest van Pinksteren met alles erop en eraan. Het is de stille tijd, de tijd van rouw waarin herinneringen worden opgehaald, waarin men elkaar opzoekt en, zoals Jezus deed, brood met elkaar breekt. Wat voor de buitenwereld een doodse tijd lijkt, blijkt achteraf een periode van ongehoorde creativiteit te zijn geweest. De leerlingen maken een rouwproces door waarbij ze leren loslaten wat hen dierbaar was. Maar in het loslaten kwam er ruimte voor een andere, nieuwe nabijheid. Dat vieren we vandaag op dit feest van de Hemelvaart.
Het staat zo mooi in het lied dat we zongen: “Houd mij niet vast, maar sta op jij. Gedenk me, leef me voort”
Lied 371 strofe 3 Hou me niet vast
Gebed
Jij Onnoembare alles overstijgende Nabijheid
Tot wie wij onze handen heffen, voor wie wij ter aarde buigen:
wees hier aanwezig.
In mensen ons nabij
In deze gemeenschap
In alles om ons heen
En in de diepte van ons hart verankerd.
Behoed ons, opdat wij nooit verstarren
En krampachtig vasthouden aan wat ons ontglipt,
Maar dat wij durven in de stroom van het leven te staan,
En in het vinden, verliezen en weer ontdekken van uw nabijheid
Komen bij onze eigenlijke grond
Uw levensgrond waaruit we voortkwamen en ooit mogen terugkeren.
Lied 537 Zingt van de Vader
Verhaal van de Hemelvaart (verteld door N. Ter Linden (een koning op .. 225)
Alleluia 130
Homilie
Met het verhaal van de tenhemelopneming van Jezus beschrijft Lucas in een kort en sterk verhaal wat zich bij de leerlingen na de dood van Jezus heeft afgespeeld.
Ze waren hun vriend, hun bezieler en ideaal kwijt. Misschien geloofden ze dat Hij elk ogenblik terug in hun midden zou kunnen staan, zoals men ook dacht van Elia. Lucas meent dat de leerlingen samen bleven en Petrus de leiding nam, maar er zijn ook Bijbelspecialisten die erop wijzen dat wellicht heel de groep uit elkaar is gevallen en dat pas na een hele tijd enkele vrouwen het initiatief namen om gelijkgezinden samen te brengen. Wat zeker is, is dat ze allemaal een rouwproces doormaakten waarin enkele belangrijke dingen gebeurden. Allereerst het besef dat Jezus definitief weg was, dat er een breuk was met zijn dood. Maar het aanvaarden van zijn afscheid gaf ook ruimte voor iets nieuw: een andere manier van aanwezig zijn. Lucas beschrijft dat mooi op een vertellende manier: Jezus verdwijnt uit het gezichtsveld van de leerlingen en neemt zegenend afscheid van hen.
Het is de onvoorstelbare omkeer die zich in de leerlingen heeft afgespeeld: verlatenheid en angst maakten geleidelijk plaats voor een gevoel van zegenende nabijheid. Zou ik het mogen vergelijken met wat mensen soms zeggen: hij of zij is niet weg maar als een zegen in mijn leven aanwezig? Was het omdat de leerlingen de stilte waren binnengetreden, omdat ze in gebed samen waren dat die omslag kon gebeuren? Hielden ze in die tussentijd al maaltijd en haalden ze herinneringen op, zoals wij ook doen als we afscheid van een geliefde nemen? De overledene was definitief weg. Misschien bleven de meesten gewoon wachten op Zijn terugkeer zoals mensen wel meer doen als men plots iemand verliest. Men kan niet mee en doet alsof de tijd niet bestaat. In dat opzicht moet er iets bijzonder zijn gebeurd met enkelen onder hen die gingen beseffen dat men bleef voortleven in het oude patroon en dus alleen kan treuren om de Afwezige. Er moeten enkelen hebben opgestaan die vanuit de kracht van de Geest - je kan het niet anders begrijpen - aanvoelden dat een nieuwe tijd was aangebroken. Jezus was voorgoed verdwenen, maar Hij bleef als zegenende aanwezig. Zijn kracht, zijn inspiratie en vooral de God waar Hij zo op had vertrouwd bleven als wakende over hen. Ik vind het beeld van de zegenende zo mooi, omdat het respect heeft voor de afstand tussen leven en dood en voor een nieuwe nabijheid.
Het was de aanzet voor een nieuw begin. Hun hart ging branden, hun geest kwam open voor wat Hij hun had geleerd, de grauwe alledaagsheid maakte plaats voor licht, want ze voelden zich gezegend. In de stilte had men een andere stem gehoord, een ander spreken, aanwezigheid van de Afwezige. Het feest van de tenhemelopneming van Jezus is omgeven van die grote Stilte waarin de persoon van Jezus niet meer via uiterlijke tekenen en woorden tot hen sprak, maar als een kracht in hen. Dat zou de aanzet worden voor wat we met Pinksteren vieren: het naar buiten treden, de getuigenis, het bouwen aan een Kerk als teken van Gods zegenende aanwezigheid in de geschiedenis en in zijn volk.
Lied 368 Al heeft Hij ons verlaten
Groot dankgebed 155 Wees hier aanwezig in uw woord
Na de communie 390 Spiritus Domini
