5e zondag veertigdagentijd – Opstanding en leven, hier en nu.
Frank Cuypers
Gongsignaal - Kruisteken + verwelkoming:
Goedemorgen beste mensen. Gedoopt zijn wij in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Welkom op deze prille lentedag. Gezegend dit uur, gezegend het overvloedige licht ons gegeven. Wij zingen samen het openingslied nummer 104, en wij staan daarvoor recht.
Openingslied: 104 – Gegroet en gezegend
Inleiding
De goede week en Pasen komen snel naderbij. De voorbije zondagen hebben we reeds enkele elementen van de paaswake belicht. Het bronwater van de Samaritaanse werd een bron van eeuwig leven, waarmee wij ons elk jaar weer opnieuw tekenen in de paasnacht. Het Licht dat de blindgeborene mocht aanschouwen wordt elk jaar weer opnieuw ontstoken in die heilige nacht.Vandaag krijgen we in het verhaal over de opstanding van Lazarus als het ware een hele ouverture, waarin alles wat er de volgende weken te gebeuren staat, en alle elementen uit het lijden en de opstanding van Jezus al een eerste keer worden voorgesteld. Deze 5e zondag in de vastentijd is een scharnierzondag op weg naar Pasen. De opwekking van Lazarus is het laatste en grootste teken vóór de passie. Het leven dat Jezus schenkt zal Hem zijn eigen leven kosten. Vanaf nu is er geen weg meer terug. Laten wij het bij het begin van deze viering stil maken in en rondom ons en zingen tot onze God om ontferming. We zingen lied 110.
Kyrie 110 "Bidden wij tot de levende God"
Ik nodig jullie uit even in stilte te bidden.
Openingsgebed
Onnoembare en Nabije,Voor wie zich openstelt voor U
ben jij een betrouwbare god,
een god van opstanding en leven.
Waar dood diep in mij is,
waar mijn stem is versteend,
roept Gij mij weg uit het graf:
“Kom naar buiten”.
En leven doorgloeit mij,
licht neemt mij in bezit.
Laat ons deelgenoot worden in wat Jezus bezielde.
Bewerk dat wij, met Uw naam op onze lippen,
op onze beurt mensen tot leven roepen,Hem achterna, Uw zoon, onze broeder.Amen
Evangelie: Johannes 11,1-45
Tussenzang: Lied 563 – Kom in mij
Wij zingen als tussenzang lied 563 .
Let vooral eens op de 2e strofe: “Kom in mij, maak geluid in mij. Dood is diep in mij.”
Waar wij misschien soms dood zijn, zingen wij hoopvol om nieuw leven. Lazarus achterna.
Homilie
Weer een lange lezing vandaag. Johannes verwerkt in zijn verhaal heelwat verschillende aspecten, en neemt daar ruim de tijd en de woorden voor. Ik probeer enkele aspecten te belichten.
Lazarus en Jezus
We weten niets van Lazarus. Hij is een broer en hij wordt ziek. We komen verder ook niets meer te weten. Hij staat op uit de dood en komt naar buiten, maar krijgt geen enkele vraag van de omstaanders. Vreemd. De blindgeborene vorige week werd honderduit bevraagd door de omstaanders tot hij het er van op zijn heupen kreeg. Misschien draait het hele verhaal niet echt om Lazarus maar wil Johannes ons iets anders duidelijk maken.
Lazarus wordt ziek en zijn zusters zenden een boodschap naar Jezus. Zij hopen, zij verwachten zelfs dat Hij onmiddellijk zal komen. Maar Jezus haast zich in geen enkel opzicht. Je zou kunnen denken dat Hij zijn zieke vriend met opzet laat sterven. Dat is een vast scenario in de verhalen van Johannes: Jezus laat op zich wachten, Hij gaat niet direct in op de vraag van diegene die hem te hulp roepen. De blindgeborene vorige week moest eerst naar de vijver van Siloam lopen en zich wassen voordat hij weer zien mocht. Jezus’ optreden wordt niet bepaald door de vraag van de mens, maar door de wil van God. Alleen God bepaalt zijn uur. Het uur van het teken door Jezus is niet het uur dat mensen verlangen of vragen. Jezus heeft zijn eigen tijd. Hij komt wanneer de Vader het wil.
Jezus wacht en vertrekt op de derde dag. Het is een theologische tijdsrekening die we op vele plaatsen terugvinden bij Jezus en in het oude testament. Op de derde dag begint het gebeuren, begint de bevrijding. Het is het begin van het uur. Voor Jezus begint nu zijn eigen dood en opstanding.
Het verhaal van Lazarus is eigenlijk het verhaal van Jezus. Alle ingrediënten van Jezus’ opstanding zijn in dit opstandings-verhaal van Lazarus reeds aanwezig. De twee verhalen zijn als het ware vervlochten en verbonden met elkaar, want als er één ding zeker is in dit verhaal, dan is het wel het feit dat deze ten-leven-wekking van Lazarus het doodsvonnis van Jezus zal betekenen. Het evangelie besluit ook met die woorden: vanaf die dag overlegden de hogepriesters en de Farizeeën hoe ze hem zouden doden.
Martha en Jezus
Er zit nog veel meer in dit verhaal. Heel belangrijk is de dialoog tussen Martha en Jezus. Martha begint het gesprek met een diepgelovige vaststelling: “Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn”. Nergens in het evangelie sterft er iemand in de tegenwoordigheid van Jezus. Jezus en de dood verdragen elkaar niet. Er begint een woordenspel tussen Jezus en Martha. Jezus antwoordt: “Je broer zal uit de dood opstaan”. Hij gebruikt een toekomstige tijd, die Martha ook letterlijk verstaat: “‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan”. Het antwoord van Jezus komt meteen, en het breekt ook alles open: ‘Ik ben de opstanding en het leven.’
De toekomstige tijd is nu geworden, heden, hier: Ik ben. Het is het vijfde “Ik ben” woord van Jezus, en het verzet zonder uitstel de dingen die gebeuren zullen, naar de lopende zaken, het morgen is vandaag, het straks is hier.
Opstanding van de dood naar het leven vindt niet plaats op één of andere verre laatste dag, noch op het moment van de lichamelijke dood, maar op het ogenblik dat een mens de stem van de Mensenzoon hoort en aanvaardt. De opstanding is tegenwoordige tijd geworden. De opstanding hoeft niet te wachten op een dag in de toekomst, maar heeft nu plaats door Jezus, als mensen naar Hem luisteren en zich aan Hem overgeven. "Geloof je dat” vraagt Jezus aan Martha. “Geloof je dat” vraagt Jezus ook aan ons.
De vierde dag
Ik wil nog even iets anders aanraken dat mij getroffen heeft tijdens mijn voorbereiding.
Jezus ging op weg op de derde dag. Maar toen Hij bij Lazarus toekwam, was het al de vierde dag.
In de Joodse traditie leefde het idee dat de ziel nog drie dagen rond het lichaam bleef zweven in de hoop op terugkeer. Pas op de vierde dag begon het lichaam zichtbaar te ontbinden en was elke hoop op herstel definitief voorbij. Johannes laat Martha dit expliciet zeggen: “Heer, hij riekt al, het is immers de vierde dag.” De vierde dag staat voor totale hopeloosheid. De dag van opstanding, de derde dag, is voorbij. Herstel lijkt onmogelijk. Daarom is de opwekking van Lazarus niet zomaar een genezing, maar een daad die alleen God kan stellen.
Hebben wij vandaag soms niet het gevoel te leven op de “vierde dag”? Met alle stank die – letterlijk en figuurlijk – op zovele plaatsen over de wereld hangt? De gruwel van oorlogen overweldigt, onopgeloste crisissen verlammen. Velen haken af, kijken verlamd en zonder hoop naar de toekomst. Herstel lijkt onmogelijk, wij komen te laat met enig redmiddel. De dood en de wanhoop zijn voelbaar aanwezig in onze samenleving.
Het evangelie moedigt ons aan om de hoop niet op te geven. Jezus openbaart zich als de opstanding en het leven, het mensgeworden Woord dat richting geeft. Hij toont dat zelfs op de vierde dag Gods stem leven wekt. Zijn diepe emotie drukken zijn medeleven en verontwaardiging uit over de macht van de dood. Jezus roept, tegen de dood in.
Ook vandaag roept Hij nog steeds: “Neem de steen weg”. “Maak de doeken los”. Hij vraagt ons om, waar we kunnen, concrete mensen nabij te zijn, voor hen de steen weg te rollen en hun zwachtels te verwijderen.
Maar ook naar ieder van ons roept Jezus: “Kom naar buiten”. Het mirakel van Lazarus’ bevrijding uit de dood kan ook aan ons gebeuren, telkens opnieuw, wanneer wij ingaan op Zijn uitnodiging, en er in slagen de steen op ons hart weg te rollen en onze zwachtels af te gooien.
Laat onze hoop niet afhangen van wat in de wereld gebeurt, zelfs op de vierde dag. Zo kunnen we verder de tocht naar Pasen aanvatten. Amen.
Offerande:
(muziek: “Herr Jesu Christ, dich zu uns wend” – BWV 655 – JS Bach – Madoka Nakamura (viool) & Wouter Dekoninck (orgel))
Bij de gaven: 149 – Oergebaar
Groot Dankgebed: 153 – Verschenen is de mildheid
Communie: (muziek: “Deum de Deo” uit de “Missa Sanctae Caeciliae” van Josephus Hector Fiocco – Collegium Instrumentale Brugense & Capella Brugensis olv Patrick Peire)
Communielied: 312 – Voor wie in duisternis
Gebed: Broederlijk Delen
Waar alles doods is en mensen lam geslagen zijn,
kan onverwacht uw woord komen, God van leven,
waardoor men zich weer kan oprichten,
een open toekomst tegemoet.
Laat dan de zwarte gedachten van ons wegdrijven,
die ons doen verstijven of ons weerloos maken.
Waar Jezus ter sprake komt,
is opstanding niet ver weg.
Laat ons erin geloven.
Dat het gebeuren kan.Amen.
Zegen
Bronnen
Liturgiemap Broederlijk Delen 2026
Johannes, de Ziener (Jan Nieuwenhuis)
Archief Filosofenfontein
Preek van de week
