4e vastenzondag (2026) - Het zien van de blindgeborene
Marcel Braekers
Openingszang 101 Heerlijk is het te loven de Heer - Openingsvers
Begroeting
De laatste tijd is de houding tegenover het christendom sterk aan het evolueren. Mensen beginnen meer en meer te beseffen hoe futiel en leeg het leven is als het niet gedragen wordt door een boodschap van liefde. In de media wordt opnieuw aandacht besteed aan spiritualiteit en het aantal volwassenendopen neemt zienderogen toe. Het zijn daarbij opvallend veel jongeren die daarvoor kiezen. En gevraagd naar hun motivatie komt altijd terug: het willen navolgen van de persoon van Jezus. Tot mijn verbazing wil men dat vrij radicaal en zelfs wat naïef doen. Ik vind hun motivatie ontroerend en het is voor mij een vraag hoe ik, hoe wij, vanuit ons verleden voor hen iets te bieden hebben. Want wij moesten veel wat achterhaald was loslaten om authentiek te kunnen geloven, terwijl zij net veel moeten aannemen om zich een identiteit aan te meten.
Het evangelieverhaal van deze zondag past helemaal in deze sfeer: een blindgeborene gaat zich in de vijver van Siloam wassen, hij dompelt zich helemaal onder in de boodschap van Jezus waardoor hij anders gaat zien. De vraag vanuit de tekst is of ook wij in staat zijn tot zo’n overgave. In welke mate kunnen we onszelf loslaten, ons vrij maken van alles om de persoon van Jezus te ontmoeten. Spreken we daarom ons zoeken en vragen uit en plaatsen we ons zo voor Gods aangezicht.
Lied 412 Wat ik gewild heb
Openingsgebed
In mensen door
Onstuitbaar
Zoals een kind
Geboren wordt.
Gedenk de mens
Die wordt genoemd
Uw kind uw koninkrijk
Uw licht.
Geen duisternis heeft ooit
Hem overmeesterd.
Gedenk ons
Die als Hij geboren zijn
Eens en voorgoed
Die uit uw mond
Uw naam hebben gehoord
Die moeten leven
In de schaduw van de dood
Hem achterna. (H. Oosterhuis)
Inleiding op de lezing
Twee tips zijn belangrijk vooraleer we naar dit uitvoerige verhaal luisteren zoals opgetekend door de evangelist Johannes. Allereerst was in de tijd dat Johannes zijn evangelie schreef de uitsluiting begonnen van christenen door de Joden waarbij de groep van Farizeeën een belangrijke rol speelden. Wie geloofde in Jezus als de Messias werd religieus en maatschappelijk uitgesloten. In dit verhaal voel je hoe Johannes met veel pijn dit ziet gebeuren. De man die blind was, wordt door de verschillende cirkels waarin hij leeft uitgestoten.
Tegelijk beschrijft Johannes de worsteling van zijn volk met de theologische vraag: vanwaar komt het kwaad? Meestal zei men dat als iemand ongeluk had of ziek werd dit een straf was voor zijn zonden. Wie heeft schuld aan deze blindheid? Jezus geeft geen verklaring maar ziet deze pijnlijke situatie als een uitgelezen moment om Gods diepste eigenheid te verwoorden.
Johannes 9, 1 – 38
Lied 573 Hij die de blinden weer liet zien
Homilie
In de begintijd na de dood van Jezus beschouwden de Joden de christenen als een wat afwijkende tak van hun geloof, maar ze bleven verwanten. Dat veranderde radicaal na de verwoesting van de tempel en de massaexecuties door de Romeinen uitgevoerd.
Binnen het Jodendom kwam er een verstrakking en christenen werden zowel religieus als maatschappelijk uitgesloten. De evangelist Johannes was een bekeerde Jood en had zelf aan den lijve de uitsluiting ondervonden, toen hij naar het eiland Patmos werd verbannen. Vandaar zijn uitvoerige beschrijving van het proces dat de blindgeborene doormaakt nadat hij door Jezus is genezen en zich tot het christendom bekeert. Geleidelijk raakt hij vervreemd van de concentrische cirkels waarin hij leefde: zijn ouders, zijn buren en uiteindelijk de synagoge, elk van hen heeft wel een geldige reden om zich te distantiëren.
Helemaal aan het einde van het verhaal heeft de ontmoeting tussen Jezus en de blinde plaats. Wat is er met hem gebeurd? Twee belangrijke dingen: Jezus ontkracht het vooroordeel dat zijn blindheid het gevolg is van een fout en dat deze man op de eerste plaats slachtoffer is van een genetische fout. Jezus neemt die last van zijn schouders en geeft de raad dat hij zich moet wassen in de vijver van Siloam. Voor de Joden had dit bad een bijzondere betekenis: mensen gingen zich erin wassen om gezuiverd het loofhuttenfeest te beginnen, het feest dat men het verblijf in de woestijn herdacht en de aankomst in het beloofde land. De blinde gaat zich wassen en ontdekt een andere manier van zien. Hij herkent in Jezus de Messias en knielt voor Hem.
En hier zit de sleutel van het verhaal. De evangelist Johannes spreekt nooit over mirakels of wonderen, maar over tekens. De verhalen die hij vertelt zijn tekens die verwijzen naar Jezus en zijn bedoeld om Hem te volgen. Deze blinde werd een leerling, omdat hij zich helemaal onderdompelde in de boodschap van Jezus en zelfs bereid was de vervreemding van zijn familie en volk door te maken. Johannes vertelt het gebeuren traag en met veel herhalingen, want hij wil ook ons de tijd geven om datzelfde proces door te maken. Je wordt maar volgeling als je het aandurft je helemaal onder te dompelen, je over te geven aan wat Jezus als bevrijding aanreikt. Niet toevallig wordt dit verhaal gelezen tijdens de vastentijd, als we ons voorbereiden op de Paasnacht waarin we symbolisch ons aan het water van de doop overgeven en onze belofte van christen hernieuwen.
Ik stel daarbij opnieuw de vraag van het begin: wat hebben we aan zoekende jonge mensen te bieden? Ik denk vooral het verhaal van onze eigen transformatie, hoe we ons onderdompelden in wat het evangelie ons aanreikte en hoe dit voor ons tot een hartstochtelijke overtuiging werd.
Groot dankgebed: ‘Wie zullen wij aanbidden’ in: stilte zingen (H. Oosterhuis) p.420 + refrein 134
Na de communie 791 psalm 91
