Vul deze velden in en aanvaard de voorwaarden en privacybeleid

260308 Om te mogen zijn wat wij in uw ogen zijn…”

3e vastenzondag (2026) –  “Om te mogen zijn wat wij in uw ogen zijn…”

Jef Schoenaerts

Verwelkoming

Vandaag zijn we in het evangelie in het gezelschap van de Samaritaanse vrouw die water put  bij de bron.   Daar ontmoet ze iemand met kracht, iemand als zegen…

We zingen lied 585.

Openingslied “Lied aangewaaid” (585)

Openingswens

“Iemand met kracht, iemand als zegen, iemand die alles samenbrengt…”

Laten we die “iemand” met vreugde verwelkomen, Hem  die wij noemen: Vader, Moeder, Zoon en heiligende Geest.

Inleiding

De voorbije weken las ik fragmenten uit het laatste boek van Alicja Gescinska “Vrouwen in duistere tijden – Tien denkers van blijvende betekenis”.  Een heel boeiend boek omdat de auteur je op een bevattelijke wijze meeneemt in het leven en het denken van 10 ongelooflijk moedige, intelligente, zelfbewuste, sterke vrouwen. 

Het boek brengt 10 vrouwelijke denkers uit de 20ste eeuw in beeld, vrouwen die allemaal het kwaad van het totalitarisme  aan den lijve ondervonden hebben, zich er niet door hebben laten vernietigen maar de rug gerecht hebben.

Eén van hen is Barbara Skarga, de belangrijkste Poolse filosofe van de vorige eeuw.   Deze vrouw zat owv verzetsdaden in de Tweede wereldoorlog gedurende 12 jaar in goelagkampen in de meest onmenselijke omstandigheden.    Gescinska beschrijft hoe deze vrouw middenin de hel van de goelag troost vond en overeind bleef onder meer dankzij de schoonheid van poëzie en muziek.    Dat bood haar het perspectief om te overleven en om nadien het totalitarisme met haar denken en haar daden het hoofd te bieden en te bestrijden.  Ze is nadien uitgegroeid tot de belangrijkste Poolse filosofe van de 20ste eeuw en tot “geweten van Polen.”Tien vrouwen, stuk voor stuk  “bezwaard” door de gruwel van de 20ste eeuw en niet ten onder gegaan, integendeel.

Door het begrip “bezwaard” te gebruiken, sluit ook ik – na Marcel vorige week – aan bij de (centrale) vraag die Geert twee weken geleden opriep: als we bezwaard zijn door angst over wat ons kan overkomen of bezwaard zijn door wat ons is aangedaan, staat daar dan in ons geloof, in het geloof tout court, iets tegenover?  Waar blijf je hoop uit putten?... Wie of wat bied je perspectief?

Vandaag vertrekt die vraag bij de Samaritaanse vrouw die bij het putten van water in gesprek raakt met Jezus.  Wat maakt dat deze vrouw die gebukt gaat onder haar verleden, tot leven komt en meer nog, zelf levengevend wordt. 

Maken we het eerst stil in en rondom ons.  Laat in  die stilte indalen waarom onze god  zich  steeds opnieuw naar ons toekeert.

Lied “Gij met uw onverwacht woord…” (579)

Gebed

Onnoembare en Nabije,

Op U zijn onze ogen gericht.
Dat zij ons aanzien, genadig, met liefde.
Dat zij ons wenken op de rechte weg.
     Wanneer ons het zicht benomen wordt door twijfels,
     onze blik verblind wordt door eigen bedenksels,
     spreek dan ook over ons opnieuw uw eerste woord.
     Roep het licht weer uit
     ook in onze ogen, hier en heden.
Wees zelf het licht,
het onbevattelijk duister te boven
en straal ons toe in Christus Jezus.
Amen.

(Sytze de Vries)

Inleiding op de lezing

Het evangelieverhaal van vandaag begint heel prozaisch: Jezus is moe en op het heetst van de dag heeft hij dorst.  Hij gaat zitten bij een bron en vraagt aan een onbekende om water. Het is een tafereel uit het dagelijks leven zoals het zich overal en in alle tijden kan afspelen. Maar onder de laag van dat gewone gaan enkele verrassende en óngewone dingen schuil die het verhaal een vreemde wending geven. 

Lezing uit Johannes 4, 5-42

Homilie

Een man die een vraag stelt aan een vrouw: in die tijd geen evidentie.  Zij is bovendien Samaritaanse  die – zo leert de context - een weinig fraaie morele en sociale reputatie heeft.   Die vrouw is daarbij niet op haar mondje gevallen en ze drijft de tegenstellingen die sociologisch en gelovig tussen haar en Jezus bestaan op de spits.  Ondanks haar afwijzend dovemansgesprek. Tot er een kantelpunt komt in het verhaal wanneer de vrouw op haar beurt water vraagt aan Jezus. Die omkering start bij Jezus want ondanks haar weerstand, brengt hij het gesprek op haar persoonlijk leven.  Hij vraagt naar haar man en benoemt zo onrechtstreeks wat de vrouw niét zegt nl. dat haar leven een puinhoop is.  Die vreemdeling heeft dat heel juist aangevoeld.  Zonder er enig oordeel over uit te spreken houdt hij de vrouw een spiegel voor.    De confrontatie met die waarheid is hard maar maakt haar tegelijk ook vrij. Ze wordt immers niet herleid tot wat ze in de ogen van de goegemeente is maar wordt gezien in wie ze kan worden.  Een “bezwaarde” vrouw, een vrouw op de dool maakt de omwenteling van haar leven mee en vindt eindelijk zichzelf.   Net als ze helemaal aan de grond zit, reikt Jezus haar water aan dat in haarzelf bron wordt waaruit ze telkens opnieuw kan putten.  De namen waarmee ze Jezus in steeds krachtiger termen aanspreekt en benoemt geven aan dat de vrouw met terugwerkende kracht beseft aan wie ze dat levend water te danken heeft: eerst noemt ze Jezus een jood, dan drie keer “Heer”, daarna “Profeet” om te eindigen met de vraag: “Zou dat niet de messias zijn? Die ontdekking heeft haar zo sterk aangegrepen dat ze op haar beurt zelf boodschapper wordt, net bij diegenen in de stad die haar tot dan toe de rug toekeerden. Vanuit de waarheid die haar is aangezegd, leidt ze anderen naar de bron van levend water.

Als lid van een schoolbestuur voer ik elk jaar een 10-tal gesprekken met jonge leerkrachten.  Aan elk van hen stel ik de vraag wat ze in het onderwijs willen bereiken, wat ze belangrijk vinden in hun taak.  De meesten vertellen allereerst over de passie voor hun eigen vak en de uitdaging om die passie aan hun leerlingen over te dragen.   Onlangs verraste een jonge leerkracht mij: ik wil allereerst leerlingen nabij zijn, er voor hen zijn, hen zichzelf leren kennen.  Dát is haar prioriteit. In de praktijk doen veel leerkrachten dit: aan de waterput gaan zitten en luisteren naar het verlangen dat in elk van die jongeren schuilt naar geluk en vervulling in het leven, ook al zegt hun gedrag soms iets helemaal anders.   Hen leren luisteren naar hun innerlijke bron, hen de ogen openen voor wat achter hun gedrag zit, hen taal geven om zichzelf te leren verstaan, om te ontdekken wat in hen aan verlangen leeft.

Als ik aan leerkrachten nadien ook nog vraag of ze geloven, reageren velen verrast.  Ik hoor hen dan denken: “Wat vraagt die nu?” Of: “Welk antwoord wordt hier van mij verwacht? ...   Als ze die hindernis nemen en ik hen teruggeef wat ze mij voordien vertelden, groeit het aanvoelen dat hun insteek wel degelijk gaat over een vorm van geloof.

Dat ze dat meestal zelf niet zo benoemen, herken ik bij mezelf trouwens ook.   Bij wat ik dagelijks doe, maak ikzelf ook pas met terugwerkende kracht - in het achteromkijken -  de link met mijn geloof. Pas in dat achteromkijken licht soms op hoe onze god verschijnt in het meest gewone wat een mens voor iemand anders kan doen: zorgen voor water voor wie dorst heeft, bron zijn, mensen aan zichzelf teruggeven, kansen geven aan wat in mensen sluimert aan liefde en wijsheid.  

Zo houdt onze god het ons als eerste voor. Wij mogen volgen in zijn spoor.

Elke zondag opnieuw zingen we rond het altaar daarover dit prachtige lied:

“Laat uw aangezicht over ons lichten,

Heer onze God en keer U tot ons
om te mogen zijn wat wij in uw ogen zijn.
Breng in ons tot leven 
wat nog in het verborgene is en groeit in pijn.
Zie niet onze zonden maar laat ons opengaan
in liefde en wijsheid,
in vergevensgezindheid en geduld.”

(G. Zuidberg)

Amen.

Offerande met kaarsjes

Muziek

Groot dankgebed “U zingen wij dank” (168)

Onze Vader

Communie

Orgelspel door Arnout

Communielied: Kleine psalm (851)

“… Dat uw blik mij vasthoudt.    

               Dat uw woord mij aansteekt.”

Bezinning: de bron van echt leven

De bron van echt leven

ligt niet in de dingen buiten jou
waarvan het grote Nooit Genoeg
de dorst nooit lest.

De bron van echt leven

vind je in jezelf,
in je diepste binnenste,
daar waar Hij die heet
“Ik zal er zijn”
je aanspreekt en zegt:
“Ik ben het die met je spreekt.”
     Wie zich door Hem laat raken,
     ontdekt de waarheid over zichzelf:
     de gebrokenheid van het bestaan
     en de genezende kracht
     die van Hem uitgaat.
     Wie zich door Hem laat raken,
     ontdekt gaandeweg
     dat niet geslacht of afkomst,
     niet prestatie of bezit
     bepalen wie je bent,
     maar het gedragen zijn door zijn Liefde
     die je zegent en zendt 
     naar anderen toe.
Aan deze Bron van levend water
put men nooit vergeefs.

(Carlos Desoete uit Brochure liturgie en spiritualiteit – vasten 2026)

Zegen 

Contactinformatie

©2005-2024 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.