Vul deze velden in en aanvaard de voorwaarden en privacybeleid

260222 Bezwaard en verleid in de woestijn

1e vastenzondag (2026) - Bezwaard en verleid in de woestijn

Geert Craps

Openingslied 512 Wees hier aanwezig God

Kruisteken en inleiding

Als goeie Filosofenfonteiner ga je bij de voorbereiding van een viering, grasduinen in ons vieringenarchief op de website. Het viel mij op dat elke keer dat we het evangelie van vandaag lazen op de eerste zondag van de vasten, Marcel preekte over de zondeval in het verhaal van Genesis 2, en niet over de verleidingen van Jezus in de woestijn, het evangelieverhaal. De psycholoog Marcel Braekers filosofeerde daarbij telkens over de kern van onze menselijkheid. 

We kennen die twee verhalen goed. De zondeval is een beeld van onze menselijke conditie, we zijn onvolmaakt, en er is wel eens wat werk aan onszelf. Het verhaal van Mattheus over de verleidingen die Jezus ondergaat na veertig dagen in de woestijn, wil ons zeggen dat die Jezus ook een mens was zoals wij. Alleen, hij bezweek niet voor de verleidingen. Daardoor kan  Paulus in zijn brief aan de Romeinen die twee verhalen verenigen in de filosofie "zoals we door Adam zondige mensen werden, zo werden we gered door Christus" (de voorgeschreven tekst van de tweede lezing van vandaag). En daarmee is heel de theologie van vandaag samengevat, en kunnen we eigenlijk naar huis.

Toch zou ik één, misschien minder zichtbare, emotie uit al die verhalen willen lichten, waar ik vandaag iets over wil zeggen, en die ook herkenbaar is voor ons: het gevoel van "bezwaard" te zijn. Ook dat gevoel zit in beide verhalen. In de iconografie rond de zondeval komt het mooi tot uiting: op schilderijen van het tafereel waarin Adam en Eva uit het paradijs worden verdreven, lopen ze allebei voorovergebogen, gebukt onder hun foutenlast en nagejaagd door een struise engel, het paradijs uit. Jezus in de woestijn wordt door de verleider aangesproken: ook hier spelen ongetwijfeld gevoelens van zwaarte, last, druk mee, waarmee een mens moet omgaan. 
Dat gevoel maken we allemaal wel eens mee. Soms gaat  het om spijt over wat we gedaan hebben, soms worden we bezwaard door angst voor de toekomst, door twijfel over ons eigen lot en dat van anderen. Wat staat daar tegenover? Staat daar wel iets tegenover in ons geloof? 

U merkt een tegenstelling met de overwegingen en gedachten die we de afgelopen weken hebben ontwikkeld: rond hoop, rond de verwachting van een betere toekomst voor de minsten die in de Bergrede wordt voorgesteld. Soms vraag ik me daarbij af hoe we dat toch allemaal volhouden? Waar blijf je die hoop uit putten? Hoe realistisch zijn die verwachtingen die we vanuit ons geloof meekrijgen dat we ze blijven koesteren? Met dit soort beschouwingen de vastentijd openen is verder bezinnen over je situatie als mens, denk ik. Ik ga dus verder in de traditie van Marcel, en reflecteer over de menselijke kant van de bezwaardheid van het gemoed. 

Laten we eerst voor elkaar bidden. 

Kyrie 114, strofe 1, 3, 5, 7, 9, 11 en 12

Openingsgebed (Sytze de Vries. Het rijk alleen, p. 79)

In deze stad van zoveel mensen
in blijvende beweging, in zoekende onrust –
in deze stad  brandt hier uw licht,
roept ons uw stem, klinkt onze naam.

Hier leven wij van woorden,
hier worden ons wegen gewezen met verhalen.
Hier zien wij met nieuwe ogen,
hier worden wij aangezien,
worden wij elkaar toebedeeld.

Zoals Gij volhardt in uw geloof in ons,
bidden wij dat wij zullen blijven vertrouwen op U,
zoals Hij deed wiens verhaal hier op ons leven wordt geschreven
Jezus Messias, uw Zoon, onze Heer.

Bezinningslied: 310 Een mens te zijn op aarde

Evangelie: Mt. 4,1-11

Bedenkingen bij het evangelie

Het gebeurt mij de laatste tijd vaker dat ik denk "wat heeft de boodschap die we krijgen in Filosofenfontein, van geloof in leven over de dood heen, van een toekomst van vrede, van een wereld van rechtvaardigheid, eigenlijk te betekenen?" Kijk om je heen: de goede kant gaat het niet op met de wereld. Wanneer gaan we het zien, dat het weer goed komt, dat er een oplossing is, dat de wereld beter wordt? Zijn we niet wat naïef? Zelfs het gevoel van trots en vertedering die mijn piepjonge kleindochter me bezorgt, maakt soms plaats voor een grote angst voor haar toekomst. 

Die angst en onzekerheid is, denk ik, ook waarop de "verleider" in het verhaal van Mattheus inspeelt: de verleider belooft wereldse zekerheden: leven, rijkdom, macht. De mens Jezus bezwijkt niet. Hij citeert standvastig uit Deuteronomium, het boek waarin staat "kies dan het leven". Hoe doet die man dat toch? Hij zal toch ook gezien hebben dat het leven in zijn omgeving oplossingen en verlossing nodig had? Waar haalt hij de kracht vandaan? 

Ik zie geen ander antwoord dan dit. Ons bezwaarde gemoed, onze twijfels, angsten, onzekerheden, verlokkingen tot eenvoudige oplossingen, worden niet beantwoord met zekerheden. Het is niet zo dat binnen afzienbare tijd de wereld plots ontwaakt als een nieuwe aarde. We weten zelfs niet wanneer, en we weten zelfs niet of ooit. 

Maar ondanks dat, ondank onze angsten en twijfels, is er één ding waar we ons aan zullen vasthouden: niet de zekerheid, maar wel het geloof dat de fundamentele waarde van de liefde voor de naaste, toch de juiste weg is. Ons bezwaard gemoed verdwijnt niet, maar het krijgt een tegenpool van het geloof in een houding van leven tegen de dood, ondanks de dagelijkse ervaring van het tegendeel. Verleidingen tot pessimisme, negatieve gedachten zijn, net zoals bij Jezus in het evangelie, wezenlijk deel van ons bestaan. Maar het geloof dat er een betere weg is, is dat voor wij die ons belijden tot het Christendom, ook. We moeten geen grote, wereldschokkende omwentelingen verwachten als we dat geloven. Wat zijn die zelfs anders dan de beloftes van de verleider op aanzien, bezit en macht? Maar de diepgevoelde overtuiging dat leven in liefde voor elkaar het juiste leven is, dat is de tegenkracht die ons gaande moet houden. Daarvoor mogen we wat mij betreft bidden, dat die gave ons gegeven wordt. Daar moeten we elkaar in bemoedigen en steunen. Daar ligt de bron van onze hoop. 

Nog een kleine gedachte over het beeld van de woestijn, dat de achtergrond vormt voor het evangelie van Mattheus. Als een soort voorzienige ingreep las ik onlangs over het concept "verwoestijning" bij Hannah Arendt. Zij beschreef die verwoestijning als het wegvallen van de sociale ruimte tussen mensen. Ze ziet een evolutie in de samenleving waarbij mensen steeds meer geïsoleerd van elkaar geraken, waarbij de afstand tussen mensen groter wordt, ze op zichzelf teruggeworpen zijn. Uiteindelijk blijven er in een maatschappij dan  nog een aantal kleine oases over van mensen die daadwerkelijk op elkaar gericht samenleven. Maar de tussenruimtes worden groter. Het dramatische is dat een mens in woestijncondities echter niet kan overleven. Het ergste aan die evolutie is volgens Arendt dan ook, dat ons als een vorm van therapie wordt aangepraat dat we ons aan die geïsoleerde woestijncondities kunnen en moeten aanpassen, (ik zou er in het huidige tijdsgewricht aan toevoegen: die aanpassingen worden on actief zelfs aangepraat als ideaal), in plaats van dat we ons inspannen om de lege ruimtes tussen elkaar te overbruggen, en de woestijn weer in bloei te laten komen. In zo'n context is wat we doen of denken uit naastenliefde een remedie tegen de verwoestijning zelf. Wat we dus  geloven is dat concrete handelingen van naastenliefde de verwoestijning die gaande is tussen mensen, kan tegengaan. Hoop is dus niet wachten, maar handelen tegen de woestijn in. Ook in dat opzicht is het evangelie van vandaag een goed beeld van onze menselijke conditie. 

Het vaste geloof in de naastenliefde, die we Gods aanwezigheid onder ons noemen, en  die we ook herkend hebben in onze broeder Jezus. Daar staan we voor, kome wat komt. 

Ritueel van de asoplegging

Offerande  (Dowlndrake, track 4 "In darkness let me dwell")

149 God, Woord van de schepping / Tafelgebed: 162 tafelgebed voor de veertigdagentijd

Onze Vader, Vredewens 

Communie (Dowlndrake, track 11 "Now o now I needs must part")

Communielied: 317 Als er die ene niet was

Slotbezinning (fragmenten uit psalm 51, een gebed van de bezwaarde koning David)

Ik heb gedaan
wat van kwaad tot erger gaat.

Ik heb het achteloos gedaan,
blik op oneindig brutale glimlach
alsof het niet het kwaad was dat het was
alsof het van twee kwaden
het minste was.

Kent Gij in uw eeuwige ziel
die tweespalt – zijt Gij
zo diep afgedaald en mens geworden
dat Gij ons daarin begrijpt?

‘Bij U is vergeving’
staat geschreven.

Er zijn verre vrienden, enkele nabije,
die me mijn kwaad voorbeeld
niet nadragen. Zij zien mij
lijden door eigen schuld,
proberen het te verzachten.

En mijn kinderen.
Bij hen is vergeving.

Wees mij genadig
Gij die genade zijt.

Ik zie de wereldbrand
die ik gesticht heb
het volstrekte
dat ik heb geschonken.

Was mij schoon
en ik zal witter worden
dan sneeuw.

Geef mij een nieuw hart.

Zend uw geest
dat ik herschapen word.

Als dat zou kunnen…

(Huub Oosterhuis, 150 psalmen vrij)

Zegening

Contactinformatie

©2005-2024 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.