6e zondag (2026) – De Wet tot voltooiing gebracht
Marcel Braekers
Openingszang 374 Gij zijt boven de zee - Nachtgebed
Gebed
Uw zegen zoeken wij,
Uw liefde wijst ons wegen.
Ook deze dag zal onder ons
Uw wil geschieden.
Heilig ons met uw geboden,
Met de goedheid van uw woord
En verheug ons hart met de waarheid.
(S. de Vries, vieren en brevieren p.151)
Inleiding op de lezing
Zoals in de voorbije zondagen werd gezegd lezen we in de volgende tijd stukjes van de Bergrede. Dé grote gedragscode voor de christenen. Je zou dus blij moeten zijn bij het voorlezen van de tekst, maar zo zeker ben ik er niet van. Wat Jezus van zijn leerlingen vraagt is erg radicaal en de dreigingen als je niet gehoorzaamt, zijn erg ver rijkend. Zet u deze schrap om te luisteren naar de tekst uit Mattheüs.
Mattheüs 5, 17 – 37
Lied 527 leer van de liefde
Homilie
Geef toe, er wordt hier nogal wat op je bord, of moet ik zeggen op je geweten gelegd. Op het eerste zicht is deze gedragscode een grote stap vooruit naar een volwassen geweten en een inspirerende ethiek. Want tegenover de Thora die het houdt bij uiterlijke ge- of verboden stelt de Bergrede de innerlijke houding centraal. Je houden aan een uiterlijke norm volstaat niet, je innerlijke gesteldheid is belangrijk. Zo begrijp ik de uitspraak van Jezus “dat Hij de Wet tot voltooiing brengt”.
Dat lijkt een grote stap vooruit in ethisch besef. Tegelijk vind ik deze ethiek ook conservatief in het licht van wat hedendaagse menswetenschappen ons leren. Die wijzen ons erop dat we niet alleen een lichaam hebben, maar allereerst een lichaam zijn. ‘Leib bin Ich ganz und gar und nichts ausserdem‘ schreef Nietzsche reeds. Als ik allereerst lichaam ben voordat ik zakelijk mijn lichaam als een instrument beleef, betekent het dat ik ongewild kwaad kan worden, dat ik begeerte heb, dat ik ijdel ben. Dat alles zijn we en dringt zich ongevraagd aan ons op. Natuurlijk stelt een christen zich de vraag, wat hij met al die gevoelens moet doen. En opnieuw de visie van de menswetenschappen: We hebben een lange geschiedenis achter de rug waarin we al deze gevoelens moesten wegduwen als uitingen van onze zondeval en van ons verdorven lichaam dat als een kerker ons belette mens te zijn. Het is menselijker zijn gevoelens te erkennen, te accepteren dat je ‘maar’ die mens bent. Sterker nog: het zijn gevoelens die ons veel kunnen leren. We moeten niet zozeer streven naar heiligheid, maar naar heelheid, leert me de psychologie.
Als Jezus zegt dat je naar het Gehenna verhuist als je iemand ‘dwaas’ noemt dan vrees ik dat het daar overbevolkt wordt. En leven jullie met iedereen in vrede terwijl je hier eucharistie viert? Ik vrees dat ik ga moeten afhaken, want zo vlot loopt het niet. Je kan wel verlangen of streven naar verzoening, maar daarom lukt het niet altijd.
Mattheüs laat Jezus zeggen “dat Hij geen jota of haaltje van de wet zal afschaffen’. Veel bijbelspecialisten hebben daarom gedacht dat Mattheüs dit in de mond van Jezus legt om Paulus een hak te zetten. Paulus schreef immers 20 jaar voor dit evangelie op schrift wordt gezet, dat de Wet voorbij is, want die leert me alleen maar wat ik fout doe, zegt Paulus. Daarom plaatst hij tegenover de Thora met zijn ge- en verboden het enige gebod van de liefde. Het is dus niet ondenkbaar dat reeds in die eerste geloofsgemeenten een discussie leefde rond de vraag: wat is echt christelijk leven. Maar Peter Schmidt wijst er in zijn mooi boek over de Bergrede op dat ook elders in het evangelie van Mattheüs Jezus in de richting van Paulus spreekt. Als Hij tegen de Schriftgeleerde zegt dat er slechts twee geboden zijn: God beminnen boven alles en je naaste als jezelf, dan gaat dat in de richting van Paulus.
Wat hier in de Bergrede staat, is dus een enorme sprong voorwaarts in ethisch besef, in volwassen moraliteit, maar de tekst nodigt uit om nog een stap verder te gaan. En dan rest er alleen die ene, onvoorwaardelijke oproep: om te leven volgens de universele wet van de liefde. Een woord met vele nuances en in verschillende omstandigheden met een andere kleur. Als wordt gezegd dat je je vijand moet lief hebben, dan betekent liefde hier iets anders dan de liefde die je voelt voor je partner of je kinderen. Dat is dus de ethiek die de Bergrede ons voorhoudt en die ons oproept om in alle omstandigheden een weg van gerechtigheid te gaan.
In onze zangbundel staat dat prachtige lied met die zo menselijke tekst die voor mij helemaal passend is bij de lezing van deze zondag.
Lied 412 wat ik gewild heb
Groot dankgebed 158 Gij die mij aankijkt
Na de communie lied 532
