Vul deze velden in en aanvaard de voorwaarden en privacybeleid

260208 Verkondiging

5e zondag (2026) - Verkondiging

Jan Degraeuwe

Welkom

Lied 568: Wij zoeken U

Inleiding

Socrates hield niet van de redekunst die met mooie woorden wil overtuigen. Hij had vaak discussies met de sofisten die rijk werden door hun redekunst. Wie bereid was ervoor te betalen kon rekenen op hun welsprekendheid. De beroemde redenaar Gorgias verdedigde zich door te vertellen over zijn broer die geneesheer was en hem meenam naar patiënten om ze te overtuigen om hun medicatie te nemen. Je moet mensen nu eenmaal met mooie woorden overtuigen, zei hij. Voor de domincanen is dit ook een uitdaging want voor de orde van de predikers is verkondiging een belangrijke opdracht. Hoe moeten predikers omgaan met de redekunst? In zijn boek Retoriek en filosofie (1975) schreef Samuel IJsseling: “Het woord van de predikant is stichtend, het sticht of bouwt een wereld waarin de mens kan vertoeven, en het sticht of verwerkelijkt een gelovige gemeente waarin de mensen aan elkaar het verhaal van en over God doorgeven.” Hierover zullen we verder nadenken. Een stukje uit de Bergrede en twee stukjes uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs zullen ons hierbij helpen.

Gebed: Psalm 112

Gelukkig de mens die ontzag heeft voor de HEER
en grote liefde voor zijn geboden.
Zijn nageslacht geniet aanzien in het hele land,
de oprechten worden gezegend.

Rijkdom en weelde bewonen zijn huis,
en zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.
Hij straalt voor de oprechten als licht in het duister,
genadig, liefdevol en rechtvaardig.

Goed gaat het wie genadig is en vrijgevig,
wie zijn zaken eerlijk behartigt.
De rechtvaardige komt nooit ten val,
men zal hem eeuwig gedenken.

Voor slechte tijding vreest hij niet,
zijn hart is gerust: hij vertrouwt op de HEER.
Standvastig is zijn hart en zonder vrees.
Gul deelt hij uit aan de armen,
zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd,
hij zal stijgen in aanzien en eer.

Lied 560: Geen weg is te lang

Inleiding op de lezingen

Vorige zondag hoorden we het begin van de Bergrede. Vanuit de interpretatie van André Chouraqui begrepen we de zaligsprekingen als aansporingen om veerkrachtig het lot in eigen handen te nemen. Vandaag richt Jezus zich direct tot zijn leerlingen, tot de toehoorders op de berghelling en tot ons: “Jullie zijn het zout van de aarde”, “Jullie zijn het licht voor de wereld”. Na deze korte evangelielezing zingen we lied 552 “Maak ons tot het zout der aarde, voor de wereld tot een licht” Jezus wil dat zijn volgelingen verkondigen. Paulus heeft deze oproep gehoord en in de praktijk gebracht. Daarom luisteren we nog naar twee stukjes uit zijn eerste brief aan de Korintiërs. In het eerste beschrijft Paulus hoe hij verkondigt. In het tweede stukje spreekt hij over zijn toehoorders. Bij verkondiging is er niet alleen de spreker, maar zijn er ook de toehoorders en de interacties in de gemeenschap.

Mt 5, 13-16

Lied 552: Maak ons tot het zout der aarde

1 Kor 2, 1-5

1Kor 1: 26-27

Homilie

Wat zout betekent is duidelijk. Een snuifje zout geeft extra smaak aan ons voedsel en we weten dat vlees en vis vroeger gepekeld werden om ze langer te bewaren. Als Jezus zijn leerlingen het zout der aarde noemt, spoort hij hen aan om zijn boodschap te bewaren en met die boodschap smaak te geven aan de gemeenschap. Hij voegt eraan toe: “Als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout worden gemaakt?” De scheikundigen leren ons dat natriumchloride zijn kwaliteiten normaal nooit verliest. Wat bedoelt Jezus? Een mogelijke uitleg is dat het zout ingebed zat in een steenachtige klomp, het zout werd uitgespoeld en de smakeloze steen bleef achter. Wordt hier geen slimme uitleg bedacht om de scherpe uitspraak van Jezus niet te horen? Als Jezus zegt: ”Júllie zijn het zout van de aarde” dan gaat zijn uitspraak over het zout over de leerlingen en dan waarschuwt Hij: “Als jullie smakeloos en flauw worden, zijn jullie alleen nog goed om weggegooid en vertrapt te worden.” Wie het schoentje past, trekke het aan!

Mensen die geen zin zien in hun leven, vertoeven in diepe duisternis. Jezus roept op om vanuit de zaligsprekingen smaak en licht te brengen in de wereld. Dat is de verkondiging die Jezus vraagt. Paulus heeft deze opdracht ernstig genomen.

Paulus was opgegroeid in de Grieks-Romeinse wereld en was vertrouwd met de klassieke retoriek waarbij de redenaar sterk wil overkomen en zijn tegenstander verslaan. Paulus werkt ook met sterke tegenstellingen om zijn standpunt duidelijk te maken, maar hij kiest ervoor om het geheim van Gods liefde te verkondigen zonder verbale hoogstandjes of spitsvondige wijsheden. Hij zegt uitdrukkelijk dat de boodschap die hij brengt dwaas en zwak is in de ogen van de wereld. Paulus volgt de voorschriften van de retorische handboeken niet; hij vertrouwt op de innerlijke kracht van zijn boodschap. Zijn boodschap is Jezus Christus, de gekruisigde. Daarom stelt Paulus zichzelf niet krachtig voor, maar zwak, angstig en onzeker. Hij treedt op de achtergrond ten opzichte van wat hij verkondigt, en deze teruggetrokkenheid maakt integraal deel uit van wat hij verkondigt. De boodschap blijkt uit zijn spreken en zijn houding. Het evangelie van Christus ontplooit zijn kracht in zwakheid.

Paulus betrekt zijn toehoorders bij de boodschap door hen te herinneren aan hun bescheiden status in de maatschappij: “Onder jullie waren er niet veel die naar menselijke maatstaven wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren.” Hij werkt dit uit in een scherpe tegenstelling tussen wat de wereld belangrijk vindt en wat God uitkiest: “Wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen.” Een volgeling van Jezus wil iets betekenen in de wereld maar wil niet ten koste van alles op de hoogste trede staan.

Om zijn verkondiging verder te laten leven en groeien, stichtte Paulus gemeenschappen waarin hij joden en niet-joden opnam. Hij spoorde de leden aan: “Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing voor God met heel uw hart psalmen, hymnen en liederen die de Geest u vol genade ingeeft.” (Kol 3: 16) Zo werden de gemeenschappen plaatsen van wederzijds onderwijs waar de traditie bewaard werd.

Door zijn brieven en reizen creëerde Paulus samenhorigheid tussen die gemeenschappen. Hij maakte dit ook concreet door in rijkere gemeenschappen collectes te organiseren voor armere gemeenschappen. Gemeenschappen vormden zo een netwerk en ondersteunden elkaar.

Hoe kunnen wij verkondigen? Onze leeftijd maakte ons al wat zwakker. Hoogdravende en opgesmukte taal hoeft niet voor ons. Onze gemeenschapsvorming en onze solidariteit kunnen zout en licht voor de wereld zijn.

Tafelgebed 154: Wij loven en danken

Slotlied 581: Zoals ik zelf gezonden ben

Slotgebed

Vader,

Maak ons tot lichtende voorbeelden in de wereld,
tot smaakvol zout in het dagelijks leven,
tot gist in het deeg van de liefde
waarmee wij bouwen op elkaar.
Maak ons sterk om te leven zoals Jezus Christus,
die voor ons licht in duisternis is.
Amen.

Zegen

Contactinformatie

©2005-2024 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.