4e zondag (2026) – De gedragscode voor elke christen
Marcel Braekers
|
Mattheüs 5, 1 – 12 NBV Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Gelukkig de treurenden, Gelukkig de zachtmoedigen, Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, Gelukkig de barmhartigen, Gelukkig wie zuiver van hart zijn, Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Gelukkig zijn jullie, wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. |
Mattheüs 5, 1 – 12 (A. Chouraqui) En marche, les humiliés du souffle, Oui, le royaume des ciels est à eux. En marche, les endeuillés, Oui, ils seront réconfortés. En marche, les humbles, Oui, ils hériteront la terre. En marche, les affamés et les assoiffés de justice, Oui, ils seront rassasiés. En marche, les matriciels, Oui, ils seront matriciés. En marche, les cœurs purs, Oui, ils verront Elohim. En marche, les faiseurs de paix, Oui, ils seront criés fils d’Elohim. En marche, les persécutés à cause de la justice, Oui, le royaume des ciels est à eux. En marche, quand ils vous outragent et vous persécutent, en mentant vous accusent de tout crime, à cause de moi. Jubilez, exultez. Votre salaire est grand aux ciels. Oui, ainsi ont-ils persécuté les inspirés, ceux d’avant nous. |
Openingszang 101 Heerlijk is het te loven de Heer - Openingsvers
Begroeting
Vanaf vandaag wordt overal in de wereld in de christelijke kerken uit de Bergrede van Mattheüs gelezen. Stukje voor stukje elke zondag om zo de diepere betekenis geleidelijk te laten insijpelen. Dat zorgt ervoor dat de tekst gelezen wordt tegen de achtergrond van deze tijd. Het heeft natuurlijk als nadeel dat je de rode draad in het geheel uit het oog verliest. Het zou dus een mooie oefening in persoonlijke spiritualiteit kunnen zijn, indien u in de volgende tijd thuis deze 2 hoofdstukken in hun geheel in stilte doorleest en u erdoor laat meenemen. Het gaat hier immers om een van de belangrijkste basisteksten van onze christelijke moraal.
Gebed voor de wereld nr. 114
Openingsgebed
Gij die de ogen van blinden opent
En gebroken mensen opricht,
Maak ons tot boodschappers van uw barmhartigheid
Richt onze ogen en ons hart
Op het diepere lijden dat mensen treft,
Op uitzichtloze verdeeldheid en haat
Op vernederende armoede.
Laat niemand van uw mensen verloren lopen,
Maar zich verblijden omdat Gij optreedt
Onverwacht en anders dan wij zouden vermoeden.
Evangelie Mattheüs 5, 1 – 12
Lied 531 de zaligsprekingen
Homilie
We leven in een periode dat grootmachten zich niets meer aantrekken van het internationaal recht (als ze dat al ooit hebben gedaan), waar bedrijven boven landsgrenzen uit elkaar beconcurreren om de overmacht en de ermee verbonden winsten, waar in het dagelijkse leven de filosofie heerst van de zelfontplooiing en de dwang om hier en nu gelukkig te zijn, wie mij daarbij hindert, duw ik omver. Of zoals onze leraar Frans elke keer voor het examen zei: chacun pour soi et Dieu pour tous.
Diametraal daar tegenover staat de Bergrede in het evangelie van Mattheüs als de grote gedragscode voor elke christen, krachtig en tegelijk broos en bescheiden. Sinds ik de vertaling en uitleg van André Chouraqui las, kan ik de tekst niet anders meer lezen dan hij hem stuurt. Chouraqui vermoedt dat achter het Nederlandse woord “gelukkig” of het Griekse “makarios”, het Hebreeuwse woord “ashreh” staat, wat je best vertaalt als “op weg, vooruit”. Vandaar dat hij het eerste vers vertaalt als: En marche, les humiliés du souffle. Oui, le royaume des ciels est à vous. De interpretatie lijkt me verantwoord, omdat ook elders in het evangelie Jezus de mensen aanspoort om in hun kracht te gaan staan.
De acht aansprekingen zijn niet bedoeld voor acht verschillende groepen maar wijzen samen naar die ene groep thuislozen die niets of niemand hebben op wie ze nog kunnen rekenen. Voor hen is “het koninkrijk der hemelen”. “Hemelen” omdat Jezus het woord “God” niet zomaar mag uitspreken. En “koninkrijk” als de nieuwe gemeenschap waar mensen het leven en hun bezit delen met elkaar, waar God de dragende kracht is en de inspiratie om voort te gaan. Jezus roept de ontheemden en thuislozen op om terug te geloven in eigen kracht en belooft dat God hen daarbij toekomst zal geven. God zal handelend optreden en zich in kracht doorzetten. Wat een krachtige aanzet waarna de grote gedragscode voor de christen volgt.
Zal er dan toch een tijd komen dat armen door God worden getroost, dat zachtmoedigen het land in bezit krijgen, dat wie hongert naar gerechtigheid verzadigd wordt? Zou er ooit een tijd kunnen komen dat de zuiveren van hart God zullen zien, en vredestichters kinderen van God worden genoemd? Een tijd dat de zwaksten en meest kwetsbaren de norm van ons handelen worden? Als je kijkt naar onze wereld, is het nauwelijks te geloven. En toch was dit de fundamentele overtuiging van Jezus als Hij zegt dat voor hen het koninkrijk van de hemel is.
Deze ‘zaligsprekingen’ zijn dus eerder een oproep, een prikkel om niet ontmoedigd te blijven zitten in pessimisme, in wantrouwen tegenover zichzelf en de wereld, maar om opnieuw veerkrachtig het lot in eigen handen te nemen. En dat is mogelijk omdat God zelf de eerste aanzet geeft, omdat Hij ‘tegen alle noodlot in ons vasthoudt en vreugde schept in mensen’ zoals Oosterhuis dichtte en we straks na de communie ook zullen zingen.
Groot dankgebed 164
Na de communie 553 Gij die geroepen hebt -licht- Groter dan ons hart
