3e zondag (2026) – Hoop in donkere tijden
Ria Verschueren
Verwelkoming
Inleiding
We lezen vandaag bij Matteüs hoe Jezus aan zijn verkondiging begon. Hoe hij hoop bracht bij mensen zonder perspectief of vooruitzichten. Hoe hij koos voor de rechtelozen. Zo zingen we in het lied ‘Voor kleine mensen’. Vandaag zullen we stilstaan bij die Hoop.
Openingsgebed
Laten wij om deze viering te beginnen de tekst van dit lied samen bidden :
Voor kleine mensen
is hij bereikbaar
Hij brengt hoop aan rechtelozen
Hun bloed is kostbaar in zijn ogen
Hij koopt hen vrij uit het slavenhuis.
Zijn naam is
tot in eeuwigheid
zolang de zon staat aan de hemel,
Zijn naam gaat rond over de aarde
een woord van vrede
van mens tot mens.
(H. Oosterhuis)
De tekst die we vandaag bij Matteüs lezen gaat terug op een tekst uit het oud Testament van Jesaja.
Laten we daarnaar luisteren : Jesaja 23b- 9,3
We hoorden : Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht. Dat volk zijn de mensen die veraf wonen, in de kuststreek, over de Jordaan ‘ en in het domein van andere volken’.
Reeds bij Jesaja wordt aangekondigd dat het schitterend licht bedoeld is voor de onaanzienlijken.
In het Nieuw Testament lezen we bij Matteüs hoe en waar Jezus zijn verkondiging begon: laten we luisteren: Matteüs 4, 12-23.
We zingen Lied 772 ‘Voor kleine mensen’
Toelichting
Zoals we al meer gehoord hebben : Matteüs schreef zijn evangelie voor joodse christenen, mensen die in het joodse geloof zijn opgevoed. Dat vormt voor Matteüs als brenger van de Blijde boodschap een dubbel probleem: een messias die de kruisdood sterft was schandelijk en dus ondenkbaar voor de joden. En dan nog één die zijn prediking begint in het Galilea van de heidenen en niet in Jerusalem.
Om met zijn evangelie toegang te vinden bij de Joden verwijst Matteüs voortdurend naar de Schriften uit het Oud Testament die de Joden goed kennen. Daarom hint de tekst van vandaag zo duidelijk naar Jesaja. Jezus handelde en leefde zoals over hem in het Oude Testament geschreven stond. Om de start in het heidense Galilea met vooral tweederangs joden en vreemdelingen te verduidelijken verwijst Matteüs weer naar Jesaja: ‘Het volk dat in de duisternis woont ( zoals de Galileërs ), heeft een groot licht aanschouwd’. Matteüs’ evangelie is het meest Joodse, maar door de verwijzing naar Galilea als begin- en eindpunt van Jezus’ verkondiging is het ook het meest universalistische: ‘Ga, en maak alle volken tot leerling’.
Jezus vluchtte dus niet voor de duisternis, maar zocht ze juist op om daar het Licht van Gods Liefde te laten schijnen. En wat veranderde er dan in dat Licht van Gods Liefde? Het leven veranderde door wat hij deed. Hij zocht de mensen op die nergens anders gezien werden en zette ze in het licht . In de tekst van het lied ‘Voor kleine mensen’ lezen we : ‘hij geeft hoop aan rechtelozen’. Door het licht van de Liefde brengt Jezus Hoop. Door Jezus is God de bron van Hoop voor alle mensen die in duisternis leven.
In de werkgroep liturgie zijn we dit jaar aan het nadenken over die Hoop. Wat betekent dat eigenlijk? En wie zijn de mensen die in duisternis leven? Wat kunnen we daaronder verstaan? Enkele weken geleden had Marcel het hier over de Hoop. Hij ging hiervoor te rade bij de Franse filosoof Gabriël Marcel. Die ziet hoop als een levenshouding, niet als optimisme of verlangen, maar als een geduldig wachtend openstaan voor wat komt. Dat doet denken aan wat psychiater Dirk De Wachter schrijft in zijn laatste boek ‘Wachten’. Hij heeft het niet over mensen zonder rechten, in materiële armoede of in oorlog, maar over ons zelf in wat hij een hypernerveuze maatschappij noemt. Wij zijn in die zin ook een volk dat in duisternis leeft. Wij beleven donkere tijden. We denken daarbij aan het dreigend oorlogsgeweld, aan het verdwijnen van menselijk contact in de digitale consumptiemaatschappij, aan de steeds meer openlijke miskenning van recht en moraal. Het is om wanhopig van te worden. Voor geduldig wachten tot iets zich openbaart of tot verbinding leidt, daar hebben we veel te weinig tijd en ruimte voor. Dat maakt ons ziek. De Wachter pleit dan ook voor bedachtzaam geduld oefenen zonder verwachting. Hoop is ook in die zin een soort van veerkracht. Hoop staat dicht bij vertrouwen. Niet verlangen naar ‘iets’, maar openstaan en vertrouwen. Het is niet iets van het ‘ik’ maar een grondhouding die tot in het diepste van onze persoon gevestigd is. Een kracht die ons gegeven wordt, een vorm van genade die ons doet openstaan voor wat er om ons heen gebeurt, voor wat komt. Hoop kunnen we bij elkaar voeden door samen te vertrouwen. Zo zou je kunnen zeggen dat Hoop het goddelijk vonkje is dat iedereen diep in zijn hart draagt. En heel belangrijk is dat we door die houding van geduldig openstaan de hoop dragen, niet alleen bij onszelf, maar bij iedereen die we in ons hart dragen en bij ons te rade komt. Zo gebeurde ook in mijn praktijk als psychotherapeut waar we een grondhouding betrachten van geduldig hoop dragen zolang mensen dat zelf niet aan kunnen en de wanhoop overheerst.
Dat doet me denken aan het gedicht van Charles Péguy over het ‘kleine meisje hoop’ waarvan ik een fragment als kerstwens kreeg toegestuurd:
Wat me verwondert, zegt God, is de hoop.
Daar ben ik van ondersteboven
De mensenkinderen, ze zien toch
Wat er in de wereld allemaal omgaat
En ze geloven dat het morgen omslaat.
Ze zien hoe het in de wereld omgaat
En toch geloven ze dat het morgen beter gaat
Dat is toch ongelooflijk.
Soms zegt God, soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven. ( La petite fille Espérance, Charles Péguy)
De mensenkinderen bij Péguy zijn gelovigen die het goddelijk vonkje van de Hoop in zich dragen. Deze Hoop schenkt de God van Jezus aan de rechtelozen, aan al wie het moeilijk heeft om nog uitkomst te zien. We kunnen die hoop bij elkaar voeden en dragen.
We zingen Lied 416 Laat iemand hen dragen
Kaarsjes
Tafelgebed 159 Gij de grond van ons vertrouwen
Onze Vader en zegen
Communie
Voorbeden
Communielied Lied 592 Blijf bij ons
Slotgebed ( Mahmoud Darwish, 1941-2008)
Als je je ontbijt klaarmaakt, denk dan aan de anderen
en vergeet niet de duiven te voeren.
Als je je in oorlogen stort, denk dan aan de anderen
en vergeet de mensen die om vrede vragen niet.
Als je de waterrekening betaalt, denk dan aan de anderen
die uit de wolken drinken.
Als je thuis komt, denk dan aan de anderen
en vergeet de mensen in tenten niet.
Als je slaapt en de sterren telt, denk dan aan de anderen
aan hen die geen slaapplaats hebben gevonden.
Als je je ziel bevrijdt met mooie gedachten, denk dan aan de anderen
die het recht op woorden hebben verloren.
En als je aan de verre anderen denkt, denk dan aan jezelf
en zeg : ik wil een kaars in de duisternis zijn.
Zegen
