Berichtenbord

230815

Feest van Maria opgenomen in de hemel (2023)

 

Marcel Braekers

Openingszang 501Salve Regina

Begroeting

De ‘salve regina’ heeft in de dominicaanse traditie een belangrijke plaats. Elke dag wordt er het nachtgebed mee afgesloten. Het wordt gezongen bij alle belangrijke gelegenheden vb. wanneer je het habijt ontvangt, je kloostergeloften uitspreekt, tot priester wordt gewijd. Wanneer een medebroeder wordt begraven sluiten we de dienst altijd af met het moment dat alle medebroeders rond de kist gaan staan en het ‘salve’ zingen. 

De zang heeft daarmee het karakter van transformatie gekregen: zingend gaan we over van de dag naar de nacht, van het leven naar de dood, bij het zetten van een nieuwe stap in verbondenheid met de orde en het leven. Ik vind het daarom mooi om in deze dominicaanse kapel dit feest van Maria te openen met deze zang. We gedenken vandaag dat Maria haar bestemming vond toen ze werd opgenomen in Gods liefde. We vieren haar thuiskomst, maar tegelijk dat dit ook onze bestemming is waarnaar we onderweg zijn.

Laten we het daarom stil maken in ons en God smeken om zijn genadige nabijheid.

 

Lied 139 wees Gij het woord, Gij de stilte

 

Gebed

Wees gegroet, Maria

Door u ontving onze wereld Jezus,

Beeld en gelijkenis van God.

Doorheen uw levenswandel leerden wij

Hoe vreugde en verdriet, nabijheid en verlatenheid

Een onvermijdelijk deel van ons bestaan vormen,

Maar ook, hoe God ons daarin nabij is.

Leer ons zoals Gij

Te luisteren naar Gods Woord,

Leer ons te hopen zoals Gij

En te dragen en verdragen wat het leven ons ongevraagd opdringt,

Opdat Gods Geest ook ons mag vervullen

Zoals hij eens in u deed.

 

Het evangelie van Maria

In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazareth in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: “gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.” Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. (Lucas 1, 26-29)

Terwijl ze in Bethlehem waren, brak voor Maria de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. (Lucas 2,6-7)

Na drie dagen vonden ze Jezus in de tempel, waar hij tussen de leraren zat, terwijl hij naar hen luisterde en hen vragen stelde. Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden. Toen zijn ouders hem zagen, waren ze ontzet, en zijn moeder zei tegen hem: “kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.” Maar hij zei tegen hen: “waarom hebt u naar mij gezocht? Wist u dan niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” (Lucas 2,46-50)

Zijn moeder en zijn broers kwamen naar hem toe, maar ze konden niet bij hem komen vanwege de menigte. Zijn toehoorders zeiden tegen hem: “uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen u spreken.” Maar hij antwoordde: “mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen.” (Lucas 8,18-19)

Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: “dat is uw zoon” en daarna tegen de leerling “dat is je moeder”. Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich op. (Johannes 19, 25-27)

Na de dood van Jezus wijdden de leerlingen zich eensgezind en vurig aan het gebed, samen met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers…. Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vervulde. Er verscheen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten en allen werden vervuld van de heilige Geest. (Handelingen 1, 14. 2,1-4)

Lied 593 Lied van Maria

Homilie

In alle godsdiensten zie je dat er een spanning is tussen de mannelijke en vrouwelijke pool. De oudste religies zijn meestal moederreligies waarbij verbondenheid met de aarde, met de natuur en de cyclus van leven en dood centraal staan. In tegenstelling tot de patriarchale godsdiensten is het heilige meer toegankelijk. Neemt de patriarchale structuur de matriarchale over, dan verdwijnt veel van die nabijheid maar merk je dat na enige tijd de druk toeneemt om terug te keren naar het moederlijke. De Bijbel en ons Joods-christelijk geloof is daar een goede illustratie van. Aan de basis van de Joodse godsdienst ligt een oudere moederreligie die geleidelijk werd teruggedrongen wellicht omdat bij die rondtrekkende herders de mannelijke leider de overhand nam van de moeder.

Een aantal teksten en gebruiken in de Bijbel zijn maar te begrijpen als je ze tegen deze achtergrond bekijkt. Het scheppingsverhaal in 7 dagen is een typische voorbeeld van mannelijke ordening. Maar daarnaast beginnen alle grote feesten niet ’s morgens bij de opkomst van de mannelijke zon, maar ’s avonds als de zon ondergaat in moeder aarde. In Exodus 23, 19 staat: Je mag een geitenbokje niet koken in de melk van zijn moeder. Een wat vreemd gebod in het geheel, tenzij je beseft dat dit een gebruik was van de oorspronkelijke herdersstammen met hun moederreligie. De latere Wijsheidsteksten in de Bijbel zijn een hernemen van de heilsgeschiedenis maar nu herschreven vanuit het standpunt van de vrouwelijke wijsheid die altijd naast God heeft gestaan. In het latere Jodendom keert zo het moederlijke terug.

Ook ons christelijk geloof heeft altijd geworsteld met deze spanning. De figuur van Jezus, zijn getuigenis over de Vader en de idee van verlossing uit de zonde door zijn dood beklemtoonden dat mannelijke patroon. Slechts geleidelijk kwam er plaats voor de moeder van Jezus en voor het getuigenis dat de vrouwen gaven in de eerste huiskerken. In het christendom doken daarom al vlug voorstellingen op van Maria als de theotokos, de moeder met het kind op haar schoot, symbool van stevigheid en van oervertrouwen. De schaarse Bijbelse verhalen beschrijven Maria als iemand die vertrouwt ook als ze zwanger wordt van een kind dat niet van haar verloofde is. Ze is vasthoudend als haar kind gevaar loopt, en aanwezig als Hij wordt vermoord. De korte fragmenten die werden gelezen getuigen van die herkenbare nabijheid. Het kon niet anders dan dat dit beeld in de beleving meer en meer aan betekenis won tegenover de gekruisigde Christus. De vele namen waarmee men Maria ging aanspreken steunen niet op feiten maar zijn uiting van die behoefte aan geborgenheid, het gevoel dat geloven dicht bij ons lichaam en bij het leven moet blijven.

Ik hoop dat ik haar niet tekort doe als ik de verering van Maria zie als de uiting van onze behoefte aan nabijheid. Is het niet merkwaardig dat in een periode dat het beeld van de almachtige, strenge God-rechter domineert, er een verering van Maria groeide die sentimenteel werd en tot vandaag nog zijn sporen nalaat. Maar zoals onze Kerk behoefte heeft aan waardering van de vrouw en het vrouwelijke, zo is een nieuwe, krachtige waardering van Maria als gelovige oorsprong van haar Zoon belangrijk in deze tijd. Daarom eren wij haar vandaag en belijden daarmee de gevoelsmatige en betrouwbare pool van ons geloof.

Groot dankgebed 166 Adem van mensen

Na de communie refrein 138  Sanctum nomen Domini (Mijn ziel prijst de naam van God) + lezen van het Magnificat

Contactinformatie

©2005-2023 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.