Vul deze velden in en aanvaard de voorwaarden en privacybeleid

270706 De Rugzak

14e zondag (2025 - De rugzak

Geert Craps

Openingslied 803 Hoe is uw naam

Kruisteken 

Inleiding

Toen onze kinderen ons nog braaf vergezelden op vakanties, gingen wij graag in de Alpen, de Pyreneeën, de Schotse Highlands of het Welshe Snowdonia dagwandelingen doen tijdens onze reizen. Klassiek was bij die wandelingen “de rugzakken”. Siska ging er van uit dat iedereen zijn steentje moest bijdragen tot het sleuren van alle benodigdheden voor een wandeling. Dus droegen onze gasten hun eigen waterfles mee in hun rugzakje, en wij de rest. Op zo’n tochten kon een rugzak wel eens zwaar wegen, maar anderzijds was je blij om een verse baguette met plaatselijke schapenkaas in de rugzak te vinden als de honger toesloeg op de middag. Dat is zo met rugzakken: het zijn lasten, maar ze zijn je hebben en houden dat je in leven houdt. 

Rugzakken zien we ook als een symbool voor alles wat we meesleuren in dit leven, als we bv. zeggen van iemand: “die heeft nogal een rugzakje meegekregen”. Elk van ons heeft inderdaad zijn eigen bagage aan ervaring en kennis, of zijn eigen lading slechte ervaringen en herinneringen. Ook deze gemeenschap heeft zijn eigen typische, wat speciaal gevormde rugzak. De Kerk heeft een erg zware rugzak met veel lusten, maar ook veel lasten en overtollige bagage. Onze wereld torst de last van eeuwen bewoning op zich. We dragen allemaal wat mee. Ieder zijn eigen rugzak.

Die metaforische rugzak is dus, net zoals de echte op onze bergtochten, zowel een last als een lust, een vat vol problemen, maar ook een schat aan ervaringen. Onze rugzak is eigenlijk dat wat ons bepaalt, meer zelfs, je kunt het dragen van een rugzak bijna onze “condition humaine” noemen:  een mens is mens en de mens die hij is, omdat hij een en ander meesleurt in zijn leven. Hoe we spreken, voelen en denken, wie we zijn, wat we meegemaakt hebben, wat we uitstralen, waar we voor staan, onze dromen voor de toekomst: onze rugzakken maken ons tot wie we zijn. Last en leven, dat is de rugzak. 

Laten we ons aan het begin van de viering bezinnen over wat ons tot betere mensen maakt. 

Bezinning  (Kyrie)

Heer, geef ons zuivere woorden, nederigheid, kracht en geduld.

Broeder Jezus, geef ons een zoekend hart, een zoekende ziel die Uw aangezicht wil zien. 

Heer, geef ons de Geest van wijsheid en verstand, van raad en sterkte en kennis, waardoor we deel krijgen aan U. 

Antwoordlied 521 Overal zijt gij onzichtbaar gegeven

 

Openingsgebed 

Wanneer Gij zelf niet bij ons zijt, 
blijft dit huis leeg,
en als Gij zelf niet met ons gaat, 
zijn wij vergeefs bijeen; 
wanneer Gij zelf ons niet verlicht, 
weten wij geen raad. 

Breng ons dan 
tot waar Gij zijt, 
tot voor uw lichtend aangezicht. 
Verdrijf het donker 
waarmee wij U bedekken. 
Maak dan uw stem hoorbaar, 
ons lied waarachtig 
en ons gebed bezield. 

Amen.

Inleiding op de lezing

Wij lezen vandaag hoe de evangelist Lukas aan zijn lezers voorhoudt dat het goede nieuws van het komende rijk bij alle volkeren moet worden verspreid. Lukas doet dat door een verhaal te vertellen waarin Jezus zijn leerlingen op reis stuurt. Dat is een dada van Lukas, net zoals van Paulus: de boodschap van het komende rijk is er voor iedereen, ze beperkt zich niet tot het uitverkoren volk, maar heeft een universele betekenis. Zo zijn we tegelijk ontvangers van deze boodschap, maar ook zelf gezonden. 

Wat opvalt in het verhaal van Lukas zijn de waarschuwingen die Jezus aan de leerlingen geeft: je gaat in een vijandige wereld terechtkomen, waar ieder op de loer ligt om je tegen te werken. Je kunt dus best niet al te veel bezittingen meenemen, want zo wordt je alleen maar een doelwit voor plunderaars en rovers. Het is ongetwijfeld een waarschuwing voor de atmosfeer in Lukas’ tijd, waar de wegen inderdaad minder veilig waren, en waar ook christenen vervolgd werden en als schapen tussen de wolven waren. Ook in dat aspect kunnen we ons soms herkennen. 

Evangelie: Lk. 10,1-9 

In die tijd wees de Heer tweeënzeventig leerlingen aan en zond hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen waarheen Hijzelf van plan was te gaan. Hij sprak tot hen: "De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren onder de wolven. Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel en groet niemand onderweg. In welk huis ge ook binnengaat, laat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! Woont daar een vredelievend mens, dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet, dan zal hij op u terugkeren. Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere. In elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij.

Tussenzang    533 Mijn vrienden zijt gij zegt de Heer. (str. 1-3)

 

Bedenkingen bij het evangelie

Dat ene zinnetje in het evangelie heeft mij altijd al getroffen “neem onderweg geen reiszak mee”. Als we deze tekst van Lukas met de ogen van vandaag lezen, dan krijgen we het gevoel dat er achter die zin meer zit. Lukas wijst er, ook aan ons, op dat de bagage van een zendeling vooral die van de kernboodschap moet zijn. Bekommer je niet te veel over hoe je zal overleven. Dus ook: “groet niemand onderweg”: “laat je niet afleiden door andere praatjes of gebabbel dan diegene die je moet brengen”, zal wel bedoeld zijn. Focus op de kern,  wanneer je getuige bent van mijn boodschap bij anderen. 

In het vervolg van de lezing wordt heel simpel gezegd wat die essentie dan wel is. Dat zijn twee zinnen, volgens het verhaal: “vrede zij met dit huis” en “het rijk Gods is nabij”. Je wenst iedereen vrede toe, de diepe relatie van respect en medemenselijkheid met ieder die je tegenkomt. En dan is de tweede boodschap: het rijk Gods is u nabij. In de tijd van Lukas hoorde men deze boodschap als een echte aankondiging van de werkelijke wederkomst van God. Nu horen en interpreteren we dat anders: als een opdracht om te bouwen aan een wereld doordrongen van de Geest, een wereld met een plaats voor iedereen. 

Ik kom even terug op het dubbelzinnige van de rugzak waar ik het in mijn inleiding over had. Het is een last  die je meesleurt, maar het is tegelijk ook datgene wat je maakt tot de mens die je bent, het is je geleefde leven. Waarom zou ik die rugzak niet moeten meenemen, als ik van de kernboodschap getuig bij anderen? Naar mijn idee kun je de essentiële boodschap van vrede en het rijk Gods toch enkel brengen wanneer je met je beide voeten in het leven hebt gestaan. Wanneer de boodschap doorleefd is, is ze echt en komt ze over. Meer nog: onze ervaring van de wereld die ons omgeeft is vandaag niet altijd positief. Mensen worden meer en meer angstig en onzeker aan het leven. Dat is het huidige geleefde leven van zo velen. De gedeelde ervaring van deze realiteit maakt onze boodschap geloofwaardig. Het is, net zoals bij ploegen, goed dat je achterom kijkt om te zien wat er allemaal in je rugzak zit. 

En toch is het  ook juist dat die rugzak wel eens in de weg zit als een last. In de beweging om telkens opnieuw terug te keren tot de essentie wanneer we als christenen in het dagelijkse leven staan, moet je soms je hele voorraad eigen ervaringen en ideeën, alle kennis, wijsheid en rijpheid die je verworven hebt, en hoe waardevol je die ook acht, toch opzij zetten. Om tot die essentie te komen, moet je even loskomen van de waan, de waanzinnigheid, de waanzin van de dag die ons elke keer weer overvalt. Ik denk dat Meister Eckhart daar ook op gewezen heeft: "Nu wil God niet meer van je dan dat je op een schepselachtige manier uit jezelf gaat en God God in je laat zijn." zegt hij. De lege ruimte die je maakt in jezelf, kan de plaats worden voor het goddelijke. Tegelijk is het ook een respectvolle houding tegenover je medemens: je loopt niet voortdurend met heel je tradities en taalgebruik te koop als christen, zodat de medemens ook de ruimte voelt om zichzelf te zijn. Om Eckhardt een klein sociaal tintje te geven: “door op een schepselachtige manier uit jezelf te gaan voor de ander, laat je God God worden in je ontmoeting”. Het is, net zoals bij het ploegen, goed om niet achterom te kijken, dan kun je je medemens recht aankijken. 

En dan wil ik graag terugkeren tot een zinnetje helemaal aan het begin van het verhaal van Lukas. “Hij zond hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen”. Zo loslaten wat je als mens allemaal denkt en voelt om tot de essentie te komen, dat kun je beter niet alleen doen. Daar heb je een medemens voor nodig. Het is een uitnodiging om tochtgenoten te zijn, in onze focus op de essentie. En misschien kunnen we soms zelfs elkaars rugzak eens dragen. 

 

Offerande 

Muziek: Jean-Philippe Rameau Entrée de Polymnie CD Rameau track 16

149 God, Woord van de schepping

Tafelgebed: 152 Mijn God zijt Gij

Onze Vader, Vredewens en communie

Muziek: François Couperin Versets uit Psaume 84, CD Couperin track 7-10

Communielied: 545 Naar uw beeld

Slotgebed 

Gij stem in de stilte van eeuwen,
die roept sinds het begin,
opdat geen mens
onaangesproken, doelloos
door het leven gaat,
maar zich in vertrouwen
naar U toe durft wenden,
houd diep in ons
dat roepen aan.Gij zijt het toch
die naamgenoten zoekt.
Zij die het vuur bewaren.
Zij die naar wegen zoeken.
Zij die met woorden van genade
de ander tegemoet gaan.
Zij die weer samen brengen,
alles wat menselijk is,
maar nog verstrooid
en hunkerend naar eenheid.

Drijf uw verlangen in ons hart
dat het ons eigen wordt
en wij in deze wereld
teken zijn van kracht en inspiratie.
Begeesterd door het beeld
Van de mens Jezus.

(Kris Gelaude)

Zegening

Contactinformatie

©2005-2024 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.