Kerstmis 2025 – Onstuitbaar is Gods spreken
Marcel Braekers
Begroeting
Hoe kunnen we in deze donkere tijd een boodschap van Licht brengen? Hoe in onze verscheurde wereld een tegenverhaal van hoop uitspreken? Ik heb lang met de vraag geworsteld welke richting deze Kerstnacht zou moeten nemen. Moet het een lange lijst van aanklachten worden om de zovele plaatsen van onrecht en geweld? Of kruip je helemaal weg in een weemoedig verhaal van sneeuw, pakjes, gezelligheid. De twee wegen spraken mij niet aan: het gezellige Kerstmis heeft me altijd verveeld en met een zoveelste aanklacht van bepaalde landen of leiders is niemand geholpen. Aarzelend heb ik ervoor gekozen om achter het klassieke verhaal een krachtig beginpunt te zoeken, een boodschap die oud en nieuw tracht samen te brengen en die sterker is dan de onmacht van deze wereld. De geboorte van Jezus is een groots en definitief gebaar van een God die sinds alle eeuwen tot de wereld sprak. Zo begint het evangelie van Johannes dat ik in het centrum wil platsen. We zijn vooral vertrouwd met de versie die Lucas schreef over de geboorte, maar even intrigerend is de poëtische, creatieve taal waarin de evangelist Johannes schreef over dat eerste begin. De twee verhalen samen geven de kracht om te dromen en te hopen.
Gebed
Wij komen ons warmen, God,
Hier, aan Uw licht.
Laat de dag geboren worden uit het duister,
Het lieve licht van uw ontferming,
En omarm met uw stralen deze aarde
Waar zij in nacht verzonken ligt.
Gij hebt de mens naar uw hart,
Uw lieveling onder ons verwekt,
Als een licht dat voorgaat.
Geef dat wij Hem mogen vinden
En lezen in elkaars ogen;
dat wij Hem weerspiegelen
Als licht voor allen,
Die nu wakker liggen in de nacht:
Jezus, uw mensenkind in ons geboren.
Stille nacht, heilige nacht
Lucas 2,1-17
Lied 265 nu zijt wellekome
Johannes 1, 1-14
Lied 268 in den beginne was het Woord
Homilie
Het gebeurt regelmatig dat als ik met oudere mensen praat en herinneringen met hen ophaal, dat ze verhalen vertellen over de tweede wereldoorlog. Die is 80 jaar geleden geëindigd maar nog blijven trauma’s en angsten voortleven. Ik bedenk me dan hoeveel leed, angst en opgekropte woede er vandaag niet overal in de wereld leeft. Begin je ze na te gaan dan blijken er weinig plekken in de wereld die over een tijdspanne van 50 jaar aan geweld zijn ontsnapt. De vraag die ik mij stel is: hoe geraakt dit ooit opgelost, of minstens hoe wordt leven en samenleven opnieuw leefbaar. We denken spontaan aan Gaza, Oekraïne, Oost Congo, Soedan, Syrie, maar er zijn nog zoveel plaatsen waar volksgroepen tegenover elkaar staan, waar dictaturen onherstelbare wonden veroorzaakten. Is daar ooit verzoening mogelijk? Hoe en waar vindt men balsem om de geslagen wonden te genezen? Ik heb de idee dat mensen hulp van buiten nodig hebben om boven die wonden uit te geraken. Een hulp die groter en sterker is dan humanitaire hulp, meer dan slachtofferhulp of een verzoeningscommissie, iets dat met het dagelijkse leven maar ook met spiritualiteit is verbonden.
Deze dramatische insteek was de aanzet voor mij om het begin van het Johannesevangelie opnieuw te lezen. Ik vind deze tekst van zo’n grote kracht en creativiteit dat hij voor mij heel dit Kerstgebeuren overheerst.
“In het begin was het Woord” zo opent dit evangelie, maar ‘begin’ of ‘archè’ gaat niet over een lang vervlogen tijd, maar over iets dat fundamenteel is. En ‘logos’ of ‘woord’ is niet ‘woord’ of ‘leer’, maar betekent bij Johannes eerder ‘spreken’. Daarom zou het correcter zijn dit eerst vers te vertalen als: “Altijd reeds, vanaf het oudste begin was er spreken”. Johannes verwijst daarmee naar de openingszin van de Bijbel ‘in het begin schiep God hemel en aarde’. Vanaf de tijd dat er mensen waren, dat schepping ontstond was er dat krachtige en creatieve spreken van God dat voortgaat over vandaag naar morgen. God is geen technieker, geen boetseerder of horlogemaker, maar spreekt zijn schepping toe die in haar autonomie kan luisteren of zich afsluiten. Die God is Licht dat de wereld wil verlichten en oriënteren, en ook al nam de wereld dat licht niet aan toch bleef het overeind.
Doorheen de geschiedenis toonde zich dat Licht in mensen, in profeten, in hun lukkend mislukkend bezig zijn. Maar dat Woord, dat spreken, is vlees geworden, zegt Johannes. En met vlees bedoelt hij heel specifiek: de mens in zijn kwetsbaarheid en concreetheid. Altijd opnieuw openbaarde God zich in kwetsbare mensen. Maar een definitief spreken deed Hij in Jezus van Nazareth. Die Jezus is niet identiek met God. Hij is een mens die God incarneert, Hij is het uiteindelijke spreken, het spiegelbeeld van God, schreef Jan Nieuwenhuis. Hij leunt in liefdevolle nabijheid tegen God aan, zoals de geliefde leerling leunde aan de borst van Jezus tijdens het avondmaal. Die Jezus gedenken wij op deze geboortedag. En we eren Hem als onze inspiratiebron, als voorbeeld om licht te brengen in onze beschadigde wereld.
Ik keer zo terug naar mijn beginvraag: hoe kunnen we in een wereld die zo door kwetsuren en angsten wordt beheerst een klein lichtpunt brengen? Ik wil niet goedkoop komen aandragen met woorden als ‘vergeven’ of ‘verzoenen’. Maar het is mijn hoop dat mensen zich mogen aangesproken en opgetild voelen omdat ze ook vandaag en morgen worden toegesproken, omdat een Licht blijft schijnen ook al is het overal donker. Misschien dat het een moment van openheid of van troost brengt, zodat er beweging komt in wat hopeloos vast zit. Dan is Kerstmis niet tevergeefs geweest. Laten we daarop hopen.
Grote dankgebed + refrein 128
Voor uw volk dat woont in duisternis,
Voor ieder die tast in schaduw en donker
Hebt Gij ooit een licht beloofd, een kind, een vredevorst.
U danken wij om het leven zoals door U gedroomd
En dat nu zacht geboren is: Uw Woord
Weerloos nachtkind, kind van zwervers en herders.
Voorgoed hebt Gij ons hoop gegeven en komt Gij
Ons wachten tegemoet. Daarom zingen wij:
refrein
In hart en taal, in een gebaar van troost, in mensen
Door U aangegrepen, komt Gij wonen, hoeder van dromen.
In mensen als engelen roept Gij ons vrede toe
Dat wij durven geloven in Uw uitverkiezing.
In Jezus wekt Gij onze verwondering, zoekt Gij ons hart.
Dankzij zijn licht zien wij licht.
Want sinds die nacht van geboorte werd Hij
Immanuel, God-met-ons
Onstuitbaar als een lied, als de droom van een kind.
Hij werd voor ons: geest van wijsheid en inzicht
Geest van raad en sterkte.
Hij werd voor ons een herder
Zoekend naar dat éne schaap dat verloren was,
Naar elk van ons,
Hij was gerechtigheid en deemoed, die nooit brak
Wat reeds was omgebogen, niet uitblies
Wat slechts brandde als een zwakke lampje.
En in de nacht voor Hij zou sterven gaf Hij nog een laatste teken van die grote liefde. ………..
(instellingswoorden 179)
Refrein
Door zijn geboorte verrast, gegrepen, vertederd,
Door zijn Woord opgeroepen, door zijn leven omgewoeld
Door zijn dood gekweld en verstild bidden wij:
Dat wij in Hem mogen verrijzen en Hij in ons
In duizend keer een ander ik, een nooit voltooide mens.
Dat zijn vrede onze wereld mag verenigen,
Verzamelen van alle uithoeken, de laatsten met de eersten,
De sterken met de zwakken.
Voor hen allen bidden wij.
Refrein
Voor wie dicht bij ons staan en ons helpen geboren te worden,
Voor allen die stonden in deze stroom van leven en in ons voortbestaan
Voor allen die wij hier graag aanwezig wisten.
Geef hen allen gestalte, zing ons toe:
Dat wij uw zoon, uw dochter, uw lichaam worden.
En Gij: alles in allen.
refrein
Na de communie 270 vanwaar zijt Gij gekomen
Geen Kerstkantate
Niet alleen in het holst
Van de nacht van het jaar,
Iedere dag van het jaar
Heeft het licht het koud.
Het vraagt om geen engelenstemmen,
Het hongert naar
Een beetje gerechtigheid
Aan deze kant van de tijd.
En dromen doet het ook niet van
Eeuwig hemelse zomers
In en om het vaderhuis
Het hunkert naar
Aardse dagen ooit
Zonder marteling en moord
Het licht dat van puur licht
Kind is en woord.
Hans Andreus

