Feest van de heilige familie (2024) Hoop en vertrouwen
Rik Nuytten
Openingslied: Lied 274 – Nun Komm der Heiland
Inleiding
Beste mensen,
In het openingslied hebben we gezongen over het kind dat licht brengt in de nacht. Licht in de duisternis is een belangrijk thema in de advent en de kersttijd. De samenstellers van de liturgische kalender hebben voor vandaag het feest van de heilige familie geplaatst. Op het eerste gezicht kan je je afvragen wat dit te maken heeft met de kersttijd, de periode tussen de geboorte en de openbaring. Het lijkt erop dat de kerk aandacht wil vragen voor het gezin als hoeksteen van de samenleving, terwijl het traditionele gezin meer en meer onder spanning staat. Je zal maar als ouder alle ballen tegelijk in de lucht moeten houden, deze dagen!
En toch, de aanblik van een pasgeboren, weerloos kind, maakt iets wakker in ons. Er is de verwondering, waarover Marcel het had in de kerstnacht. Er is ook het kleine sprankeltje hoop dat het uiteindelijk toch ten goede zal komen. Dat God zich nog altijd helemaal uitgiet in mensen, om wat krom is recht te maken. Altijd weer een kwetsbaar nieuw begin.
In de voorgeschreven lezingen van vandaag lokt het zien van het kind hevige reacties uit. De lezing is het verhaal van de opdracht van Jezus in de tempel. Het zijn dezelfde lezingen die ook op het feest van Lichtmis worden gebruikt, maar ook hier op het feest van de Heilige familie. In het verhaal voert de evangelist Lucas de oude Simeon en de nog oudere Hanna op. Zij worden door de aanblik van het kind gegrepen en zien er de belofte in van God, de belofte dat er redding zal komen.
Rembrandt heeft op het einde van zijn leven een heel mooi schilderij gemaakt van de oude Simeon, die het kind vasthoudt. Op het altaar staat er een reproductie van. Kom gerust na de viering het beeld van dichterbij bekijken!

In deze viering zou ik graag wat blijven mijmeren over het kind dat hoop in onze harten brengt. Wij leven in een tijd waar vele mensen in angst leven. Ides had het twee weken geleden over de economie van het vertrouwen, tegenover de ruwe, nietsontziende werkelijkheid van een wereld waar het steeds brutaler lijkt te worden: de economie van het wantrouwen. Wij zien de toekomst somber tegemoet, veel somberder dan enkele jaren geleden. Maar de aanblik van het kind brengt hoop en perspectief: God laat ons niet in de steek. Hopelijk geeft dit ook aan ons hoop en vertrouwen.
Laten wij dit uitzingen in het lied: 260: “Zal er ooit een dag van vrede”.
Lied 260: “Zal er ooit een dag van vrede”
Openingsgebed
Op aarde
Is uw vrede toegezegd,
Uw heil bezongen,
Maar nog altijd
Zijn de tranen niet afgewist,
Nog vallen er slachtoffers,
Is er rouw en verdriet.
Om wie rouwen,
Om wie te lijden hebben van medemensen,
Maar ook om wie in gebreke blijven,
Om de armzaligheid van onze eigen daden,
De waardeloosheid van onze woorden,
Om de pijn die wij elkaar doen,
Om de angsten
En de ongeneeslijkheden van het mensenhart,
Geef dit alles nieuwe glans,
In het licht van de Morgenster.
Uit ”Bij Gelegenheid (1)” – Sytze de Vries
Toewijding van Jezus in de tempel (Lk 2, 22-40)
Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’ Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.
Er woonde toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de Messias van de Heer zou hebben gezien. Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar binnenbrachten om met hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:
‘Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan,
zoals u hebt beloofd.
Want met eigen ogen heb ik de redding gezien
die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:
een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen
en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.’
Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hem werd gezegd. Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’
Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden. Op dat moment kwam ze naar hen toe, bracht hulde aan God en sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem.
Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazareth. Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem.
lied 890: “Lofzang van Zacharias”.
Homilie
Het evangelieverhaal dat we juist gehoord hebben is voor de ouderen onder ons welbekend. Het komt alleen voor bij Lucas. Voor Lucas is Jezus gekomen om vervulling te brengen van het Rijk van God, vooral voor de armen en de verdrukten. Ik ben altijd getroffen bij Lucas hoe hij de nadruk legt op de inbreng van vrouwen. Vaak treedt in zijn verhalen zowel een man als een vrouw op. In de geboorteverhalen zijn dat Maria en Jozef, Elisabeth en Zacharias, en hier Simeon en Hanna.
Het verhaal zelf maakt duidelijk dat Jozef en Maria vrome Joden zijn, die zich aan de gebruiken houden. Lucas benadrukt hier de diepe joodse wortels van Jezus. Ook de tempel speelt een belangrijke rol als plaats van ontmoeting. In die tempel voert Lucas Simeon en Hanna op. Beiden zijn bejaard, het prototype van de vrome oudtestamentische jood, man en vrouw. Zij onderhouden de geboden en alle voorschriften, zij vasten en bidden. Kortom zij doen meer dan de gemiddelde jood! Bij vele joden leefde de verwachting dat de Messias zou komen. Men dacht dat Elia zou terugkomen, men zette elke keer een beker bij als het feest was, omdat de Messias zou kunnen komen. Simeon en Hanna zijn eigenlijk mooie voorbeelden van wat men later de chassidische Joden zou noemen.
Dit verhaal en het schilderij spreken me aan, omdat het illustreert hoe oudere mensen toch blijven hopen en vertrouwen, dat het ooit goedkomt, misschien na hen, maar toch. Wij worden niet allemaal cynisch, omwille van de vele kwetsuren en deuken die we tijdens hun leven hebben gekregen. We geven niet op, maar beginnen iedere dag opnieuw in de hoop dat het één dezer dagen toch zal beter worden. Misschien is het zo dat we, als we ouder worden, we wat milder worden, en ons niet meer zo snel opwinden over dingen waar we niet echt iets aan kunnen doen. Dat doet niets af aan de inzet van jongeren, die rechtzetten wat wij, de ouderen misschien verprutst hebben. Maar de mildheid van de ouderdom, en het waarderen van de traditie, zijn dingen die mij gaandeweg meer en meer aanspreken. Er groeit in mij een vertrouwen, dat het wel goed zal komen, misschien zal ik het niet meer beleven, maar het komt uiteindelijk wel goed. Dit is één van de fundamenten van lijn geloof: God, de onnoembare, blijft aanwezig en oproepen om zijn schepping met zorg te omringen.
Hoe verschillend is dit van de sfeer van wantrouwen, waar wij zo vaak mee te maken hebben. Er moeten steeds meer nieuwe regeltjes worden bijgemaakt, om alles te kunnen “regelen”. De economie van het wantrouwen!
Recht daar tegenover staan de figuren in het evangelie van Lucas: Maria die in vertrouwen reageert op de boodschap van de engelen, Elisabeth die Maria jubelend begroet, de herders die in vertrouwen naar de stal gaan, en vandaag Simeon en Hannah. En uiteindelijk Jezus, die alle mensen, wie of wat ze ook zijn, in openheid en vertrouwen tegemoet gaat.
Er is nog iets wat mij opvalt in het verhaal: Er staat letterlijk dat de vader en moeder van Jezus verbaasdwaren wat er over hem gezegd werd. Als je bedenkt dat Maria niet verbaasd was toen de engel haar aankondigde dat zij de moeder van de Messias zou worden, valt dit hier nog meer op! Ik lees dit als verbazing hoe dit kind gevoelens opwekt bij mensen naar wie de ouders van Jezus zelf opkijken. Als een kind dit kan opwekken, dan moet God dit nog krachtiger en sterker kunnen!
Wij staan op de drempel van een nieuw jaar. Als we terugkijken op het oude, en vooruitkijken naar het nieuwe, kunnen we gemakkelijk ons hoofd laten hangen, omdat er zoveel donker en gevaarlijk is. Maar ik geloof dat de aanblik van het kind ons hoop geeft. Het kind doet een beroep op onze diepste gevoelens, om weg te gaan uit het duister, de twijfel af te werpen, en volop te vertrouwen dat God het goede voorheeft met de mensen.
Mijn wens voor ons allemaal is dat dit geloof ons mag sterken, om er in de toekomst te blijven voor gaan: het goede zien in mensen; blijven vertrouwen in het heilsplan van God, en er, met alles wat we in ons hebben, aan mee te werken.
Laten wij deze woorddienst en het jaar afsluiten met het lied nr. 261: “Om een mens te zijn op aarde”. Jezus is gekomen, zonder aanzien, zonder macht, maar Hij is het licht dat de duisternis verjaagt!
lied 261: “Om een mens te zijn op aarde”.
Offerande (Acclamatie 149)
Tafelgebed 161 Tafelgebed voor de kersttijd
Onze Vader
Slotlied 263: Gij verschijnt niet op de wolken
Slotgebed
De mens van uw hart
Hebt Gij verwekt
Midden onder ons,
Als een licht ons vooruit,
Als een teken ons gegeven,
Als het verlossende woord.
Zullen wij ook vandaag nog
In Hem
Uw beeld en gelijkenis lezen?
Geef,
Dat wij Hem vinden
En Hem herkennen in elkaars ogen,
Hem weerspiegelen
Als licht voor allen.
Uit ”Bij Gelegenheid (1)” – Sytze de Vries
